Blogpost: Istvan Kops

Interview Sebastian Fitzek

21-09-2015 door Istvan Kops 3 reacties
Aangezien Passagier 23 van Sebastian Fitzek door hebban is genomineerd in de categorie beste thriller vertaald, heb ik besloten om nog eens een interview van stal te halen dat ik alweer enige tijd geleden met Sebastian had in het kader van het verschijnen van Passagier 23. Het onderstaande is de tekst van het interview:

Het is zaterdagochtend als ik op mijn fiets onderweg ben richting het Hotel Des Indes. Het mooie statige hotel aan de Lange Voorhout in Den Haag, waar sinds 1881 allerlei diplomaten, staatshoofden en beroemdheden verblijven. Ik heb er een ontmoeting met Sebastian Fitzek, een Duitse schrijver die naam heeft gemaakt met zijn psychologische thrillers en inmiddels een behoorlijk omvangrijk oeuvre heeft opgebouwd. Passagier 23 is zijn meest recente thriller en in het kader van het recente verschijnen van dit boek op de Nederlandse markt is hij in Nederland om zijn boek te promoten. Gelukkig kreeg ik de kans om Sebastian te spreken, want ik was zeer nieuwsgierig naar het creatieve brein achter al die toch wel villeine romans. Het hotel is overigens een zeer mooie setting voor het interview. Als ik naar binnen wandel komt de ouwe sjiek me tegemoet. Een portier in livrei wuift me vriendelijk door en terwijl ik onderweg ben naar de lobby geef ik mijn ogen goed de kost. Het donkere, mysterieuze decor van het hotel zou zomaar passen in een van de duistere verhalen van Fitzek, bedenk ik mij. Passagier 23 speelt zich af op een cruiseschip waar zich allerlei mysterieuze voorvallen voordoen en waarop passagiers zonder verklaring verdwijnen. Je zou denken dat dit alleen in fictie kan gebeuren, maar de realiteit is dat er jaarlijks heel veel mensen op cruises verdwijnen. De meeste verdwijningen op cruiseschepen hebben te maken met mensen die een mooie kans zien om zelfmoord te plegen door zichzelf in het midden van de oceaan overboord te storten. Soms zijn er echter ook verdwijningsgevallen met een meer sinistere achtergrond. Want waar kun je je gemakkelijker van iemand ontdoen dan op een schip waar geen politie is en alleen maar een onmetelijke oceaan om je heen? De titel van het boek slaat op het aantal passagiers dat per jaar verdwijnt van cruiseschepen. Een ongelooflijk aantal, als je er goed over nadenkt. Als ik hem vraag of er werkelijk zoiets bestaat als een Passagier 23, antwoordt Sebastian dat er elk jaar inderdaad tientallen mensen van cruiseschepen verdwijnen. Soms zijn het er tien, soms zijn het er meer dan dertig. In 2011 en 2012 zijn er in totaal 55 mensen verdwenen. Het is echter vaak moeilijk om aan exacte getallen te komen aangezien het niet in het belang is van rederijen om hier ruchtbaarheid aan te geven. Het zou immers slecht zijn voor hun branche. Als je je echter bedenkt dat er maar liefst twintig miljoen mensen per jaar op een cruise gaan dan kun je echter wel op je vingers nagaan dat er zich zat incidenten voordoen.

Zou u desondanks mensen aanraden om op een cruise te gaan?
Ik zou zeker mensen willen aanraden om dat in elk geval eens in hun leven te doen. Ik ben zelf meerdere malen op een cruise geweest. Er zijn echter wel een aantal belangrijke zaken waar je je bewust van moet zijn, zaken die mensen nogal snel neigen te vergeten. Op een cruiseschip bevinden zich al gauw zo'n zesduizend mensen, drieduizend passagiers en een ongeveer even groot aantal bemanningsleden. Je zou het kunnen vergelijken met een kleine stad. Alles wat in een stad kan gebeuren kan net zo goed op een cruiseschip gebeuren. En bedenk je dan dat er geen politie is aan boord van een cruiseschip. Er is zelfs niet zoiets als een skymarshall die je eventueel op een vliegtuig aan zou kunnen treffen. En bedenk dan voorts dat je je op het grondgebied van een vreemd land bevindt. Veel cruiseschepen varen onder de vlag van een land waar het voor rederijen belastingtechnisch aantrekkelijk is, maar met democratie heeft het weinig te maken. Doe dan ook alsof je op bezoek bent in een vreemde stad in een vreemd land. In zo'n omgeving laat je bijvoorbeeld je kinderen niet zomaar rondlopen. Het gekke is echter dat veel mensen op een cruiseschip zich daar juist bijzonder weinig van aantrekken. Veel kinderen dwalen gewoon naar hartelust rond zonder dat veel mensen zich daar zorgen over maken.

Dat is inderdaad wel vreemd, ja. 
Dat is het zeker. Als je aan boord gaat van een cruiseschip is het alsof je een casino in Las Vegas binnenwandelt. Alles lijkt een groot feest en je zult denken dat je een paar geweldige dagen tegemoet gaat. Vaak zal dat ook zo zijn, maar het kan beslist geen kwaad om voorzichtig te zijn.

Het is natuurlijk wel een prachtig uitgangspunt voor een thrillerschrijver. Een paar duizend mensen in een beperkte ruimte die nergens heen kunnen als het fout gaat.
Inderdaad, het levert veel elementen op waar ik als thrillerschrijver dankbaar gebruik van kan maken. Je hebt zo veel verschillende mensen aan boord. Mensen met verschillende nationaliteiten, die allerlei verschillende professies uitoefenen. Denk aan de mensen die benedendeks werken, mensen die de passagiers nauwelijks of niet te zien krijgen en die van een hongerloon rond moeten zien te komen. En dan zijn er natuurlijk aan de andere kant de rijke mensen die zich de bijzonder luxueuze suites aan boord van het cruiseschip kunnen veroorloven. Al die mensen zitten letterlijk en figuurlijk in hetzelfde schuitje. Bedenk dan dat de meeste mensen daar zijn om te feesten en te drinken en dat er van alles aan boord kan gebeuren. Van seksuele intimidatie tot diefstal en geweld. Er zijn zelfs websites die daarover berichten, zoals cruisevictims.org. Daar staan echt duizenden misdrijven op die aan boord van cruiseschepen hebben plaatsgevonden. Het hoeft dus niet perse gevaarlijk te zijn op een cruiseschip, maar je moet altijd in je achterhoofd houden dat zo'n schip in feite een kleine stad is zonder politie. En dat het dus raadzaam is om voorzichtig te zijn.

Hoe belangrijk is de locatie voor uw romans? Ik vraag dit omdat de locaties in uw boeken altijd een grote rol lijken te spelen en bijna een personage op zichzelf zijn.
Dat klopt inderdaad helemaal. Ik vind het heerlijk om verhalen plaats te laten vinden op locaties waar iedereen wel eens van heeft gehoord, maar waar maar weinig mensen komen. De dieptes van de oceanen bijvoorbeeld. Een plek waar iedereen wel een bepaald beeld bij heeft, maar waar je zeker nog nooit bent geweest. Zo'n plek zou zich prima lenen voor een spannende ecologische thriller. Hetzelfde geldt voor een cruiseschip. Ook al heb je nog nooit een cruise gedaan, je zult er ongetwijfeld een redelijk goed beeld van hebben vanwege alle advertenties of omdat je het op tv hebt gezien. En ook al ben je wel op een cruiseschip geweest dan is de kans erg klein dat je ooit benedendeks bent geweest tenzij je er werkt. Het is een wereld op zich en dat heeft altijd mijn aandacht en fascinatie als schrijver gehad. Het is een wereld op zich, een gesloten ecosysteem. Misschien een beetje zoals dit prachtige hotel waar we nu dit interview hebben. Ook hier werken en verblijven allerlei verschillende mensen onder heel verschillende omstandigheden. Verder spelen zich ook maar weinig boeken af op een cruiseschip. Dat maakte het nog eens extra interessant voor me.

Dat verbaasde me inderdaad nogal. Ik kon niet zo snel een voorbeeld bedenken van een ander boek dat zich voor het meerendeel op een cruiseschip afspeelde.
Dat is inderdaad ook zo, al is de locatie wel in films gebruikt. Het is het bewegende aspect van de locatie wat het zo interessant maakt. Verder heb je natuurlijk de zee, de natuur en al die mensen bij elkaar. Best kans dat ik hier een tweede roman over ga schrijven, maar mijn volgende boek zal nog geen sequel zijn.

Juist, dan is die vraag ook maar meteen beantwoord. Ik kan me heel goed voorstellen dat een cruiseschip een behoorlijk mooie locatie is voor een schrijver, omdat je er als schrijver zoveel kanten mee op kunt. Voor mij als lezer is het echter ook behoorlijk fascinerend, want het roept een behoorlijke mate van claustrofobie op. Iets dat ik trouwens in meer van uw romans heb opgemerkt. Je kunt wel wegrennen, maar je kunt je niet verbergen, er is niemand in de buurt om te helpen. Geen politie, helemaal niemand. Is dat iets waar u altijd naar zoekt?
Het is niet iets waar ik bewust naar op zoek ben, maar ik zal niet ontkennen dat dit soort situaties mij inderdaad fascineert. Soms duurt het ook een hele tijd voordat ik een verhaal bij een plaatje in mijn hoofd kan passen. Zo las ik in 2008 voor het eerst een artikel over de grote hoeveelheden mensen die verdwenen aan boord van cruiseschepen. Ik verbaasde me daar erg over, want ik was nog geen drie jaar eerder met mijn moeder op een cruise geweest en het was toen helemaal niet in me opgekomen dat ik me op een potentieel gevaarlijke locatie bevond. We vaarden toen precies dezelfde route als het schip dat in Passagier 23 figureert. Ik denk dat ik toen meteen al na het lezen van dat artikel wist dat hier ergens een verhaal voor een roman in zat. Het zou echter nog jaren duren voordat ik er een plot en de juiste personages bij had verzonnen. Ik wist dat ik niet over mensen wilde schrijven die zomaar in het niets verdwenen, want dat had ik al in mijn eerste twee romans gedaan. Op een gegeven moment bedacht ik me dat het wellicht interessanter was om voor de verandering eens over mensen te schrijven die uit het niets opduiken nadat ze eerder verloren waren gewaand. Waar zijn die mensen in de tussentijd geweest? Dat is een vraag die in Passagier 23 speelt en dit is een mysterie dat een groot deel van de spanning moet dragen. Ik ben dus nogmaals niet echt op zoek. Een roman van mij ontstaat vaak uit allerlei losse ideeën, die moeten rijpen. Dat kan soms vele jaren duren. Soms klikt het dan opeens en komen allerlei ideeën bij elkaar. Dat is meestal het moment dat ik begin met schrijven.

Als schrijver staat u er om bekend dat u veel onverwachte twists in uw boeken bouwt en dat u veel met cliffhangers werkt. Denkt u dat dit nodig is om de lezer geïnteresseerd te houden?
Integendeel. Er is niet zoiets als een geheim recept voor een goede thriller. Als je al mijn boeken zou lezen dan zul je tot de conclusie komen dat ze ook onderling allemaal verschillend zijn. Bovendien is ook elke lezer verschillend. Je hebt lezers die het fijn vinden als dezelfde personages telkens weer terugkeren, je hebt lezers die van romantiek houden, je hebt lezers voor wie de actie niet hard genoeg kan zijn. Als schrijver moet je je daar verre van houden. Het enige wat echt belangrijk is, is dat je een boek schrijft waar je zelf plezier in hebt en dat je zelf graag zou willen lezen. De kunst is je als schrijver juist niet op een bepaalde markt of doelgroep te richten, want het lezerspubliek is zo ontzettend divers. Dat geldt ook voor de mensen die mijn boeken lezen. Ik krijg bijvoorbeeld emails van mensen die schrijven dat ze een boek zo geweldig vonden, maar dat er een scene in zat die ze maar niets vonden. En dan zijn er mensen die schrijven dat ze een boek helemaal waardeloos vonden, maar dat er in elk geval een scene in voorkwam die heel erg goed was.  

Toch vind ik uw boeken juist zo interessant omdat bijna nooit iets is wat het in eerste instantie lijkt te zijn en dat ik als lezer regelmatig op het verkeerde been wordt gezet.
Soms verbaas ik ook mezelf. Als ik begin met schrijven denk ik het hele verhaal al te kennen, maar als ik dan een paar bladzijdes onderweg ben blijken mijn personages zich niet helemaal aan het script te houden. Ik besluit ze dan meestal maar te volgen en dat is ook wat schrijven interessant voor mij maakt. Soms verandert dan het hele verhaal dat ik in gedachten had. Maar om terug te komen op je eerdere vraag, er zijn zat briljante thrillers die in een rustig tempo en zonder cliffhangers worden verteld. Ik heb mijn eigen stijl en er zijn mensen die zullen zeggen dat ze zo een boek van mij zouden herkennen, ook als ze niet zouden weten dat het door mij was geschreven. Sommigen zullen mijn schrijfstijl absoluut niet weten te waarderen en anderen zullen het geweldig vinden. Ik trek me daar echter niets van aan. Ik schrijf zoals ik schrijf.

Weet u altijd al het einde van een verhaal wanneer u aan een nieuw boek begint? Stond bijvoorbeeld het einde van Passagier 23 al bij voorbaat vast?
Ik maak een samenvatting van ongeveer twintig pagina's. Deze samenvatting laat echter nog veel open en vult niet alle details meteen in. Er staat bijvoorbeeld niet in wat er per hoofdstuk gaat gebeuren. Een vriend en een collega auteur van me schrijft een samenvatting van zeker honderd pagina's en vult alles van tevoren zoveel mogelijk in. Bij mij is het slechts een ruwe schets en ik zou je in twintig minuten tijd een samenvatting kunnen geven wat er zo ongeveer in mijn hoofd zit. Als ik echter ga schrijven dan willen er nog wel eens dingen gaan verschuiven. Bij Passagier 23 was het bijvoorbeeld zo dat ik toen ik begon met schrijven een psycholoog in gedachten had die wordt gebeld door een vriend van hem, die kapitein is op een groot cruiseschip. Hij heeft zijn hulp nodig, want er is een meisje gevonden, van wie men dacht dat die samen met haar moeder overboord was gesprongen. Ze zegt helemaal niets over wat er met haar is gebeurd. De kapitein hoopt dat de psycholoog haar aan het praten weet te krijgen. Maar dan komt de psycholoog aan op het cruiseschip en zegt iets wat ik hem helemaal niet had willen laten zeggen, namelijk dat hij haar natuurlijk niet aan boord van het schip kan behandelen en dat ze meteen naar een ziekenhuis moet worden gebracht waar veel betere faciliteiten zijn. En toen dacht ik: ja, hij heeft helemaal gelijk ook. Natuurlijk moet zo'n meisje naar een echt ziekenhuis worden gebracht. Alleen zat ik toen met een levensgroot probleem. Ik wilde namelijk helemaal geen thriller schrijven dat plaatsvindt in een ziekenhuis, ik wilde een thriller schrijven dat plaatsvindt op een cruiseschip. Het resultaat was dat ik tachtig pagina's weg kon gooien en dat ik van voren af aan kon beginnen. Het alternatief zou zijn geweest dat ik mijn hoofdpersonage had geforceerd om op het schip te blijven, maar dat zou niet goed aan hebben gevoeld en ik denk dat de lezer hier ook niet in mee zou zijn gegaan. Ik had dus al het hele verhaal in mijn hoofd, maar toen besloot dus mijn hoofdpersonage niet mee te werken. Helaas moest ik hem toen elimineren. Bij dit laatste laat Sebastian een gemeen lachje horen en kijkt me met een knipoog aan.

Over psychologie gesproken, veel van de personages die in Passagier 23 voorkomen zijn behoorlijk getekend door het leven en lopen met allerlei onverwerkte emoties rond. Dit soort psychisch getormenteerde personages zie ik vaker in uw boeken verschijnen. Spreken zij u als schrijver speciaal aan?
Naarmate we ouder worden, dragen we steeds meer psychische bagage met ons mee. Dat geldt voor ons allemaal. We hebben allemaal onze tics en zitten vol met onzekerheden. We vragen ons voortdurend dingen af, zoals: Hebben we de voordeur wel goed dicht gedaan? Of als we onderweg zijn naar het vliegveld voor een welverdiende vakantie: hebben we het gas wel goed afgesloten? Als schrijver van fictie hou ik me met de extremen daarvan bezig. Door onze eigen tekortkomingen enorm uit te vergroten lijken onze eigen problemen mee te vallen, maar kunnen we tegelijkertijd empathie opbrengen voor de personen in de boeken die ik schrijf. Dat geldt in elk geval voor mij als schrijver, maar hopelijk ook voor de lezer. Mensen zitten vol met allerlei kleine irrationele dingetjes. Ik heb nu bijvoorbeeld mijn kamersleutel bij me die ik graag mee wil nemen naar mijn huis in Berlijn. Die sleutel doet me denken aan mijn verblijf in dit prachtige hotel en aan het interview dat ik nu met jou heb. Het zijn allemaal kleine persoonlijke dingen die er voor ons op de een of andere manier toedoen.

U gaf eerder aan dat er geen algemeen recept voor succes is. Hoe verklaart u eigenlijk uw eigen succes? U bent inmiddels in meer dan twintig landen vertaald.
Ik denk dat ik gewoon erg veel geluk heb gehad en dat alles gewoon net goed voor me uitpakte. Natuurlijk begint alles met een boek dat door veel mensen interessant moet worden gevonden. Dat gezegd hebbende, zijn er natuurlijk heel veel zeer goed geschreven boeken die op de een of andere manier nooit onder de aandacht van de lezers zullen komen. Er zijn ook zo ontzettend veel boeken. Ik denk dat er alleen al in Duitsland elk jaar een miljoen boeken verschijnen. Wat moet je dan kiezen? De boeken die wellicht een breder lezerspubliek verdienen, verdrinken in de oceaan. Veel mensen denken dat alles met marketing te maken heeft, maar dat is maar ten dele waar. Het is in elk geval niet hoe ik ben begonnen. Van mijn eerste boek zijn er in eerste instantie vierduizend exemplaren verkocht. Daar kwam helemaal geen marketing bij kijken. In mijn tweede boek is heel wat meer marketing gaan zitten, maar daarvan zijn er ten opzichte van mijn eerste boek de helft verkocht. Toch kun je natuurlijk ook niet zeggen dat marketing tegen je werkt. Mijn geluk was dat mijn eerste boek (Therapie) destijds door de juiste lezers werd gelezen. Deze lezers begonnen over het boek te schrijven en lieten commentaar achter op verschillende lezersblogs. Daardoor ontstond er een soort van mond op mond reclame. In Duitsland is Therapie echter nooit een echte bestseller geworden. Met de zesentwintigste plaats bereikte het boek zijn hoogste notering. Alleen de twintig best verkopende boeken komen bij ons in de kranten terecht. Therapie mag dan echter geen besteller zijn geworden, het werd wel degelijk een longseller. Het boek is altijd redelijk goed blijven verkopen. En op internet was het boek lange tijd een rage, omdat het boek niet meteen in de winkels lag. Mensen hadden echt het gevoel dat ze iets bijzonders hadden ontdekt, iets nieuws. Maar goed, dit was allemaal niet zo gepland. Het kwam toevallig zo uit en dat was het geluk dat ik toen had. Als je aanvankelijke succes niet op marketing is gebaseerd, maar op een geruchtenmolen, dan weet je dat je in elk geval een sterke fanbase opbouwt. Bij een volgend boek heb je het dan iets gemakkelijker, omdat mensen je naam dan al kennen. Met Passagier 23 kwam ik op de eerste plaats van de bestsellerlijst te staan en na zeven maanden sta ik nog steeds in de top 10. Nu is het gemakkelijk, want boekhandels hebben vertrouwen in mijn boeken en kopen ze dus in grote getale in. De kunst is natuurlijk dan ook om op te vallen met je eerste roman. En dan zeg ik: schrijf over datgene wat je zelf leuk vindt en hoop dat je de juiste persoon tegenkomt die de juiste contacten heeft en die wat in jouw boek ziet. Gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk, maar zoveel in het leven berust op louter en alleen toeval.

U schreef dus het juiste boek op het juiste moment.
Inderdaad. Ik moet echter toegeven dat ik bij Passagier 23 van tevoren de angst had dat dit wel eens mijn eerste flop kon gaan worden. Cruises hebben bij de meeste mensen in Duitsland toch een wat belegen imago. Dus wie wil er nou een misdaadroman lezen dat zich afspeelt op een cruiseschip? Het blijkt echter mijn meest succesvolle roman tot nu toe te zijn. Zoals ik ook al eerder aangaf had ik het eerste idee voor deze roman al in 2008 en kwam het pas in 2014 in Duitsland uit. Het is niet zoiets als met een krant waar je morgen een artikel voor moet kunnen aanleveren. Boeken zijn echte lange termijn projecten en je moet maar net het geluk hebben dat het onderwerp dan nog aansluit bij datgene wat de mensen aanspreekt. Een kennis van me schreef een boek over de Duitse oliecrisis en we dachten allemaal dat het goed zou verkopen omdat het een onderwerp was dat altijd actueel zou zijn. Nu heeft iedereen het echter over fracking, een manier om schaliegas vrij te maken, en praat niemand meer over olie. Misschien moet je juist niet te actueel willen zijn.

Hoe ziet uw achtergrond eruit? Heeft u altijd al schrijver willen worden?
Ik heb zelf altijd veel gelezen en dan met name misdaadromans. Ik ben toen ik jong was vooral beïnvloed door schrijvers als Edgar Allan Poe en Stephen King. In de tijd dat ik hun boeken las, dacht ik echter nog niet aan schrijven. Ik wilde graag ergens bekend mee worden en schrijven leek me niet het meest efficiënte middel om dat te bereiken. Het leek me vooral erg veel hard werken. Op een gegeven moment wilde ik tennisspeler worden, maar ik hield al vrij snel op met tennissen. Daarna wilde ik musicus worden, ik speelde een tijdje op de drums in een band, maar ook dat was geen lang leven beschoren. Vervolgens wilde ik graag dierenarts worden. Ik heb drie maanden diergeneeskunde gedaan en ben toen met die studie gestopt. Ik zag het eerlijk gezegd niet zo zitten om in dieren te gaan snijden. Uiteindelijk ben ik rechten gaan studeren. Het was ook wel een beetje passend denk ik, want er bestond dit beeld dat veel mensen rechten gaan studeren als ze niet weten wat ze anders willen doen. Tijdens mijn rechtenstudie raakte ik echter gefascineerd door het strafrecht. Terwijl ik met die studie bezig was ben ik als vrijwilliger bij een radiostation gaan werken. Daar vond ik helemaal mijn draai en ik vond het geweldig om daar te werken. Met mijn juridische achtergrond kon ik de contracten regelen die met muzikanten werden gesloten. Na mijn studie ben ik als consultant voor verschillende radiostations blijven werken. In die tijd heb ik veel gereisd, waaronder ook naar Nederland. In Hilversum zijn ze erg goed in het produceren van jingles voor radiostations. Toch begon ik - hoe leuk ik het ook vond wat ik aan het doen was - het een en ander te missen. Ik wilde graag verantwoordelijk zijn voor iets dat alleen van mij was. Tijdens het reizen begon ik allerlei verhalen te bedenken. Ik zat dan in een lobby van een hotel of in de trein en begon ideeën op te schrijven. Toen ik twee jaar zo bezig was bedacht ik me dat het ook wel fijn zou zijn als meer mensen dan ikzelf konden lezen wat ik had geschreven. En dus bood ik mijn eerste manuscript aan vijftien uitgevers aan. Ik kreeg dertien afwijzingen en van twee heb ik nooit meer wat gehoord. Later las ik in een artikel dat je om op te vallen in Duitsland echt een literair agent nodig hebt. Uitgeverijen ontvangen gemakkelijk twintig tot vijfentwintig manuscripten per dag en het is onmogelijk om ze allemaal te lezen. Ze lezen alleen die exemplaren die door literaire agenten worden aangeraden. Ik heb toen contact gezocht met een literair agent die me allerlei tips aan de hand deed. Op basis van zijn adviezen heb ik mijn eerste manuscript helemaal herschreven.

Je valt dus echt alleen maar op als je wordt vertegenwoordigd door een literair agent?
In Duitsland werkt dat inderdaad zo. Er zijn wel uitzonderingen op de regel. Knaur, de uitgever van Passagier 23, pikt af en toe wel eens auteurs op die niet door een agent zijn aangeraden. Gelukkig kwam ik in contact met een agent die ervoor kon zorgen dat ik een uitgeefcontract aangeboden kreeg. Ze zeiden er bij de uitgeverij alleen wel direct bij dat het maar om een oplage van vierduizend zou gaan, want er zou maar een beperkte markt zijn voor Duitse psychologische thrillers. Het argument was dat de markt al behoorlijk was verzadigd door alles wat er uit Engeland, Scandinavië en Amerika kwam. Het is maar goed dat ze er compleet naast zaten. Om deze opmerking kunnen we beide smakelijk lachen.

Wat ik mooi vind aan uw boeken is dat u met uw lezers speelt en dat u ze echt bij het verhaal wilt betrekken. Het maakt het lezen van uw boeken bijna tot een interactieve leeservaring. Neem nou bijvoorbeeld Passagier 23, waarin het laatste hoofdstuk na het dankwoord komt.
Wat ik zelf altijd geweldig vind, is wanneer ik in een bioscoop een film heb gezien waarin er aan het einde van de aftiteling, wanneer bijna iedereen van het bioscooppubliek de zaal al heeft verlaten, nog iets onverwachts gebeurt. Ik hou van dat soort onverwachte momenten en het was nog niet eerder in een boek gedaan. Ik vind het leuk om nieuwe dingen te doen, om mensen te verrassen. Een van mijn boeken (De Ogenverzamelaar) begint bij pagina 430 of 480 of iets in die regio en dan tellen de pagina's af wanneer je verder gaat lezen. Het paste naar mijn idee beter bij het verhaal en aan het einde van het boek begrijp je waarom die countdown relevant was. Bovendien had het als resultaat dat het lezen urgenter wordt. Bij een oplopend aantal pagina's weet je nooit helemaal precies hoeveel pagina's je nog te gaan hebt, tenzij je dat van tevoren natuurlijk hebt bekeken. Bij aflopende getallen is de onvermijdelijkheid van het einde veel nadrukkelijker aanwezig. Het is leuk om op die manier met de conventies te spelen. Soms denken mensen en zelfs boekhandels wel eens dat ze een misdruk in handen hebben. Ik moet toegeven dat niet elke truc even goed uitpakt, maar ik hou dan altijd vast aan het gezegde dat als je nooit hebt gefaald dat je dan niet goed genoeg je best hebt gedaan.

Op dit punt van het interview aangekomen haal ik een ander boek van Sebastian Fitzek uit mijn tas en leg hem op de tafel tussen ons in. Het is De Zielenbreker en ik heb het boek opengeslagen bij pagina 255. Hij kijkt naar de pagina en dan naar mij met een samenzweerderige glimlach. Op pagina 255 zit een gele post-it geplakt met daarop een e-mailadres geprint: 131071vl@alznerexperiment.com

Dit was inderdaad ook een mooi voorbeeld van spelen met de lezer, vervolgt Sebastian. De post-it zat in de eerste druk van De Zielenbreker en die bleek beter dan verwacht te verkopen. Mensen bleken ook erg enthousiast te zijn over de post-it die ze aantroffen in het boek en lieten positieve reacties achter. Die eerste druk was echter in een mum van tijd uitverkocht en dat zorgde voor een onverwachts probleem. De uitgever nam contact met me op en vertelde dat het niet mogelijk was om binnen hele korte tijd al die post-its ook in de tweede druk te verwerken. In de tweede druk komen ze dan ook niet voor, maar wel weer in de derde druk. Ik heb hier veel e-mails van lezers over ontvangen. Er was zelfs een vrouw die dacht dat er iemand in haar hotelkamer was geweest en een post-it in haar boek had achtergelaten. Die vrouw was voor de zekerheid nog naar de boekhandel gegaan om te controleren of in de andere exemplaren van De Zielenbreker ook post-its voorkwamen. Dat bleek niet het geval te zijn. Het toeval wilde natuurlijk dat op dat moment de tweede druk in de boekhandel lag en zijzelf beschikte over de eerste druk. Mensen dachten ook weer aan een marketingtruc of dachten met de tweede druk een speciale editie in handen te hebben, maar dit was allemaal niet zo. De realiteit was dat het allemaal op toeval berustte en dat de uitgever niet had voorzien dat het met de eerste druk zo snel zou gaan.

Over e-mails van lezers gesproken, het valt me telkens weer op dat u nadrukkelijk uw email-adres en de links naar uw social media (Facebook en Twitter) accounts vermeldt. Ontvangt u veel reacties en feedback van uw lezers? 
Van mijn eerste boek zouden in eerste instantie vierduizend exemplaren verschijnen en ik dacht dat als 1 procent van de lezers zou reageren dat het wel mogelijk moest zijn om op elke opmerking of vraag te reageren. Het zou toch gemakkelijk moeten zijn om een reactie te geven op veertig mensen. Zelfs als het er vierhonderd zouden worden, moest het volgens mij nog wel te doen zijn. Inmiddels heb ik meer dan een miljoen boeken verkocht en krijg ik tienduizenden mails binnen. Dat kon ik van tevoren natuurlijk ook niet weten. Op een gegeven moment raadde iemand in mijn omgeving aan om ook gebruik te maken van Facebook en twitter. Van twitter maak ik zelf niet zo veel gebruik, want ik vind het erg moeilijk om binnen 140 karakters mezelf te uiten. Ik ben nogal een prater en schrijver en voel me daardoor nogal beperkt. Op Facebook heb ik inmiddels meer dan 100000 volgers. Nauwelijks te bevatten eigenlijk. We hebben nu dit interview, maar ik kan me eigenlijk ook nauwelijks indenken waarom mensen geïnteresseerd zijn in hoe mijn leven er uitziet en dat ik op bezoek in Nederland ben. Ik denk echter wel dat het in elk geval belangrijk is om zo veel mogelijk emails te beantwoorden en zelf mijn Facebook account bij te houden. Mensen moeten het idee hebben dat ik zelf met ze communiceer en dat er geen management achter zit die deze zaken voor me bijhoudt.

Doet u nog wat met de reacties van uw lezers of vindt u het gewoon leuk om in contact met hen te staan?
Ik sla de feedback die ik krijg zeker op in mijn achterhoofd, maar concreet genomen doe ik er niet zo veel mee. Elke feedback is natuurlijk net weer even wat anders en ik kan geen boeken schrijven waarin ik het iedereen naar de zin maak.

Wordt u betrokken bij de titels en de covers van uw boeken?
Voor wat betreft de buitenlandse edities sowieso helemaal niet. Voor wat betreft de binnenlandse markt wil men nog wel eens contact met me opnemen, maar eigenlijk geloof ik heel sterk in Arbeitsteilung, een woord waarvan ik het Engelse equivalent even niet zo snel weet. Een uitgever weet veel beter dan ik hoe een boek uit te geven. Het is mijn taak om een goed boek te schrijven. Alles wat er verder bij komt kijken om een boek op de markt neer te zetten laat ik graag over aan anderen. Ik ga ervan uit dat zij daarvan veel meer weten dan ikzelf. Ik probeer altijd met mensen samen te werken die beter in hun vak zijn dan ik. Anders zou ik het hele uitgeefproces net zo goed zelf kunnen doen.

Heeft u eigenlijk ook wel eens contact met de vertalers van uw boeken?
Voornamelijk via de mail als er onduidelijkheden zijn. Het kan wel eens voorkomen dat er begrippen in het Duits zijn die zich niet gemakkelijk naar een andere taal laten omzetten. In zulke gevallen vindt er wel eens overleg plaats. Ik heb alleen mijn Italiaanse vertaler in persoon ontmoet.

Wat zijn uw toekomstige plannen?
Blijven schrijven! Er zijn zat schrijvers die zonder contract aan een roman werken, omdat het in hun bloed zit. Ik ben wat dat betreft enorm bevoorrecht omdat ik altijd wel weer een nieuw boekcontract heb en er vraag is naar mijn romans. Ik probeer elke dag aan het schrijven van een nieuwe roman te besteden, zodat er elk jaar een roman kan worden gepubliceerd. Maar ook al zou er op een gegeven moment geen vraag meer naar mijn boeken zijn dan blijf ik gewoon doorgaan met schrijven.

We kunnen dus nog veel boeken van u verwachten?
Ik hoop het echt. Bij mij is het zo dat naarmate ik meer naar ideeën zoek ik er ook meer tegenkom. En ik ben vooral geïnteresseerd in excentrieke personen en vreemde situaties. Gelukkig kom ik beiden regelmatig tegen in het werkelijke leven. Nee, ik denk niet dat ik binnenkort zonder ideeën zal komen te zitten.

Reacties op: Interview Sebastian Fitzek