Blogpost: Nico van der Sijde

Lees Calvino, mensen!

Ik zie in dit onvolprezen forum juichkreten bij Pamuk, Perec, Mitchell en Murakami, maar weinig reacties bij de toch zeer met deze schrijvers verwante Calvino. Tijd dus om wat lawaai te maken! Waarbij ik niemand mijn smaak wil opdringen, maar waarbij ik ook niet van plan ben mijn enthousiasme te verbergen. Calvino is (net als de schrijvers die ik hierboven noem) bij uitstek een speler. De mens is pas waarlijk en volledig zichzelf wanneer hij speelt, zei Schiller ooit, en Calvino lijkt dat met hem eens te zijn.

Het verhaal in Het kasteel van de kruisende levenspaden bijvoorbeeld draait om de de beeltenissen van het tarok-kaartspel en de toevallige perspectieven die daaruit voortkomen, en daarnaast speelt Calvino op originele manier met motieven uit de ridderroman Orlando Furioso; Als op een winternacht een reiziger bestaat uit een speelse aaneenschakeling van allemaal (fictieve) romanfragmenten in verschillende stijlen, en de hoofdrol wordt vervuld door, jazeker, de lezer en de lezeres; De onzichtbare steden bestaat uit allemaal korte prozagedichten over verschillende fictieve, utopische en meestal gedroomde steden. De vorm is dus steeds speels, afwijkend, origineel, onverwacht: conventie moet wijken voor spel. Zo ook in het verhaal 'De baron in de bomen' (uit Onze voorouders), waarin ene Cosimo in een boom klimt en daar zijn hele leven blijft. Vanuit die boom ziet Cosimo de dingen anders dan toen hij nog op de grond stond; hij ziet ze als nieuw, en is met dat nieuwe perspectief zo blij als een kind. Daarom wil hij ook die boom nooit meer uit. Precies daar gaat het Calvino steeds om: de blik van een beginner, van een kind, de speelse en onbevangen blik die de wereld als voor de eerste keer ziet. Niet de zwaarte van de afgesleten begrippen, maar de lichtheid van het nieuwe speelse perspectief. Zoals Marcovaldo die, in het gelijknamige boek, blij is als een kleuter wanneer hij een paddestoeltje ziet dat groeit in een spleet in het beton, en die vol vreugde in zijn handen klapt als hij zeepbellen ziet die voor even de grauwe stad opvrolijken. Of zoals de aandoenlijke Palomar, die, in het gelijknamige boek, zijn eigen afgestompte ogen opnieuw wil leren kijken naar zelfs de gewoonste en meest alledaagse dingen. 'De blik van mijnheer Palomar blijft waakzaam, beschikbaar, verstoken van elke zekerheid', schrijft Calvino. Het is dus de blik van de ongewapende beginner, die maximaal ontvankelijk is voor frisse en verrassende perspectieven.

In Zes memo's voor het volgende millenium, naar mijn smaak een van de prachtigste essaybundels ooit over de waarde van literatuur, zegt Calvino dan ook mooie dingen over zwaarte en lichtheid. Zwaarte is de verstening van gevestigde meningen en begrippen, de eenvormigheid van grote metropolen, de grauwheid van afgekloven politieke platitudes. Zwaar is wat vast ligt en niet meer beweegt. Licht daarentegen is de beginner met een beweeglijke geest, en de gevleugelde verbeelding van de dichter: ook juicht Calvino om de lichtheid van sprookjesfiguren zoals elfjes, feeen, en prinsen op vliegende tapijten. Die lichtheid is ook de inzet van zijn eigen boeken, het mooist misschien in De onzichtbare steden. De vermoeide Kan , de machthebber die alles al gezien meent te hebben, wordt in dat boek helemaal euforisch van de verhalen van Marco Polo, de ontdekkingsreiziger met onbevangen blik, die allerlei nieuwe verhalen te vertellen heeft over onbekende steden. Sommige steden zijn overduidelijk speelse verzinsels: steden die geheel uit waterbuizen bestaan zodat waternimfen geheel nieuwe vormen van spel en genot kunnen ontdekken; steden bevolkt door griffioenen en chimaera's; veranderlijke steden die 'door de jaren heen steeds vorm blijven geven aan verlangens'; een stad met fijne torenspitsen waarop de maan rust, en waar die maan de stad het 'voorrecht geeft te groeien in lichtheid'; steden waar 'herinneringen worden uitgewisseld bij elke zonnewende en elke nachtevening'. Of ook de verborgen stad Marozia, stad vol met zwaluwen 'naar elkaar roepend als in een spel'. En natuurlijk staan die zwaluwen dan bij uitstek voor lichtheid en blijdschap om die lichtheid. Niet iedereen ziet zulke steden: daarvoor is een creatieve en onbevangen blik nodig. Maar zo'n blik is misschien zelfs in de meest deprimerende stad al genoeg. Dan ontdek je als het ware een onzichtbare gedroomde stad die zich als mogelijkheid verbergt in de al te werkelijke, al te grauwe stad. En over die ontdekking zegt Calvino dit: 'Misschien is de blik, het antwoord, het teken van iemand al genoeg, is het genoeg dat iemand iets alleen maar voor zijn plezier doet en dat plezier met iemand anders wil delen; op dat moment veranderen alle ruimten, alle hoogten, alle afstanden, de stad neemt een andere gestalte aan, wordt helder als kristal, doorschijnend als een libelle. Maar alles moet gebeuren als bij toeval'.

Kijk, daar hou ik nou van. De wereld is natuurlijk een tranendal en de realiteit is natuurlijk een blok gewapend beton. Dat weet Calvino ook wel. Maar in zijn boeken breekt hij steeds door alle conventies heen, en zoekt hij naar spleten in het beton en glimpen van een gedroomde stad vol lichtheid. Lezers die van spelers als Perec, Mitchell en Pamuk houden, moeten volgens mij ook houden van Calvino. Hoe dan ook mensen: laat je niet neerdrukken door zwaarte en kies de lichtheid; lees Calvino!

Reacties op: Lees Calvino, mensen!