Blogpost: Rosemarijn Milo

Tweede voorpublikatie van 'Berichten vanuit de Praillon'

De afgelopen twee maanden heb ik me buitengewoon onledig gehouden met het vertalen in het Frans van mijn boek over mijn grootmoeder 'Een vervlogen droom - verslag van een te kort leven'. Een enorm uitdagende en leuke klus. Misschien lukt het me om het ook in Frankrijk uitgegeven te krijgen. Dat zou ik natuurlijk helemaal mooi vinden. Wij zien wel. Nu eerst proberen de 'Berichten vanuit de Praillon' te publiceren. Hier komt de tweede voorpublikatie van zo'n 'Bericht'.

17. Stilstand en vooruitgang

Ik moet ervaren dat stilstand en vooruitgang twee kanten van dezelfde medaille zijn. In elk geval in mijn situatie. Hoe meer Yves vooruitgaat met zijn Nederlands hoe meer ik het gevoel heb dat de ontwikkeling van mijn Frans stagneert. Ik kan steeds meer Nederlands spreken thuis want Yves verstaat het meeste toch wel en soms vind ik ook dat hij het maar bekijken moet omdat ik gewoon even geen zin in heb in Frans. Niet schrikken, ik ben alweer bijna zes jaar permanent in het Franse leven ondergedompeld. Intussen voel ik me volkomen geïntegreerd en geaccepteerd maar natuurijk blijf ik voor de Fransen altijd wel een buitenlandse. Zo werkt dat nu eenmaal. Zelfs mijn Frans-Zwitserse vriendin, die lange jaren in Nederland heeft gewoond, wordt in het Franse dorpje waar ze domicilie heeft gekozen ‘la Hollandaise’ genoemd. Wel leer ik nog regelmatig allerlei nieuwe woorden en uitdrukkingen. Vooral die laatste zijn reden tot plezier. Erbij staan ‘comme un cake’ (zoiets als ‘voor Jan met de korte achternaam’) heb ik van een Franse vriendin geleerd. Ze vraagt me af en toe om het nog eens te zeggen en lacht zich altijd suf om de manier waarop ik ‘kek’ zeg in mijn poging haar Franse uitspraak van ‘cake’ te imiteren. Vooral uitdrukkingen die je eigenlijk alleen in de gesproken taal tegenkomt probeer ik te onthouden en te gebruiken. Wie verzint het: ‘il n’y a pas photo’ voor iets als ‘je kunt het absoluut niet met elkaar vergelijken’. Toch houd ik dat gevoel van stilstand. Om het tegen te gaan doe ik ook enige moeite om mijn kennis van het juridisch Frans op te krikken maar dat is een taaie bezigheid en helpt niet echt in de dagelijkse conversatie. Hoe anders vergaat het Yves. Deze stugge student ijvert dagelijks voor meer kennis van het Nederlands. Daarvoor legt hij al jarenlang woordenlijsten aan die hij steeds uitbreidt en repeteert. Hij neemt daarin ook de werkwoordvervoegingen op. Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat we een aardige gewoonte zo gaandeweg weer afgeschaft hebben. Je kon ons een tijdlang af en toe zo horen: “Ik ga - ging - gegaan” even naar buiten. Ga je mee of heb je je nog niet scheren-schoor-geschoren?” “Jawel, ik kom-kwam-gekomen”. Iedere dag leest Yves een piepklein stukje uit een boekje van Martin Bril, een serie heel lezenswaardige verhalen over de ervaringen van een andere Nederlander in Frankrijk. De woorden die hij niet kent zoekt hij op in het woordenboek en hij vult er zijn woordenlijst mee aan. Door het alleraardigste woordgebruik van Bril wordt Yves’ woordenschat op even smakelijke wijze aangevuld. Dat leidt vervolgens tot allerlei hilarische situaties. Op de meest onverwachte momenten komt Yves met een woord waarvan ik me dan afvraag hoe hij daar in ‘s hemelsnaam aan is gekomen. “Nou, ik moet die woorden toch een keer zien te plaatsen?” Degenen die ons goed kennen weten dat ik Yves vaak ‘mafkikker’ noem omdat hij nu eenmaal zo gek uit de hoek kan komen, maar wist nog niet - en dat bij deze - dat hij zichzelf laatst ‘de schrijnende mafkikker’ noemde, en mijn borsten nog onlangs ‘kabbelende tieten’. Wat de staande uitdrukkingen betreft gaat het nog niet altijd goed. Dat is natuurlijk niet verbazend; ook buitenlanders die in Nederland wonen en de taal goed spreken blijven meestal fouten maken in de uitdrukkingen. Ik probeer ze Yves goed te leren. Gisteravond dacht ik dat het een goed idee was hem een beetje te overhoren.
Ik: “Één ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is…?
Hij: “Een omelet”.
Het duurde even voor ik hem de goede afloop van de uitdrukking kon vertellen want ik moest me eerst uit mijn deuk van het lachen herstellen.

Het is nu Kerstmis en het was misschien niet het goede moment. Ik zal de les tegen Pasen herhalen.

Reacties op: Tweede voorpublikatie van 'Berichten vanuit de Praillon'