Suzanna Esther Auteur

Blogpost: Suzanna Esther

Het brein en de architectuur van het schrijven – Deel 1.

Binnen mijn achterban vraagt men mij wel eens waar ik ‘verhalen’ vandaan haal. Voornamelijk fictie lijkt vaak verzonnen, maar in principe is zelfs fictie een constructie van bestaande situaties, locaties, en samengestelde personages.

Als ik een idee heb voor een verhaal ontstaat er een soort filmset in mijn ‘brein’ die in korte tijd uitgroeit tot een beeld, met kleur, geluid, en zelfs een sfeer. Als ik heel bewust bezig ben met het construeren van het totaal plaatje, zie ik het als een ruimte, een soort afgebakend pand, dat met elk nieuw idee steeds meer uitgroeit tot een beschrijfbare situatie.

Al die delen van ‘een verhaal’ zijn nooit totaal verzonnen. Een schrijfsetting (filmset) is opgebouwd uit fragmenten die vanuit mijn geheugen – zowel in beeld, geluid, geur en sfeer – omhoogkomen, en zich samenvoegen tot een nieuw geheel.

Als ik kijk naar het verhaal Reset, waar ik samen met een andere schrijver aan werk, zit daar bijvoorbeeld een scene in, ontstaan door een herinnering, die toentertijd geen enkel doel diende; het specifieke decor past perfect bij het verhaal.
Als ik de Stem analyseer, dan zijn daarin gemoedstoestanden terug te vinden, die ik zelf heb ervaren, of bij anderen heb geobserveerd. Zo ook plekken waar ik ooit heb gewerkt, ben geweest, en de personages zijn opgebouwd uit daadwerkelijk bestaande personen en zijn opnieuw samengesteld.

Het schrijven van fictie is een geweldige tool om bepaalde emoties een -letterlijke- plek te geven, waardoor de toentertijd zinloze ervaring, alsnog een doel dient. Ook is het een manier om gebruik te maken van ons waanzinnige archief, waar al onze ervaringen liggen opgeslagen: Ons brein.
Wij slaan veel meer op, eigenlijk alles, dan we eigenlijk nodig hebben. In onze slaap merken we dat, want in dromen gaat ons onderbewuste creatief aan de slag met al die beelden, ervaringen, geuren, emoties die we soms wel bewust hebben beleefd, maar ‘na gedane’ zaken weer hebben opgeborgen.
Een schrijver put uit dat gigantische archief, en door te schrijven kom je bij dat onderbewuste, waarvan je niet eens meer wist dat het nog ergens zat.

Het allermooiste is dat ook pijnlijke gebeurtenissen, die elk mens in zijn leven ervaart, door fictie kan worden omgezet in zingeving.
Waar je je eerst nog wel eens afvroeg, waar die ervaring nou voor nodig was, omdat er geen duidelijke ‘levensles’ uit voort is gekomen, kun je het toch nog zinvol inzetten binnen een plot, en een personage in jouw verhaal er beter, of nog slechter mee laten omgaan. Je kunt zelfs het ‘einde’ herschrijven.
Zo dient het hele leven van de schrijver, de zinloze, pijnlijke, mooie, en intense ervaringen toch nog een doel.

Het schrijven van een boek of een verhaal, is voor mij als het bouwen aan een kathedraal, een architectonische constructie die wordt samengesteld uit beelden en plaatjes, geuren en kleuren, gevoelens en emoties die jarenlang zonder doel in mijn archief lagen opgeslagen. De zinloosheid van het bestaan wordt tenietgedaan door de creatie van een nieuwe wereld, die zich voegt naar mijn schrijvershand. Hoe fijn is dat?

Lees verder op mijn site

Reacties op: Het brein en de architectuur van het schrijven – Deel 1.