Blogpost: Roderick Leeuwenhart

Opgejaagd door de Thin White Duke

David Bowie is dead.

Vorige week verscheen een site waarop je kunt zien wat Bowie deed op jouw leeftijd. Daar kwam dan onveranderlijk iets uit waarvan het schaamrood je op de kaken groeit, een stunt of muziekstuk die jouw leven in een armzalig daglicht stelt. Als hij dát al deed toen hij 32, 26, 19 was, dan zijn wij weinig interessants met onze tijd aan het doen. Het gevoel opgejaagd te worden is haast onvermijdelijk.

Weken hiervoor bezocht ik de David Bowie Is tentoonstelling in Groningen. Daar kwam vooral naar voren hoe zoekend de man was geweest naar iets, alles, wat dan ook – als het hem maar tot het sterrendom zou verheffen. Bowie als mimespeler. Bowie als spreekbuis van langharige jongeren. Bowie in een avantgardistisch raketkostuum waarin hij niet eens kon bewegen. En verdomd, alles wat hij deed was op zijn minst lollig, en niet zelden inspirerend.

Toevallig ging de bijlage in de nrc.next van afgelopen zaterdag over succesvolle dertigers. Een ergerlijker onderwerp heb ik recentelijk niet gelezen. Leeftijdsgenoten die macht hebben. Rijk zijn. Succes oogsten. Portretten die de lezer eerder uit afgunst doen besluiten er niks mee te maken willen hebben, dan verbinden. Dan liever een stokoude nestor boven me, met in ieder geval de illusie nog door te kunnen groeien tot diens kwaliteiten zijn bemachtigd!

Maar we zullen het met onze zogeheten generatiegenoten moeten doen, want de oude garde legt het loodje. Het leek alsof ze altijd zouden bestaan, de bekende namen die al legendarisch waren toen ik opgroeide. Maar de afgelopen jaren vallen ze als mussen van het dak. Robin Williams. Leonard Nimoy. En nu ook Bowie, die langer dan wie dan ook quasi-onafgebroken zijn invloed liet gelden op het spanningsveld tussen pop- en hoge cultuur. Meer dan een halve eeuw lang. Dat bestaat tegenwoordig niet meer.

De vertrouwde meesters om de richting te wijzen zijn dus vervangen door mensen van mijn leeftijd. Kennelijk zijn zij in het bezit van kwaliteiten die ik niet heb. Mijn zelfbeeld is dat van de Beginnende Schrijver, iemand die in alle rust verder bouwt aan zijn niemendalletjes, in de marge tot het moment dat er ineens een meesterwerk staat waarvan ieders kaak op de grond stuitert. Maar hoe valt dat te rijmen met zij die soms nog jonger zijn dan ik en magistraal, nationaal debuteren? De nieuwe Bowies van deze tijd?

Nee, het moet wel te laat voor mij zijn. Kwakkel je na je dertigste nog in de zijlijnen, dan is het zo ongeveer voorbij. Maar ook hier een zalvende les van onze gestorven iconen. Zo werd Leslie Nielsen pas op zijn oude dag een comedylegende. Daarvóór speelde hij tv-rolletjes die niemand vandaag meer kan benoemen. En Bowie mag misschien op zijn 22ste al Space Oddity hebben geschreven, ook voor hem was het decennialang ploeteren tot alles in een stroomversnelling kwam. Niets mis met ontluiken op je eigen tijd.

Daarnaast schiep hij ook in zijn latere bestaan memorabel werk. The Next Day, zijn terugkeer na tien jaar afwezigheid, stond vol heerlijke nummers. En dat Blackstar – nog geen week jong – nu zijn requiem blijkt, geeft de plaat een extra spirituele klank. Hij zag het einde al anderhalf jaar aankomen. Jaagde dat hem op om nog één grandioos afscheid te schrijven? Dat is hem hoe dan ook gelukt, en op een moment dat de wereld weer eens aan zijn lippen hing.

Het laat zien dat je alle tijd hebt om je te ontplooien, tot zelfs op je sterfbed. Kunst en ambitie nemen vaak omslachtige paden om tot bloei te komen. Daarom is het waanzin om je te spiegelen aan iemand als Bowie, of wie dan ook. Laat je niet gek maken door een site of een krant, laat je zelfs door de dood niet opjagen en vier elkaars succes – drink, drink, drain your glass, raise your glass high!

Dat Bowie is gestorven is haast een incidentele voetnoot bij de release van zijn nieuwe album en het theaterstuk Lazarus. Dát is waar het om draaide. Alles voor de kunst, zelfs als het over hem en zijn faam ging. De persoon was immers een expressie, een stuk gereedschap. Zie ook de vele vormen die hij en zijn muziek aannamen. Het is geen toeval dat hij zijn sterven tot het laatste moment privé hield. Dat maakte geen onderdeel uit van zijn kunst, en het doet er ook niet zoveel toe. Bowie was altijd al onbereikbaar, nu is hij slechts nog een extra stapje onbereikbaar. Een verwaarloosbaar verschil.

Bowie dood? Welnee. David Bowie is alive.

Lees verder op mijn site

Reacties op: Opgejaagd door de Thin White Duke