Blogpost: Martijn Adelmund

In het licht van Parijs

305701c34978188bcad6f96a57d9b562.jpgEscapisme, zo wordt de opleving die het fantastische genre tegenwoordig beleeft, wel gekenmerkt. Je zou het bijna zeggen. Zie ons fantasy-liefhebbers lopen op die middeleeuwse festivals, alsof het een nieuwe hippiebeweging is. Het doet oppervlakkig aan, blind voor de verwarrende tijden waarin we leven, met serieuze dreigingen en uitdagingen zoals slechte verdeling van welvaart, etnische spanningen en terrorisme, om er maar een paar te noemen.

De wereld gaat kapot en wij kijken Game of Thrones, dat gevoel. Het knaagt – vooral vandaag in het licht van de gruwelijke aanslagen in Parijs, die het gesprek van de dag zijn.
Ik voel me machteloos, kan niets doen. Net als iedereen ben ik gekluisterd aan de media, niet omdat ik meer wil weten, maar omdat ik betrokken ben. En uit diezelfde betrokkenheid wil ik jullie iets vertellen.
Grondlegger van de moderne fantasy, J.R.R. Tolkien heeft altijd weersproken dat zijn werk door de oorlog beïnvloed is. Toch kunnen we de opmars van de machtige Uruk-hai, met hun stampende laarzen en hun gevoel voor raciale superioriteit, de symboliek van de witte hand, niet los zien van de tijd waarin hij leefde en de uitdagingen in die wereld.

Intenties
Precies op die manier zijn Iris Compiet en ikzelf beïnvloed bij het schrijven en illustreren van de heksenboeken. Aanvankelijk was het onbewust, maar in deze vreemde tijden kun je niet anders, dan hierbij stilstaan. Heksenkind – de roman die twee dagen geleden verkozen is tot beste fantasyroman door Nederlandse auteurs – gaat over vervolging. Het gaat over je schuilhouden omdat je anders bent, het gaat over buitensluiting, over mensenmassa’s die zich gedragen als vee. Het gaat over angst en de sprankelende uitzonderingen daarop. Nu ik de thema’s zo opsom, klinkt het hoogdravend maar zo bedoel ik het niet. Dit gaat niet om schouderklopjes, maar om echte intenties.
Iris en ik zijn ergens in ons hart bang en geven daar uiting aan. Wellicht verklaart dat zelfs het grimmige karakter van onze heksen. Ik weet het niet.

Wees een Hobbit
Dit brengt me bij de reden waarom ik dit schrijf. Ik denk namelijk dat veel mensen op dit moment bezig zijn met deze thema’s. Je zou jezelf de vraag kunnen stellen: 'Wat kan ik doen?’
Ik zou graag oproepen tot het volgende, bedoeld voor alle liefhebbers van het fantastische – en als je de kijkcijfers van Game of Thrones optelt bij de bioscoopcijfers van The Lord of the Rings, of de verkoopcijfers van games zoals Dragon Age, dan is dat een groot deel van de Westerse wereld.
Wij kennen de cliché’s.
Wij kennen de strijd tegen "Het Duister".
Daarom weten we wat nu het juiste is: we kunnen verdraagzaam blijven, creatief, goedlachs en open. Wij kunnen de sprankelende uitzondering zijn. Blijf een Hobbit, blijf Sam Gamgee. Als er iets is dat wij verbeeldingsvolle makers en liefhebbers kunnen brengen in een tijd van angst en haat, dan is dát het. Want is ‘hoop’, niet gewoon een ander woord voor verbeelding?


Martijn Adelmund
Schrijver van Heksenkind (met Iris Compiet)
Winnaar van de Hebban-award 2015

Lees verder op mijn site

Reacties op: In het licht van Parijs