Blogpost: Vincent Baumgart

Ik moest denken aan: 'Ik moest denken aan...'

'Gevraagd naar de zin van dit alles, moest ik denken aan wat de schrijver Jean Améry ooit heeft gesteld.'
Dit is er eentje van Arnon Grunberg, uit een column van 28 oktober in De Volkskrant.

Veel columnisten gebruiken de frase 'moest ik denken aan...'. Het is een mooi opstapje voor een bespiegeling. En wat nog mooier is: op die manier lijkt er een noodzakelijk verband tussen iets en de erop volgende bewering. Dat verband MOEST er komen, het is dus waar, vanwege het intellect van de schijver. Zijn superieure hersenen dwingen hem tot grote constateringen.

Maar is 'moeten denken' niet net zoiets als 'moeten plassen?' In dat geval zijn de gedachtenoprispingen van zo'n columnist helermaal niet zo interessant.

Of ze moesten helemaal niet ergens aan denken, en doen ze maar alsof. In werkelijkheid hebben ze urenlang aan gedachten getrokken die allemaal niet interessant waren voor een column, tot ze eindelijk een idee opgroeven.

Het brein spuugt voortdurend de grootst mogelijke onzin uit. 'Grootst mogelijke onzin', aha..., nu moet ik aan Maarten van Rossum denken.

Ikzelf ben dus wat nederiger. Als ik een plaatje van een naakte vrouw zie MOET ik aan seks denken. Als ik op tv Bob Ross zie, moet ik meteen denken aan 'happy little clouds'.

Het zijn dus gewone associaties, en niet erg verheven. Maar omdat de columnist graag zijn hersenpan voorstelt als een natuurkundig wonder, waar hogere waarheden in borrelen, gebruikt hij of zij graag het 'moest denken'.

Toen ik dus dat zinnetje voor de zoveelste keer in een column las, moest ik daar dus even aan denken.

Lees verder op mijn site

Reacties op: Ik moest denken aan: 'Ik moest denken aan...'