Met zijn elfde roman keert Antoine Camps (1948) terug naar het misdaadverhaal met de Leuvense commissaris Offenbach en zijn inspecteurs Bruynzeels en Bruynoghe Aan de Leuvense stadsrand wordt de uitbater van een bekende taverne ontvoerd. Zijn verdwijning zou te maken hebben met een overval op een Mechelse juwelier in 1964. In die dagen werd er in de bossen van Keerbergen ook een vermoorde man gevonden. Geen van beide misdaden werd ooit opgehelderd.
Het parket heropent het onderzoek naar de moord en vertrouwt het toe aan de Leuvense commissaris Rik Offenbach en zijn team. Hoofdinspecteur Jempi Bruynzeels duikt samen met zijn collega inspecteur Toni Bruynoghe in de dossiers die dateren van een tijd die ze zelf niet gekend hebben.
Voor hen wordt het speurwerk dan ook een heel bijzondere uitdaging.
