Blogpost: Nico van der Sijde

Mijn boekenjaar 2018

Ook 2018 was weer een mooi boekenjaar. Op goodreads ziet dat er zo uit:
https://www.goodreads.com/user/year_in_books/2018/8382231. Oftewel: 46 boeken met gemiddeld HEEL veel bladzijden, en flink wat "vijf sterren scores". Dat laatste heeft met mijn blij ei- enthousiasme te maken, maar ook met mijn gewoonte om boeken die afstevenen op b.v. 2 of 3 sterren acuut te laten liggen na maximaal vijftig bladzijden.

Wat waren de meest felle highlights? Nou, daar zaten veel herlees-boeken bij. De Toverberg van Mann, De aanslag van Mulisch, Lolita van Nabokov dat ik zelfs voor de derde en vierde keer herlas. Al die drie boeken herlas ik in het kader van aanstekelijk enthousiaste Hebban- leesclubs, waarin iedereen elkaars pret verhoogde met "moet je horen, heb je DIT ook gezien"- achtige berichten. Door die leesclub-pret werd het herlezen een nog groter feest dan het normaal gesproken al zou zijn geweest. En dat wil wat zeggen: Mann overweldigt immers op zichzelf al door zijn ironie en ideeenrijkdom, Mulisch door zijn grillige en bijna alchemistische meerduidgheid en raadselachtigheid, en Nabokov door zijn overweldigende ambigue rijkdom van stijl en vorm, de intensiteit van zijn esthetische vervoering, en de netvliesscheurende schoonheid van zijn stijl. Maar ja, binnen een leesclub zie je dan NOG meer en geniet je NOG heftiger.

En toch waren mijn twee meest ultieme lees- en herleeservaringen dit jaar leesclubloos: dat waren "In de schaduw van meisjes in bloei" en "De kant van Guermantes" van Marcel Proust. De grootste schrijver aller tijden, naar mijn smaak: ik ken in elk geval geen enkele andere schrijver die mij zo sterk in meditatieve modus brengt, die mij zo sterk vervoert in werelden vol onconventionele schoonheid, mij zo sterk dwingt om af te dalen in onbekende werelden, en die mij vervolgens met zoveel verwondering laat kijken naar de wereld die ik meende te kennen maar die na lezing van Proust geheel nieuw lijkt. Voor even ben ik beter dan ooit in staat te genieten van zelfs het meest normale park of bos, voor even ben ik veel meer gezegend met delicaat gevoel voor de verborgen grilligheden en subtiliteiten in mijn medemens. "In de schaduw van meisjes in bloei" is opnieuw vertaald, de rest van de cyclus is na jaren van onbeschikbaarheid eindelijk weer te krijgen: ik eindigde 2018 met deze twee Prousten, deel 2 en 3 van zijn zevendelige cyclus,en in 2019 ga ik verder met deel 4 t/m 7. Zodat de hoogtepunten voor 2019 ook vast staan. Want er is veel prachtigs geschreven, maar niemand kan op tegen Proust!

Ik genoot ook zeer van Parallel Stories van Peter Nadas: een ongelofelijk dik, gedetailleerd en gefragmenteerd boek waar, op bijna Musil- achtige wijze, bijna micro-realistisch geschreven wordt over elk detail in het denken en voelen van de personages. Die gedetailleerdheid, dat schrijven met microscopisch gevoelige pen en aandacht voor alle meerduidige en veranderlijke facetten in onze binnenwereld en buitenwereld, vond ik echt een openbaring. Een prachtig statement ook: de roman laat allerlei levens zien die door fascistische en communistische dictatuur zijn verdrukt, en die micro- realistische aandacht is een uitvergroting van precies die pluriformiteit die door dictaturen wordt verdrukt. Ook genoot ik zeer van - en werd ik enorm verrast door- Nederhalfrond van Johan Herrenberg: een monumentaal debuut en magnum opus tegelijk. Poetisch, experimenteel EN verhalend; verontrustend dystopisch EN door de sprankelende stijl enorm inspirerend en hoopgevend; een verontrustende analyse van onze niet bijster hoopgevende werkelijkheid en tegelijk - alleen al door de originaliteit van zijn stijl en vorm, en de denderende klankrijkdom van zijn taal- een enorm opvrolijkende zoektocht naar nieuwe wegen en perspectieven. Jubelend las ik ook "De passie volgens G.H." van Clarice Lispector: een roman waarin het doden van een kakkerlak, en de daaruit volgende ontdekking dat wij allemaal van dezelfde gore materie zijn gemaakt als die creperende kakkerlak, aanleiding is voor een bijna afgrondig paradoxale, mystieke, negatief- theologische reflectie op de onpeilbare ambiguiteit van ons aller bestaan. 

In 2018 ontdekte ik ook het werk van Andre Aciman, die net als ik een enorme Proust-liefhebber is, en die prachtig kan schrijven over anticiperend verlangen naar een gedroomde toekomst en snakkend nostalgisch terugverlangen naar een verloren verleden dat nooit plaats had. "The enigma variations" vond ik een schitterende roman over de veelvormigheid van de liefde, "Call me by your name" las ik ook met plezier (naar aanleiding van de verfilming, trouwens), en zijn essaybundels "Alibi's" en "False papers" las ik met veel vreugde. Heerlijk vond ik het ook om Gerald Murnane te ontdekken, vooral "The plains", een prachtige roman in de stijl van Calvino en Borges over de oneindige oningevulde uitgestrekte vlakten in ons hoofd. En al even heerlijk vond ik mijn kennismaking met Henry James als romancier: de ongelofelijk subtiele psychologie van "Portrait of a lady" was voor mij een openbaring, want buiten Proust had ik nog nooit iemand gezien die zo precies kan schrijven in zulke lange en meanderende zinnen over zoveel verschillende aspecten in onze meanderende psyche. En ook "What Maisie knew" vond ik schitterend: prachtig hoe het niet- begrijpende perspectief van een kind, geparafraseerd door de ironische blik van de verteller, ons laat zien hoe enorm niet- begrijpelijk de wereld kan zijn. Ja, volgend jaar wil ik meer lezen van James. En ook van Aciman en Murnane. Ook trouwens van Joseph Roth van wie afgelopen jaar een mooie vertaalde verhalenbundel verscheen, "De buste van de keizer". Geweldig toch hoe Roth werelden van weemoed kan oproepen in een paar zinnen, in zijn romans, zijn reportages en zijn verhalen: deze verhalenbundel vond ik bijna net zo prachtig als de "Radetzkymars", een van mijn meest favoriete boeken ooit. En ook wil ik volgens jaar meer van Robert Walser, want het in 2018 vertaalde "De rover" was weer een triomf van onaangepaste en ongrijpbare schrijverij. Prachtig toch, hoe die kinderlijke personages van Walser diep tragisch zijn door hun onvermogen om in onze wereld te passen, en tegelijk diep benijdenswaardig door hun vermogen aan die wereld te ontsnappen. Ook "slapende herinneringen" van Patrick Modiano wil ik memoreren, want Modiano is Modiano is Modiano: al zijn boeken lijken op elkaar door hun mistige weemoed, maar vooral door hun torenhoge kwaliteit.

En in 2019 wil ik ook meer lezen van Elias Canetti. Afgelopen jaar las ik dan eindelijk zijn magnum opus "Massa en macht", en meteen daarna de aforismenbundels "Wat de mens betreft" en "Het boek tegen de dood" plus de essaybundel "Het geweten van de woorden". Geweldige boeken, door hun genadeloze analyse van macht en van onze eigen neigingen tot machtsuitoefening. Boeken bovendien waarin op prachtige wijze een appel gedaan wordt om de macht van zijn angels te ontdoen, en om te protesteren tegen de alomtegenwoordige dood. Wat Canetti dan doet door te kiezen voor pluriforme, vaak aforistische vormen, en door zijn  niet aflatende pleidooi voor "Verwandlung": het vermogen van schrijvers om in andere personen of wezens te veranderen, om zodanig zich empathisch in het andere te verplaatsen dat je het andere wordt, om juist het kleine en pre- rationele voorop te zetten. Door dat alles poogt Canetti te ontkomen aan de eenduidgheid van de macht en de verstarring door de dood. Nee, met Canetti ben ik nog lang niet klaar: ten eerste heb ik nog niet alles van hem gelezen, ten tweede is hem herlezen vast geen straf. 

In 2018 las ik bovendien drie boeken van Halldor Laxness: het sublieme "The world light", het bizar- komische "The atom station", en zijn vroege maar ook heel goede roman "The great weaver from Kashmir". Alles wat van Laxness is vertaald in Nederlands en of Engels heb ik nu dus gelezen. Maar ik wil zeker ooit een rijtje boeken van hem herlezen, wie weet in 2019 al. Zeer fraai was ook het omvangrijke "Tussen drie plagen" van Jaan Kross: een geweldige historische roman over een door pest en oorlogen vergeven periode uit de Estlandse geschiedenis, tegelijk ook een retespannend avonturenboek, een ontroerend liefdesboek, EN een diepgravende reflectie over hoe te leven in een wereld waarin God ondoorgrondelijk en onpeilbaar is en waar existentiele nood hoogtij viert. Ik ken Jaan Kross slecht: dat moet ooit veranderen. En tenslotte waren ook "De hoofdstad" van Robert Menasse, "Tijl" van Daniel Kehlmann en "De uitvreter/Titaantjes/Dichtertje" van Nescio te fraai om niet te noemen. Vooral "De hoofdstad", omdat daarin een swingende satire op de Brusselse bureaucratie en baantjesjagerij zo mooi gecombineerd wordt met een ontroerend utopische lofzang op de zo idealistische pan- Europese gedachte, die door deze bureaucratie zo bruut wordt verkwanseld. 

Kortom: veel moois herlezen, veel moois ontdekt. Herrenberg, James, Murnane en Aciman waren het afgelopen jaar mijn grootste ontdekkingen. En het meest ultieme genot had ik, eind dit jaar, bij het herlezen van Proust.

Reacties op: Mijn boekenjaar 2018