LeenRaats Auteur

Blogpost: LeenRaats

Interview: Leen Raats vertelt over haar verhalenbundel Vloedlijn

'Ik wil mijn lezers meegeven dat het oké is om verdrietig te zijn, dat het leven nu eenmaal niet altijd even leuk is.’

Esther De Beun van de Nederlandse radiozender Drechtstad FM, die zelf poëzie schrijft, interviewde me tijdens de lancering van Vloedlijn. Ze peilde naar mijn drijfveren om te schrijven en vooral: om dit boek te schrijven. En een sterke drijfveer is er absoluut!



f8b5f1fe447c33a0eca10aa9a5400790.jpg



Esther: Hoe ontstond Vloedlijn?

Leen: ‘Sommige verhalen zijn al vijf of zes jaar oud. Elk verhaal heeft dan ook een eigen, unieke ontstaansgeschiedenis. Het titelverhaal Vloedlijn was bijvoorbeeld oorspronkelijk bedoeld als novelle en telde zo’n honderd pagina’s. Ik voelde echter dat het niet helemaal goed zat en bleef eraan schaven en stukken schrappen die eigenlijk niet ter zake deden, waardoor het nu een kortverhaal van 49 bladzijden is.'

'Hetzelfde geldt voor Verzachtende omstandigheden, het oudste verhaal uit de bundel. Dat verhaal schreef ik grotendeels op de trein onderweg naar mijn toenmalige job, die ik echt haatte. Ik moest elke dag naar Brussel en had bijna geen tijd om te schrijven. Dus schreef ik wanneer het kon: op de trein en tijdens mijn middagpauze. Dat verhaal telde oorspronkelijk meer dan 100 pagina’s. Ik heb het de afgelopen jaren misschien wel tien keer herwerkt, en geschrapt tot de essentie overbleef: de ongemakkelijke maar hartverwarmende vriendschap tussen twee mensen die sociaal geïsoleerd zijn.’

'Ik had dus flink wat verhalen liggen. Veel van die verhalen bleken over verlieservaringen te gaan, en hoe mensen daarmee omgaan – maar wel met een focus op het positieve, want mijn personages weten de draad weer op te pakken en op de een of andere manier verder te gaan met hun leven.’ 


Esther: Daarmee heb je meteen een paar vragen beantwoord (lacht). Hoe komt het dat er zoveel verlies in je verhalen zit?

Leen: ‘Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste heb ik zelf al veel verlieservaringen gekend, vroeg in mijn leven. Zo verloor ik mijn moeder toen ik negen was en mijn beste vriendin op mijn vijftiende. Die emoties heb ik op een bepaalde manier meegenomen in mijn verhalen. Dat wil niet zeggen dat alles wat er in het boek staat ook autobiografisch is – absoluut niet. Maar je stopt er altijd een stukje van jezelf in, kanaliseert emoties via je personages. Als je nog nooit iemand verloren hebt, kan je volgens mij zoiets niet schrijven.'

'Maar er is nog een belangrijkere reden waarom er zoveel verlies voorkomt in deze bundel. Er was zelfs een heel concrete aanleiding voor Vloedlijn. Toen ik nog in loondienst werkte – ik ben zelfstandige – mailde een collega me dat haar schoonvader overleden was. Ik ging meteen naar haar toe, net zoals nog een paar andere collega’s. Het eerste wat ik mensen tegen haar hoorde zeggen, waren uitspraken als Het zat eraan te komen.'

‘Ik weet wat ze daarmee bedoelden, want de dood kwam inderdaad niet geheel onverwacht, maar ik vond dat zo’n botte uitspraak. Iemand heeft net te horen gekregen dat een dierbare is overleden, en omstaanders komen meteen aanzetten met zogenaamde verzachtende factoren, waarmee ze lijken te willen zeggen dat het allemaal zo erg niet is. Dat is echt niet wat een persoon op dat moment wil horen. Ik heb zo’n situaties al vaak meegemaakt, en het treft me telkens.’  

'Ik vond dat ik er iets mee moest doen, er een verhaal van maken. Ik wilde mensen meegeven dat het oké is om verdrietig te zijn, dat het leven nu eenmaal niet altijd even leuk is. Ik zeg niet dat je daar depressief van moet worden en er dag en nacht mee bezig zijn, maar je mag er wel bij stilstaan. Als je in de rouw bent, heb je tijd nodig. En aandacht voor je pijn. Ik heb daar eens een heel treffende uitspraak over gelezen van rouwspecialist Manu Keirse, die zei dat de tijd geen wonden heelt, maar dat wonden genezen door ze goed te verzorgen.'

'De tijd op zich heeft nog nooit iets beter gemaakt. Jij moet eraan werken, durven stilstaan. Door een uitspraak à la het zat eraan te komen, krijg jij het gevoel dat je niet verdrietig mag zijn, dat je niet mag rouwen. Dat is volgens mij een enorm maatschappelijk probleem. Er worden enorm veel antidepressiva geslikt in België – vaak door mensen die eigenlijk gewoon in de rouw zijn.'

‘Manu Keirse geeft daar prachtige lezingen over en heeft meerdere boeken over het onderwerp geschreven. Ik heb ooit een lezing van hem bijgewoond en dat heeft een grote invloed op mij gehad. Ik had hem ook altijd ergens in mijn achterhoofd zitten terwijl ik het hoofdpersonage voor Vloedlijn uitwerkte: Sam. Sam heeft zich gespecialiseerd in rouwverwerking. Wat het hoofdpersonage van Vloedlijn vooral doet is mensen die in de rouw zijn, vertellen dat het normaal is wat ze voelen. Dat het mag. Dat je het recht hebt om verdrietig te zijn en dat niemand je dat mag afnemen. Ik denk dat iemand die in rouw is, daar meer aan heeft dan aan opmerkingen als Je moet aan de leuke dingen denken of Ze heeft toch een mooi leven gehad.’


Esther: Goedbedoelde rotopmerkingen, noem ik dat.

Leen: ‘Ik zou het liever geen rotopmerkingen willen noemen, omdat ik weet dat mensen zo’n dingen met de beste bedoelingen zeggen, maar ongewild geef je mensen daarmee het gevoel dat ze niet verdrietig mogen zijn. Dat ze maar een pilletje moeten pakken, gewoon verder gaan met hun leven, meedraaien in de maatschappij. We geven mensen niet de kans of de tijd om te rouwen of verdrietig te zijn. We moeten altijd maar verder gaan, presteren, opbrengen – alsof we machines zijn.’  




Lees verder op mijn site

Reacties op: Interview: Leen Raats vertelt over haar verhalenbundel Vloedlijn