Blogpost: Nico van der Sijde

'je moet je leven veranderen' (Peter Sloterdijk): onnavolgbaar, maar heel inspirerend

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk is even beroemd als berucht: veel mensen vinden zijn boeken meeslepend en origineel, maar minstens evenveel anderen vinden dat Sloterdijk alleen cryptische flauwekul verkoopt. Zijn zojuist vertaalde boek Je moet je leven veranderen roept vast dezelfde gemengde reacties op: het is naar mijn smaak echt een formidabel boek, maar ook erg associatief en onnavolgbaar, vol gedachtesprongen en ingewikkelde metaforen, en erg ingewikkeld. Niet samen te vatten, eigenlijk. Soms ook niet te begrijpen. Maar wel geweldig inspirerend en verrijkend, voor mij althans.

De titel is ontleend aan een gedicht van Rilke, dat abrubt en onverwacht eindigt met de directieve zin 'Je moet je leven veranderen'. Van een bepaald oud-Grieks beeld van Apollo, een gespierd torso zonder hoofd, gaat volgens Rilke een appel uit aan de lezer: iedereen die echt de schoonheid en de in het beeld samengebalde oerkracht tot zich neemt zou (volgens Rilke) de confrontatie moeten voelen met iets oneindig superieurs en subliems, iets dat ver uitstijgt boven het leven zoals we dat menen te kennen. Dus zou iedereen bij het zien van zo'n kunstwerk de aandrang moeten voelen zijn leven totaal te transformeren. Sloterdijk noemt dit een 'verticale spanning': de als onontkoombare noodzaak gevoelde drang om je eigen niveau te verhogen, om jezelf tot in het oneindige te overtreffen. En Sloterdijk analyseert deze verticale spanning op even geniale als ook soms discutabele (maar altijd inspirerende) wijze aan de hand van schrijvers als Rilke, Nietzsche, Kafka, Foucault, Cioran en Wittgenstein, maar ook aan de hand van Oosterse en Westerse religie, sport, gehandicapten die hun eigen handicap overwinnen, de sofisten die voortdurend hun welbespraaktheid trainden, kunstenaars die hun techniek bleven oefenen en oefenen en oefenen, enzovoort.

Wat Sloterdijk vooral fascineert is het motief van 'trainen' en 'oefenen', al dan niet samen met een leraar of trainer. Een asceet of een sectarische monnik bijvoorbeeld 'traint' zichzelf door allerlei ingewikkelde oefeningen om het gangbare leven af te wennen, en raakt zo 'in vorm' voor een hoger bestaansniveau. Zo ook de fakir of de yogi. Een sporter traint zichzelf door dagelijkse oefening en raakt zo in vorm voor een hoger en soms zelfs ongekend prestatieniveau. Ene Carl Hermann Unthan, geboren zonder armen, leerde zichzelf door veel oefenen om goed viool te spelen met zijn voeten, een ogenschijnlijk onmogelijk en al te groot doel. Het 'Uebermensch-motief' bij Nietzsche is (in de vrij eigenzinnige Nietzsche-interpretatie van Sloterdijk althans) vooral bedoeld als een visioen waarin de mens, met dezelfde hardnekkigheid als de asceet, zichzelf oefent tot zelfovertreffing: van mens tot bovenmens. En Nietzsches eigen werk was een soort oefening in nieuw denken, dat al het vorige denken moest overtreffen.

In al dit soort fenomenen herkent Sloterdijk dus het appel 'Je moet je leven veranderen'. Dat is dan steeds een drastische verandering: Sloterdijk noemt het een 'streven naar het onmogelijke', een najagen dus van ongekend hoge doelen. En vooral van hoge persoonlijke doelen: het appel is niet 'je moet het leven veranderen', maar 'je moet jouw leven veranderen'. Die verandering (en het bijbehorende oefenen en trainen) gaat volgens Sloterdijk ook oneindig door: het gaat hem niet om het bereiken van een welomschreven hoger doel, maar om het oneindige streven naar zelfverbetering. Sloterdijk hecht dus geen enkel geloof aan collectieve hogere waarheden, en in die zin is hij anti-religieus. Alle collectieve oefening, bijvoorbeeld de wijze waarop het communisme iedereen naar zijn ideaalbeeld drilt, is het tegendeel van wat Sloterdijk beoogt. Hij vindt het ook onzin om alle verworvenheden van de westerse maatschappij overboord te zetten, zoals bepaalde bewegingen willen, en hij benadrukt dat we aan die maatschappij veel welvaart en reden tot tevredenheid kunnen ontlenen. Maar toch vindt hij het ook in de moderne wereld van groot belang om jezelf toe te (laten) roepen 'je moet je leven veranderen', en om te zoeken naar nieuwe mogelijkheden jezelf te oefenen en te trainen, en daarbij gedreven te worden door onmogelijke doelen.

Tussen de regels door geeft Sloterdijk daarvoor allerlei vooral esthetische redenen: hij lijkt de mens als een kunstwerk te willen zien, een kunstwerk dat zichzelf steeds verder vervolmaakt, en hij vindt het volgens mij gewoon te banaal en te lelijk om het idee van voortdurende zelfovertreffing op te geven in ruil voor tevredenheid. Hij houdt meer van de onvrede die steeds het hogere zoekt, gewoon omdat dit zoeken een permanente bron is van inspiratie en nieuwe bronnen van energie aanboort. 'Wie niet gegrepen wordt door het al te grote, behoort niet tot de soort homo sapiens. Tot haar behoorde al de eerste jager in de savanne die zijn hoofd optilde en begreep dat de horizon geen veilige grens is maar de poort waar de goden en gevaren door naar binnen komen', zegt Sloterdijk. Iemand die niet deze fascinatie voor het 'al te grote' voelt is volgens Sloterdijk gewoon een ingeslapen sukkel. Maar op het eind van het boek blijkt Sloterdijk ook een ethische inzet te hebben: allerlei economische en ecologische crisissen tonen aan dat we niet door kunnen gaan met het leven zoals we het nu leven, en dat iedereen van ons dus zijn leven op zijn persoonlijke wijze zal moeten afstemmen op het voortbestaan van de planeet. En dat vraagt van ons allemaal de inzet om nieuwe, nog onbekende richtlijnen en leefgewoonten uit te vinden en onszelf daarin te trainen. We moeten onszelf overtreffen, anders overleven we niet.

Deze laatste persoonlijke oproep aan ons allen is natuurlijk nog niet erg concreet, hoe verdedigbaar de oproep ook is. Ik had dus graag wat meer concrete invulling gezien van hoe we ons dan kunnen 'oefenen', en in welke soort gewoonten dan precies. Ook is Sloterdijk vaak erg tegendraads en moeilijk te volgen, zeker als hij over filosofen als Nietzsche en Foucault begint. Maar als je bereid bent zijn associaties te volgen (en je ongeloof - dus bijvoorbeeld de vraag: klopt het wel wat hij hier over Nietzsche zegt- op te schorten), dan krijg je wel een enorm inspirerend boek cadeau. Met ook een inspirerende oproep: de oproep om je eigen bestaan permanent ter discussie te stellen en jezelf voortdurend op nieuwe wijze te trainen en te oefenen, en daarbij nooit je fascinatie voor het 'al te grote' te verliezen.

Reacties op: 'je moet je leven veranderen' (Peter Sloterdijk): onnavolgbaar, maar heel inspirerend