Blogpost: Roosje de Vries

Ismail Kadare, Kroniek van de stenen stad, 1971

Naar aanleiding van deze roman schrijf ik hieronder wat van mijn bevindingen. Het mag de naam 'recensie' niet hebben; daarom doe ik het in een blog.

Albanië, fictie, winnaar Man Booker International Prize 2005, 4/5 Ismail Kadare, Kroniek van de stenen stad, 1971 (oorspr.), 1990/2005 (vert)

Een niet nader genoemde, oude stad in Albanië is de hoofdfiguur van deze roman; en hoe vergaat het haar en haar bewoners tijdens WOII (die ook niet genoemd wordt); zij zucht onder de onderdrukking van afwisselend Italianen en Grieken, op het eind door de eigen partizanen en daarna door Duitsers. Enver Hodja wordt genoemd als de leider van de partizanen. Drie verschillende ‘bronnen’ krijgen een rol in deze kroniek: die van de jongen (jaar of 8; waarschijnlijk lijkt die wel een beetje op Kadare), dat is ook het omvangrijkste deel vd kroniek. Dan de ‘kroniekschrijver’, een zg meer objectieve kant; en de kant van de plaatselijke krant, die ‘geciteerd’ wordt: die is nog ‘objectiever’.
Objectief is natuurlijk een betrekkelijk begrip. Zeker als je een roman leest (of een film ziet ed) van een schrijver uit een dictatoriaal gergeerd land. In dit geval communistisch Albanië. Dan kun je als schrijver of filmer of kunstenaar je kritiek of je ondervindingen niet zomaar klakkeloos boekstaven. Dan verzin je een omweg of een andere wereld (het verleden, kinderervaringen (als in Iraanse films), fantasiewereld of scifi: denk aan Tarkovky’s Solaris).

Kadare heeft in deze roman het verleden van een anonieme Albaanse stad genomen. Natuurllijk werd hij in communistisch Albanië niet vertrouwd. Hij heeft  jaren in Parijs gewoond. Deze roman laat zich in zekere zin dus ‘indirect’ lezen. Er is sprake van veel symboliek en van paradoxen (vermoed ik): de stenen stad is oud en heeft eeuwen bescherming geboden aan haar bevolking; dat lijkt ineens afgelopen.
Het ‘indirecte’ krijgt ook vorm omdat een deel van de kroniek de belevenissen volgt van een jongen (geen volwassene!). Het lijkt een wat afstandelijk boek, met veel stereotypen (de karakters vd verschillende personages), maar wel schitterend beschreven.

Dit is de eerste Albanese schrijver die ik lees. Er is natuurlijk een groot cultuurverschil. Ik weet niets van Albanië. De namen van de mensen zijn me totaal vreemd; ik weet in eerste instantie niet of het gaat om een man of een vrouw. Omdat de hoofdpersoon een kind is, kun je je als lezer ook ‘kinderlijk’ opstellen. Het is niet erg dat je als westerse lezer er niet direct iets van snapt; dat doet de jongen namelijk ook niet. Bovendien, dat zei ik al, de beschrijvingen van de stad en de mensen zijn prachtig en beeldend. Daarom 4/5; wellicht verdient het boek 5/5.

Ik ga meer van Kadare lezen.

Kadare woont sinds 1999 weer in Albanië, maar heeft nog een pied a terre in Parijs.

Ik citeer voor het gemak Johan Snel uit Trouw, 25/06/05 “De grootste literator van Albanië werd geboren op een steenworp afstand van Europa's meest danteske dictator, Enver Hoxha. In de roman komen ze beiden voor: Kadare als het jongetje dat de oorlog als één lang avontuur beleeft en Hoxha als de communistische partizaan die aan het eind plichtmatig zijn sociaal-realistische opwachting maakt. Maar de echte hoofdpersoon is de stenen stad zelf, Gjirokastër, een wereldwonder dat verscholen ligt tussen de bergen van Zuid-Albanië. Halverwege het boek wordt een Britse bommenwerper neergeschoten en warempel, in een verloren hoek van de citadel staat in de buitenlucht een vliegtuig te vergaan, als een herinnering aan de hoogtijdagen van de Koude Oorlog.”

En uit Wikipedia 20/02/2016: “Kadare heeft in een groot aantal van zijn boeken de werking van dictaturen laten zien, waarbij hij als oer-dictatuur vaak het Ottomaanse Rijk als onderwerp koos. Rechtstreekse kritiek op het bewind in eigen land, toen dat nog met de stalinistische leider Enver Hoxha en diens opvolger Ramiz Alia te maken had, leverde hij slechts met mate. Weliswaar werden enkele van zijn boeken in Albanië blootgesteld aan zware kritiek of geheel verboden, Kadare genoot een zekere bescherming van hogerhand en kon zich meer kritiek permitteren dan anderen. Zijn beschermde positie was mede te danken aan zijn bekendheid in het buitenland. Ook wordt vaak gewezen op een speciale band die hij zou hebben gehad met Hoxha, die net als Kadare uit Gjirokastër kwam en die als een van de weinige Oost-Europese leiders van literatuur hield. Kadare heeft Hoxha overigens slechts één keer ontmoet.” En:” Kadares werk speelt zich vaak in een historische context af. Centraal in zijn werk staan de legenden en balladen van de Balkan, die van Albanië in het bijzonder, in welke traditie Kadare ook de epossen van Homerus plaatst, waarnaar hij regelmatig verwijst. Motieven die in zijn boeken vaak terugkeren zijn bloedwraak, afgunst en geruchten. Het decor is daarbij meestal winters en kil.”

Reacties op: Ismail Kadare, Kroniek van de stenen stad, 1971