Advertentie

Het boek kreeg me maar niet in zijn greep, ik taalde er nauwelijks naar om het weer op te pakken en verder te lezen.
Vooruit, Wells heeft best een mooie schrijfstijl, het boek leest “lekker” weg, de personages zijn geloofwaardig en aansprekend, hun dialogen over het algemeen heel naturel, hier en daar is het boek ook ontroerend, maar toch…nee, als ik het boek uiteindelijk dichtsla heb ik niet het gevoel een prachtige roman te hebben gelezen, ook al is ook dit boek weer verkozen tot boek van de maand bij DWDD, verkoopt het als een tierelier en krijgt het meerdere lovende recensies.
Mij bekroop hetzelfde gevoel als na het lezen van ‘Een klein leven’ (pas als ik een boek uit heb en een eigen oordeel heb gevormd, ga ik recensies lezen en ik vond het dan ook wel grappig om te lezen hoe Jesse van Amelsvoort op 8 Weekly, één van de grootste Nederlandstalige cultuurmagazines op internet., schrijft: “(… )Helaas toont dit boek lelijke parallellen met Een klein leven, Hanya Yanagihara’s epos over lijdende New Yorkers (…)”.
Ik kan me niet aan het gevoel onttrekken, dat Wells met alle emoties, die hij in het boek voorbij laat komen, te snel en te gemakkelijk heeft willen scoren. Het boek vertoont één lange opeenstapeling van ellende, er lijkt geen einde aan te komen.
En als er niets ellendigs gebeurt, ligt er voortdurend een soort van dreiging op de loer, vooral in het begin van het boek. Dat irriteert mij. Het is mij te veel, te weinig subtiel, het is een overdosis, de nuance ontbreekt, waardoor de emotie me maar heel af en toe werkelijk raakt.
Er zitten ook van die rare toevalligheden door het hele boek. Soms kleine, die bij eerste lezing nauwelijks opvallen: pag. 36-40, de scene waarin de verteller Jules zijn vaders Leica vindt en zijn vader uitgerekend die avond “vroeg thuis komt”. Pag. 41: “Ik kwam toevallig langs de slaapkamer, waar mijn vader aan het pakken was”: hoe toevallig is het om langs de slaapkamer van je ouders te komen, als je samen in één huis woont?!
Constateringen van de hoofdpersoon, waar ik een vraagteken bij zet, zoals op pag. 55, waarin de verteller beweert dat zijn broer Marty “anders dan zus Liz en hemzelf niet onder de afgelopen jaren geleden had, omdat hij “dan ook het minst te verliezen had gehad”.
Onnauwkeurigheden. Ongeloofwaardige dingen. Zoals op pag. 108: : Ik had de drie doden nooit gekend”. Hoezo? Hij heeft zijn oma, de moeder van zijn vader, toch gekend? Op pag. 155 herinnert hij zich ineens wél de reis naar het internaat en alle bijzonderheden van die rit. Tot in de kleinste details.
Pag. 189: hoe klinkt het , als een auto een met kiezelsteentjes bedekt voorerf stopt “met een voldaan geknerp” ??
Pag. 237: “Pas toen viel me op, dat Alva niet thuis was”…ongeloofwaardig. Hij is al even thuis, bezig om een ruzie tussen zijn twee (kleine) kinderen te beslechten.
Tot slot: op de flap van het boek lees ik, dat het doet denken aan Jonathan Franzen. Nou, ècht niet! Elders wordt de schrijver vergeleken met John Irving. Dit vind ik nog net geen heiligschennis.


Reacties op: Eén opeenstapeling van ellende

1327
Het einde van de eenzaamheid - Benedict Wells
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,99 Bestel het e-book € 9,99
E-book prijsvergelijker