Blogpost: Bert van Brakel

Leven in de breedte; De tandeloze tijd

Adrianus (Adri) Franciscus Theodorus van der Heijden, ook wel bekend als A.F.Th. (met of zonder ‘van der Heijden’) kennen de meesten van ons van zijn requiemroman ‘Tonio’, die gaat over zijn veel te vroeg overleden zoon. Van der Heijden weet wel raad met requiems, zo verschenen eerder al requiems over zijn vader (‘Asbestemming’), over bekenden van vroeger (‘De Sandwich’) en over de dood van een neef (‘Weerborstels’), dat als Boekenweekgeschenk verscheen in 1992 en een ‘intermezzo’ (van ‘De tandeloze tijd’) als subtitel meekreeg.

En nu ben ik waar ik wezen wil: de prachtige trilogie ‘De tandeloze tijd’.
Een trilogie die tot op heden uit maar liefst 5, waarvan 4 lijvige delen bestaat (deel 3 bijvoorbeeld is gesplitst in 2 boeken van ieder zo’n 800 pagina’s), een proloog en een intermezzo. Bovendien verscheen in 2009 de roman (in het kader van de week van het spannende boek volgens mij) ‘Doodverf’, waarvan de inhoud al was verschenen in ‘Onder het plaveisel het moeras’ (het tweede boek van deel 3).

In deze trilogie toont Van der Heijden zich voor mij de meester van de metafoor, en het thema ‘leven in de breedte’ (het langer maken van de duur van het leven door elke seconde te verbreden) wordt door de pen van de meester eer aan gedaan. Het mag vanzelf spreken dat de gehele trilogie niet chronologisch verloopt, maar dat er in de afzonderlijke delen flink vooruit of achteruit in de tijd wordt gesprongen. Dat maakt de verhalen alleen maar mooier, want mooi geschreven verhalen zijn het. Als je aan deze trilogie begint lees je een avonturenroman, een coming-of-age-roman, een (semi) autobiografische en een psychologische-filosofische roman in één.
Van der Heijden schrijft niet zomaar, nee, hij drenkt zijn pen in de inkt, schrijft een aantal regels, die hij later bijschaaft, weggooit, weer opnieuw gebruikt, net zo lang tot de zinnen hem bevallen. Er kunnen jaren over heengaan voor hij een verhaal af heeft en misschien is hij dan nog niet tevreden, maar laat hij het dan eindelijk toch in die versie definitief publiceren.

De hoofdpersonen in de verhalen zijn:
Albert Egberts, Flix Boezaardt en Thjum (Theo)Schwantje, oftewel A F Th. Zij groeien op in Geldrop, gaan later studeren in Nijmegen, Amsterdam en Den Bosch, verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar weer tegen, enzovoorts (ik kan moeilijk duizenden pagina’s hier gaan samenvatten). Tussendoor zijn er vele subverhalen en subplots om een schitterend beeld te krijgen van de jaren zestig en zeventig in Nederland, daar komt het op neer.

Ik heb in de bundel ‘De beste spannende verhalen uit Nederland en Vlaanderen’, samengesteld door René Appel en Tomas Ross, het verhaal ‘Pompeji Funebri’ gelezen, waarin Flix Boezaart nog Lex Patijn heette en Thjum Schwantje heette toen nog Jody Katan. God weet uit welk jaar die versie was, die later opgenomen is als een hoofdstuk met nog wel steeds dezelfde naam (Pompeji Funebri) in ‘Onder het plaveisel het moeras’. Dit vertel ik alleen maar om aan te geven, dat de schrijver heel lang en heel goed nadenkt over elk detail.
Tot slot even de openingszinnen uit deel 1 van de trilogie (‘Vallende ouders’):
Catastrofes treden zelden in hun eentje op. Het liefst overvallen ze je in groepsverband. Ze trommelen elkaar op en kondigen elkaar aan; de ene ramp is jobsbode namens de andere. Op zekere nacht schieten ze allemaal tegelijk als paddestoelen uit de grond, om de volgende ochtend al hun hoed leeg te schudden. Zo laat elke catastrofe zijn sporen na in de gedaante van reeksen nieuwe catastrofes. Ze vormen één grote familie, wijd vertakt maar hecht; een maffia van giftige zwammen… een heksenkring die zich als een strop steeds nauwer om je sluit…
(was getekend A.F.Th. van der Heijden)

Gauw gaan lezen die trilogie; doen!

(eerder verschenen op dizzie.nl)

Reacties op: Leven in de breedte; De tandeloze tijd