Danny is zestien en brengt de zomer in Rome door. Terwijl zijn moeder boeken conserveert in een museum, dwaalt hij door de stille, oude straten van de stad, zoekend zonder te weten naar wat... tot een stem hem roept en een vreemde, mooie jongen zijn leven binnenkomt. Angelo.
Al snel zijn ze onafscheidelijk. Danny heeft nog nooit zoiets gevoeld - de elektrische tinteling van aantrekking, de angst om verlaten te worden, het genot van ergens thuishoren. Hij wordt verliefd, maar na de zomer moet hij terug naar Amerika. Intussen laat Angelo hem de bezienswaardigheden, de kronkelende paadjes en de verborgen geschiedenis van Rome zien, maar hij houdt tegelijkertijd zijn eigen geheimen buiten handbereik van Danny.
