Blogpost: Nico van der Sijde

Het vierde, fragmentarische deel van "De man zonder eigenschappen"

Ik heb een paar jaar geleden op Dizzie.nl de roemruchte klassieker "De man zonder eigenschappen" gelezen en bejubeld (zie recensie op Hebban bij dat boek). Dat was dan de 'officiële' complete uitgave: deel 1 en deel 2 zoals uitgegeven toen Musil nog leefde, deel 3 postuum uitgegeven door Adolf Frise op basis van diens (door sommigen overigens aangevochten) reconstructie van Musils bedoelingen. Maar er bestaat ook nog een vierde deel, dat ik een aantal jaren geleden ook las, met drukproeven die Musil ook nog voor het derde deel had bedoeld maar die hij terugtrok en met een zooi ontwerpen en aanzetten voor hoofdstukken die hij misschien wel en misschien ook niet op een of andere wijze zou hebben gebruikt. Dit vierde, los uitgegeven deel staat niet op Hebban, maar het bestaat verdorie wel. En ik vind het interessant genoeg om er een blogje tegenaan te gooien. Mijn advies is namelijk: iedereen die de bijna 1400 blz. van de officiële versie heeft doorstaan zou m.i. OOK nog dat vierde deel van 400 bladzijden moeten lezen. En alle anderen moeten dat vooral niet doen.

Dat vierde deel is veel fragmentarischer dan de drie min of meer voltooide delen ervoor: de hoofdstukken zijn soms onaf, hangen ook niet als chronologisch of logisch verhaal samen, en soms wordt een en hetzelfde motief op vijf verschillende manieren uitgewerkt omdat sommige hoofdstukken in meerdere versies bestaan en allemaal op eigen wijze iets uitproberen. Deel vier leest daardoor wel wat lastiger dan de delen 1 t/m 3, en die zijn al complex genoeg. Maar aan de andere kant staan er wel weer echt prachtige stukken in dat vierde deel, en sommige van die stukken zijn m.i. ook echt essentiële aanvullingen op en verrijkingen van met name deel 3. Zoals ik in mijn recensie van deel 1 t/m 3 al aangaf draait dit boek om een "essayistische" benadering van de werkelijkheid, waarin elk fenomeen in de binnenwereld en buitenwereld van alle kanten wordt onderzocht zonder tot een definitieve conclusie te komen. Want conclusies zijn versimpelend en verarmend. En in deel 3 pogen Ulrich en zijn zus Agathe een nieuwe mystiek te bereiken, een nieuwe intensiteit van verstand en gevoel, een nieuwe soort van liefdesrelatie en mystiek-liefdevolle verhouding tot de werkelijkheid die alle conventies achter zich laat. Ook die liefde en mystiek is weer een proeve van "essayisme", waarin alle perspectieven die zich aan het gevoel en het verstand voordoen van alle kanten worden onderzocht, en waarbij ook alle subtiele bewegingen in het gemoed van Ulrich en Agathe worden verkend. Maar het BLIJFT een zoektocht zonder einde, een ontdekkingsreis in het onbekende vol onverwachte vondsten en nieuwe perspectieven maar zonder eindpunt.

Welnu, precies die zoektocht van Ulrich en Agathe krijgt in het vierde deel veel extra inhoud. Bijvoorbeeld door de fictieve dagboekaantekeningen van Ulrich, waarin hij niet alleen die nieuwe liefde en mystiek verkent, maar tevens ook alle (vaak tegenstrijdige) kanten onderzoekt van de termen 'mystiek' en 'liefde'. Daarbij signaleert hij ook dat liefde zowel een proces is als een toestand, en gevormd is uit affecten, stemmingen, driften en zo meer; en passant onderzoekt hij ook nog eens alle gebruikte begrippen (zoals stemming, affect, toestand) van alle kanten. Ook blijft hij maar gefascineerd doorworstelen met de vraag hoe hij gevoel (stemming, affect) het beste kan combineren met ratio en wetenschappelijke nauwkeurigheid: hoe hij de koelbloedigheid van de systematische wetenschapper kan combineren met het vuur van een soort alomvattend kennis-enthousiasme waarin alles een ongekende nieuwe glans en diepte krijgt. Samen met Agathe concludeert hij bovendien dat elk 'gevoel' op paradoxale wijze zijn oorsprong heeft in de eigen binnenwereld (zonder innerlijke ontvankelijkheid geen liefdesgevoel) maar tegelijk ook in de buitenwereld (want iets of iemand buiten jou wekt jouw gevoel op). Het is dus altijd een raadsel hoe een liefdesgevoel ontstaat, waar het ontstaat, en door welke stimuli van binnenuit en buitenaf het zich verder ontwikkelt.

Prachtig en echt geniaal is dan vooral hoe Musil dit laatste zichtbaar maakt in zijn beschrijving van Ulrichs en Agathes mentale processen. Met name in de twee versies van "Ademhaling van een zomerdag" - alleen de titel al!- is het werkelijk schitterend om te zien hoezeer beide geliefden door hun geëxalteerde toestand gevoelig zijn voor de toevallige schoonheid om hen heen, en hoe tegelijk die ontvankelijkheid en dat geëxalteerde gevoel van liefde worden verhevigd door b.v. het spel van licht en donker in de tuin waar zij vertoeven en door de welige bloesem om hen heen. Geleidelijk wordt hun vervoering even ongrijpbaar als de geschakeerde pracht en lichtheid van de zomerdag, temeer ook omdat onbeslisbaar is in hoeverre die vervoering zijn oorsprong heeft in de geliefden of juist in die zomerdag. Hun 'stemming' wordt zo een even muzikaal als voor de ratio ongrijpbaar 'samenspel' van innerlijke vervoering en de zomerse buitenwereld. Pure poëzie, dit hoofdstuk, poëzie die op onnavolgbare wijze recht doet aan de ontdekkingsreis in het onbekende van Agathe en Ulrich en aan de ongrijpbare elementen van hun 'stemming'.

Jahaa, ook deel vier is dus weer prachtig: niet omdat het de nog openstaande vragen uit deel 1 t/m 3 beantwoordt, maar omdat het de raadsels juist nog verder vergroot en verdiept. Aan het eind van deel 3 vroeg ik mij nog af hoe zo'n innerlijke zoektocht als van Ulrich en Agathe zou kunnen verlopen: in deel 4 heeft Musil die vraag enorm verrijkt met diverse ontwerpen van mogelijke routes van die zoektocht, routes die steeds weer tot nieuwe intrigerende vraagstukken leiden. Wat een meesterlijk boek. Wat een geweldige schrijver.

Reacties op: Het vierde, fragmentarische deel van "De man zonder eigenschappen"