Annerieke de Vries Auteur

Blogpost: Annerieke de Vries

OK SPOT 1

Het eerste kwartier als teamleider op een OK
Van mijn eerste werkdag als onervaren teamleider op een operatieafdeling droom ik nog weleens als ik zwaar getafeld en flink gedronken heb. Ik neem je mee terug in de tijd.
Om negen uur stap ik mijn nieuwe organisatie binnen. De operatieassistente die mij ontvangt, windt  er geen doekjes om. Ze brengt me naar het kantoor waar ik mijn kunsten mag gaan vertonen en overhandigt me een sein. Ik pak het automatisch aan en steek het zo nonchalant mogelijk in de zak van mijn OK-pak.
‘Zo. Ik ben er klaar mee,’ zegt ze. ‘Als ik jou was zou ik die collega teamleider van je aan het werk zetten. Hij is er nu een maand en voert nog steeds niets uit.’
Ze kijkt me strak aan. Zie ik medelijden in haar ogen?
‘Ik doe het in ieder geval niet meer,’ zegt ze resoluut en als ze zich omdraait hoor ik nog zacht: ‘Sorry.’
Ik kijk om me heen. Door enorme stapels papier, mappen en andere spullen kan ik met moeite twee bureaus en een tafel waar vier stoelen om heen staan onderscheiden. Ik loop terug, de gang op en zie uit de laatste deur een kleine gedrongen vrouw met een stethoscoop om haar nek komen.
‘Ben jij die nieuwe teamleider?’ roept ze van afstand. ‘Zorg dat er voldoende sets zijn! We moeten weer een patiënt afzeggen. O, en die stoel moet naar de andere locatie. Daar is een ogenprogramma. Nu!’
Met pittige stappen verdwijnt ze weer.
Sets? Wat erg, een patiënt afzeggen. Stoel? Bedoelt ze dat logge ding dat op de gang staat? Planning? Als het sein in mijn zak luid begon te piepen, realiseer ik me dat ik niet gevraagd heb met welk nummer ik het ding kan opnemen. Ik krijg de neiging om me om te draaien en hard naar huis te rennen. Ik spreek mezelf even stevig toe en ga dan op zoek naar de koffiekamer in de veronderstelling dat ik daar mijn collega teamleider van de anesthesie zou vinden.
De koffiekamer is aan het einde van de gang tegenover de deur waarachter de ‘aardige’ anesthesiste is verdwenen. Alle stoelen in de ruimte zijn leeg en ik wil me net omdraaien als ik luid gesnik hoor. Verscholen achter een pilaar midden in de koffiekamer zit een medewerkster heftig te snotteren. Ik aarzel even en loop dan naar haar toe.
‘Ik ben Annerieke,’ stel ik mezelf voor. Ze kijkt me met rode ogen aan. Ik heb het gevoel dat ze me niet kan plaatsen.
‘De, eh nieuwe teamleider,’ verklaar ik me nader, wat onwennig mijn functie noemend.
De vrouw veert overeind en haalt luid haar neus op. ‘Ik trek het niet meer en jij moet me toestemming geven om naar huis te gaan.’ Haar stem is onverwacht krachtig. Ik vraag me vertwijfeld af waar ik beland ben en hoor tot mijn opluchting de deur opengaan.
‘Zo, ben je er?’
Een robuuste vent met snor en wild haar dat onder zijn pet uitkomt, loopt op me af. Hij pakt mijn hand, stelt zich voor als WoestHaar en laat niet meer los. 
‘Kom,’ zegt hij en trekt me richting de deur. Als we op de gang zijn kijk ik achterom naar de snikkende vrouw. Ik voel een duw in mijn rug.
‘Laat gaan, die is gek. Geen aandacht geven dan houdt ze vanzelf op,’ zegt de man met wie ik samen de afdeling moest gaan leiden.
Nu, bijna twintig jaar later, weet ik dat dit eerste kwartier tekenend is voor een turbulent leven als leidinggevende in het middenkader.

Reacties op: OK SPOT 1