Blogpost: Reinder de Jager

Ithaca

92af7d84935f0af537676920f55c30fc.jpgOpgedragen aan mijn zoon Jorrit en schoondochter Dagmar die een jaar lang op wereldreis gaan.

Ik ben niet vaak (zeg maar: nooit) ‘op reis’ in de letterlijke zin van het woord. Ik ben niet zo’n reiziger, dat zal ik van mijn vader hebben. Er is vast een logische verklaring voor. Het doet daarom misschien wat vreemd aan, dat juist ik hier bespiegelingen over reizen houd. Er is echter een merkwaardige overeenkomst tussen reizen en lezen: al lezend kom je nog eens ergens, en al verzet je geen stap, je geest richt zich op ongekende horizonten. De Nederlandse Spoorwegen hebben dat heel juist gezien, toen zij de Boekenweek omarmden. Ik heb van jongs af aan mij teruggetrokken, mijn neus in de boeken; niet voor niets dat Juffrouw Serlé (vierde klas van de lagere school) in mijn kerstrapport schreef: “concentratie kan beter, Reinder droomt weg”. Met mijn concentratie was natuurlijk niks mis – concentratie waarop, dat is de vraag. Laten we het maar zo zeggen: ik reis wat af in mezelf  –  ik word er moe van.

Het is daarom ook niet verwonderlijk dat verhalen over reizen zo’n beetje de oervorm van literatuur zijn. Reizen en literatuur zijn dus nauw verweven, als je leest ben je ook op reis. Wie veel boeken meeneemt onderweg, is dubbel op reis; twee halen, één betalen – Hollandser kan het bijna niet, in den vreemde. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat verhalen over reizen zo’n beetje de oervorm van literatuur zijn, dat veel verhalen, films en romans in feite reisverhalen zijn in de ruimste zin des woords – van de eenvoudige whodunit als speurtocht naar de dader, van roadmovies, tot aan het Gilgamesj Epos aan toe, het oudste literaire werk dat wij kennen. Vanaf de uitgangssituatie, via allerlei omwegen, onder gevaarlijke omstandigheden, langs ravijnen, ondanks verleidingen komt de held – komen wij – misschien waar we wezen moeten. Er laat zich een vast stramien hierin herkennen. Als wij ons vereenzelvigen met de held en zijn verhaal, gebeurt er niet zelden iets heel wonderbaarlijks: de reis wordt een metafoor voor onze eigen reis door het leven. Er wordt in ons hoofd een wissel omgezet, waardoor onze trein over ander spoor gaat. Het verhaal is niet langer zomaar een verhaal, maar ons verhaal geworden. Hoe wij reageren op gevaren onderweg, hoe wij verleidingen weerstaan: het leert ons iets over onszelf en over de weg die wij gaan. Deze mogelijkheid tot vereenzelviging – het is nog net geen transsubstantiatie – is misschien niet het enige wat literatuur tot literatuur maakt; zij is wel een belangrijk onderdeel van dat mysterie.



Lees verder op mijn site

Reacties op: Ithaca