Blogpost: D.Steenkamer

Een steen de berg op duwen

Ik maak nooit wat mee. Maar het nieuws dat ik vorige week ontving zette alles op stop. De siberische tijger was voor veel ouderen een onoverkomelijke horde geweest. Een heuse sterftegolf volgde de laatste zwiep van zijn staart. Mijn grootouders zijn ondertussen 88 en 90 en een gewone natte winter is al een hachelijke zaak. Ik hoor ze daar nooit over klagen, maar het moet toch een vermoeiende exercitie zijn  om met de ingang van het nieuwe jaar te weten dat je de komende drie maanden kwakkelend en kommerend door zal brengen. Ze eindigen de winter altijd ziek en zwak. Dat ik hen daar nooit over heb horen klagen is extra wonderlijk gezien mijn oma competitief bezorgd is. Volgens mijn vader speelde ze op het hoogste niveau. Daarom besloot hij oma maar niet te veel op de hoogte te houden van zijn dodelijke ziekte. De voor haar plotselinge dood van haar zoon bevestigde haar enkel dat de dood voor een ieder om de hoek ligt. Ik kan wel zeggen dat ziek zijn een kernkwaliteit is van mijn oma, was ze niet ziek dan was ze herstellend. Ik ken niet veel ouderen, maar dit zal voor meerdere moeten gelden. Het leven als een sisyphus-arbeid: altijd herstellende, nooit genezen.
Voor een reumatische hypochonder is mijn oma wel een uitermate gezellige vrouw met enorm veel liefde. Een vrolijk jubelende stem die je hartelijk welkom heet en zegt 'wat ben ik blij je weer te zien', gevolgd door een verslaglegging van het wel en wee van de familie. Ik zal haar zeker missen als ze er niet meer zou zijn. Dus toen deze april de siberische tijger goed zijn tanden had gezet in de slijmvliezen van mijn beiden grootouders, waren ze enkele weken geveld met een longontsteking waarvan oma niet leek te genezen. Ik haastte mij naar het stamdorp aan de rand van de Peel.

Ik spreek niet vaak met mensen die op het punt staan om dood te gaan. Dit was mijn tweede keer. Ik vond het een stuk beter gaan dan de eerste. Dat vind ik een van de stomste dingen aan dat mijn vader jong dood ging, ik had geen idee hoe je daar mee om gaat. Normaal gesproken heb je vier grootouders om mee te oefenen. Nu weet ik: initiatief nemen; vertel over jezelf, het maakt niet uit hoe banaal het is; praat eens over vroeger; vertel over de dingen die je fijn vond. 
Dus zei ik: 'Oma, ik maak nooit wat mee, maar mijn dochter wel. Ik tel haar leeftijd in maanden, die zijn voor haar eewig. Een klein kind leeft op dubbel tempo. Tussen de middagslaap en nachtrust stopt ze evenveel ontdekken en leren als ik in een week. Er zitten twee dagen in vierentwintig uur wanneer je twintig maanden oud bent.'
'Och dat is lief jongen.' zegt mijn oma dan, 'maar jij bent toch geen twintig?'. 'Wacht eens jongen, waar is opa?'
'Opa is hier oma. Ik haal wel een bakje koffie.'

Een paar dagen later lijkt oma toch nog niet te gaan. Ze herstelt, wordt weer sterker. Sissyphus-arbeid, ziek worden en herstellen, maar niet weg.

Weggaan

Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht. 

Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.

Rutger Kopland

Reacties op: Een steen de berg op duwen