Blogpost: BibliophileSan

Interviewreeks met Nederlandstalige auteurs, dit keer: Ronald van den Broek

Hoofdstuk 31 van deze reeks. De vragen zijn dit keer voor thrillerschrijver Ronald van den Broek.
Welke boeken heeft hij geschreven? Wat zou hij in de toekomst graag nog eens schrijven?
Hoe is hij überhaupt met schrijven begonnen?
Lees het hieronder!


• Wie ben je, en waar kunnen we je van kennen? 

Mijn naam is Ronald van den Broek.
In 2014 is mijn eerste thriller 'Varkensbloed in chocolade' verschenen bij een uitgever in Amsterdam. Mijn tweede thriller 'Beschermduivel 'werd uitgegeven door uitgeverij Palmslag en heel goed ontvangen.
De samenwerking met de uitgever is zo goed bevalen dat Palmslag heeft besloten om zowel mijn nieuwste thriller 'Mijn kartonnen broer' uit te geven (per 28 februari 2019), als ook mijn debuut in een mooie heruitgave met een nieuwe cover.

 • Wat heeft je aangezet om je eerste boek te schrijven? 

Ik schreef al verhalen toen ik op de middelbere school zat en ik had altijd al het voornemen om ooit eens een “echt” boek te schrijven als ik met pensioen zou gaan.
In 2012 bedacht ik me dat ik daar niet langer op wilde en moest wachten en ben ik op een dag op de luchthaven van gewoon begonnen met schrijven. En ik kan me niet voorstellen dat ik er ooit mee ga stoppen.

• Voor wie schrijf je?

Voor iedereen die van spannende boeken van Nederlandse bodem houdt Met aansprekende hoofdpersonages, verrassende ontwikkelingen en aan het einde een kloppende en onverwachte twist.

• Hoelang doe je over de eerste versie van je verhaal? 

Naast het schrijven werk ik fulltime als jurist, dus ik neem de tijd voor een eerste versie.
Meestal anderhalf jaar.
Daarna begint het proces van herlezen, herschrijven, schrappen, wakker liggen, nog meer schrappen en herschrijven.
Gelukkig stelt de uitgever op een gegeven moment een planning op en een deadline zodat ik een punt moet zetten. Ik ben inderdaad een perfectionist.

• Ontdek je al schrijvende het verhaal of weet je van tevoren precies wat er allemaal gaat gebeuren?

Ik neem bewust tijd en afstand van mijn dagelijkse leven om een verhaallijn te verzinnen.
Ik ga een dag of vier in mijn eentje naar een voor mij onbekende stad en loop ogenschijnlijk doelloos door de straten en stadsparken en dan komen de ideeën als vanzelf.
Ook het plot moet voor een belangrijk deel uitgedacht zijn.

De rest volgt tijdens het schrijven. Ik laat de personages in mijn hoofd en op papier tot leven komen en ik ben niet te beroerd om ze te volgen als ze af en toe iets anders willen dan ik in eerste instantie had bedacht.
Ik volg altijd mijn personages.

• En dan is je verhaal af…. Wat nu? Hoe heb je het aangepakt? 

Tijdens het herschrijven van mijn manuscript begin ik al met het volgende boek. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Sterker nog, ik kan niet wachten om met een volgend verhaal te beginnen zodra de eerste versie van het vorige boek staat.

• Hoe voelt het als je je boek voor het eerst daadwerkelijk in je handen had?

Dat blijft een magisch moment. Het klinkt clichématig maar het is toch een soort kindje van je.
Het idee dat in je hoofd is ontstaan staat ineens zwart op wit en je kunt het werkelijk vasthouden.

• Ben je bezig met een volgend boek? Waar haal je de inspiratie vandaan? 

Ik ben al druk bezig met een volgende thriller die zich afspeelt in Maastricht, de stad waar ik vier jaar heb gestudeerd en gewoond.
De inspiratie van dit boek komt van verschillende (waargebeurde) moordzaken die ik in dit boek combineer tot een spannend verhaal.

• Je hebt een uitgever. Zou je niet liever zelf alles doen in eigen beheer? 

Ik ben heel blij met mijn huidige uitgever Palmslag.
Dat een uitgever in je gelooft, investeert in jouw verhaal (denk aan de redacteur die de puntjes op de i zet) en garant staat voor een kwalitatief goed product is iets wat mij een goed gevoel geeft.

Ik zie een uitgever toch als een soort keurmerk voor je boek. Ik vergeet nooit de lezer die geld uitgeeft voor mijn boek. Ze kunnen teleurgesteld zijn in het verhaal maar ze mogen nooit teleurgesteld zijn in de kwaliteit van en boek.

• Duivels dilemma: je krijgt de kans onder pseudoniem een boek te schrijven waarvan min of meer gegarandeerd kan worden dat het een bestseller wordt, óf je krijgt een contract voor een boek onder je eigen naam waarvan je weet dat het bikkelen wordt voor een paar centen. Waar kies je voor? 

Als mij verder geen beperkingen worden opgelegd dan ga ik voor de bestseller. Als schrijver wil ik dat zo veel mogelijk mensen mijn boek kunnen lezen. Of dat onder mijn eigen naam is of onder een pseudoniem maakt voor mij niet zoveel uit.

• Heb je een favoriete passage van je eigen hand? 

Dat zijn de eerste zinnen uit 'Mijn kartonnen broer': "Het grootste gemis in het leven is dat je niet weet wanneer
je sterft. Dat is waar Emil aan dacht, enkele seconden voordat zijn Skoda van de weg raakte en resoluut tot stilstand kwam, dubbelgevouwen om de stam van een grove Finse berk".

 • Heb je een quote uit een boek die je is bijgebleven? 

In het algemeen ben ik niet zo van de quotes, maar die eerste zin (zie het antwoord op de vorige vraag) blijft bij mij hangen, omdat dat iets is wat vaker door mijn hoofd spookt.

• Heb je misschien een tip voor schrijvers in de dop? 

Jezelf niet te veel beperkingen opleggen bij het schrijven, dus denk bij het schrijven niet aan je (potentiële) lezers. Schrijf een boek dat je zelf zou willen lezen. Dat werkt voor mij het beste.

• Leest jouw naaste omgeving je boeken? 

Jazeker. Ze zijn mijn grootste fans.

• Van welk boek zou je willen dat jij het geschreven had? 

Alle boeken van Michael Robotham.

• Welk boek van een andere, Nederlandstalige schrijver zou jij aanbevelen aan de lezer? 

Dat is toevallig ook een Michael, namelijk alle boeken van Michael Berg.

• Wat is je favoriete plek om te schrijven? 

Ik kan overal schrijven, dat is voor mij ook zo mooi aan het schrijverschap. Ik schrijf thuis aan tafel, op bed, op de bank, op balkon.
Maar ik vind het ook heerlijk om met veel rumoer om me heen te schrijven, dus in de Starbucks, de trein, het vliegtuig.
Eigenlijk is er geen plek waar ik niet zou kunnen schrijven.

• Luister je muziek bij het schrijven, en zo ja, waar luister je naar? 

Ja, afhankelijk van de scene.
Voor 'Mijn kartonnen broer' heb ik veel geluisterd naar Chopin omdat een belangrijk personage uit het boek daar verzot op was.
Maar ook naar George Michael voor de scenes die zich afspeelden in Londen, omdat ik zijn muziek asocieer met de sfeer in London.
Het boek waar ik nu mee bezg ben speelt zich voor een deel af in de jaren tachtig dus luister ik veel naar Duran Duran en andere toppers uit die tijd.

• Wie is je favoriete karakter uit jouw boeken? 

Mila van Efferen uit 'Mijn kartonnen broer'. Ze draagt de (meisjes)naam van mijn recent overleden moeder en het is het eerste boek dat ik in de ik-vorm heb geschreven. Dat maakt het verhaal niet alleen persoonlijker om te lezen, maar zeker ook om te schrijven.

• Als je niet in je eigen genre schreef, wat zou je dan schrijven? 

Ik wil in de toekomst zeker nog eens een fantasyverhaal of horror schrijven. Je eigen niet-bestaande wereld creëren.

• Zijn er onderwerpen of genres voor jou taboe of zijn er aspecten waar je absoluut nooit over zou schrijven? 

Er zijn geen onderwerpen taboe voor mij. Bij genres ligt dat anders, daar gaat het meer om voorkeur.

• Ben je weleens verrast als je iets van jezelf terugleest? 

Ik heb mijn boeken nog nooit in zijn geheel teruggelezen.

• Hoe kunnen we als Nederlandse schrijvers een plek vinden tussen alle buitenlandse auteurs? 

Alleen maar blijven doen waar we goed in zijn, is niet voldoende. We moeten ons als Nederlandse thrillerschrijvers nog veel beter profileren.
Zoals Thomas Olde Heuvelt aanschuiven bij een programma als de Slimste mens.
Maar er ligt ook een belangrijke rol voor de media die amper aandacht besteedt aan het Nederlandse thrillergenre.
In het buitenland kent dit genre een veel hoger aanzien.

• Welke vraag zou ik moeten toevoegen voor de volgende auteur? (En wellicht wil je daar zelf ook antwoord op geven? 

Ik zou vragen wat de belangrijkste wens is op het gebied van het schrijverschap. 
Mijn wens is dat ik ooit nog eens in de etalage van een buitenlandse boekenwinkel mijn vertaalde werk in de etalage zie liggen.  

Lees verder op mijn site

Reacties op: Interviewreeks met Nederlandstalige auteurs, dit keer: Ronald van den Broek