19 juni 1940 In een steegje van Lissabon wordt de jonge Marta Mandel vermoord. Voor inspecteur Javier de Sá-Carneiro een vervelende zaak, want het meisje is de dochter van rijke Franse joden, die in de Portugese hoofdstad een schuilplaats hebben gezocht tegen de oprukkende Duitsers. Zijn assistent, de volkse sergeant Luis Moreira, bekijkt de zaak met de blik van de oude politieman: een moord is een moord. Maar Sá-Carneiro, zelf afkomstig uit een vooraanstaande familie, denkt daar anders over. Er waren al eerder drie dode meisjes van plezier te vinden in de steegjes van de stad, maar dit slachtoffer is anders. Vergiste de moordenaar zich misschien?
De voormalige koning Edward VIII, nu Hertog van Windsor, en zijn echtgenote Wallis Simpson arriveren in Lissabon. De Britse overheid en de koninklijke familie zitten verveeld met hen: Edward heeft zich in het verleden positief uitgelaten over de Nazi’s, en de Britten zijn hem nu liever kwijt dan rijk. Maar Hitler droomt van een Verenigd Koninkrijk met Edward op de troon en dus als bondgenoot van Nazi-Duitsland. In Lissabon verenigen zich dan ook verschillende krachten, aan beide zijden, om Edward VIII naar zich toe te trekken.
De politieke ontwikkelingen in de stad, en de dagelijkse beslommeringen van Sá-Carneiro en zijn sergeant, vormen het centrum van dit misdaad- en spionageverhaal. Ambassadeurs, Gestapo-agenten, spionnen, diplomatiek personeel, en vluchtende burgers uit bezette delen van Europa spelen allemaal een rol.
Sá-Carneiro zelf ontsnapt niet aan intriges, ook deze binnen zijn eigen familie, net zomin als hij ontsnapt aan een duister verleden, dat uiteindelijk een belangrijke rol zal spelen in de oplossing van de misdaad en het raadsel waar hij mee geconfronteerd wordt.
