AstridWS Hebban Recensent

Je neef, die praktisch je broer is, is een kasplantje geworden. En dat is jouw schuld. Wat moet je dan? In de roman Neven neemt Robert Oosterhof zijn neef Arie in een rolstoel mee naar Schiermonnikoog. Onderweg naar het einddoel vertelt Robert Arie zijn kant van het verhaal. Hij vertelt over de dingen die hij heeft gedaan en de schuld die hij daarover voelt. Maar kan hij wel schoon schip maken? En kan hij, nu hij alleen met Arie op een Waddeneiland is, echt helemaal eerlijk zijn tegen Arie en zichzelf?

Robert en Arie zijn dubbele neven: hun vaders zijn broers en hun moeders zijn zussen. Ze lijken enorm veel op elkaar en ze trekken veel met elkaar op. Maar terwijl Arie uit een harmonieus gezin komt, heeft Robert een kille moeder en een vader met losse handjes. Geen wonder dat Robert een enorme verbondenheid met Arie voelt. Dat de neven niet echt veel met elkaar praten, vooral niet over de belangrijke dingen, heeft Robert altijd gezien als een bewijs van hun goede band.

Heel hun leven lijkt het alsof Arie alles komt aanwaaien, terwijl Robert overal moeite voor moet doen zonder garantie op succes. Terwijl Robbert min of meer toevallig een tekstbureautje krijgt, kiest de slimmere en socialere Arie voor de wiethandel. Arie laat af en toe wat van zijn waar staan op Roberts kantoor en geeft hem daar geld voor. Zo redt Robert het financieel. Robert ervaart deze geste als hulp. Wanneer Arie zijn handel zonder overleg verkoopt aan criminelen, blijft Roberts kantoor een opslagplaats voor wiet en dan beginnen de problemen die leiden tot die noodlottige dag voor beide neven.

‘Sinds de dag dat Arie op de stoeprand viel’, is een zin die al vrij vroeg in het boek voorkomt. Auteur Peter Middendorp geeft door de roman heen steeds korte vooruitblikken, waardoor de lezer weet wat er komen gaat. Het duurt daarna enige tijd voordat die erachter komt hoe de vork precies in de steel zit. Door die vooruitblikken lijkt het in eerste instantie alsof de auteur zijn eigen boek spoilt en dat komt de spanning niet ten goede. Later blijkt dat de herhaling een ander doel dient, dat juist iets toevoegt aan de tekst.

In Middendorps roman staat geen woord te veel. Elk woord is van belang. Het korte verhaal lijkt een schets, waarin weinig verdieping te vinden is. Maar tussen de regels door speelt er van alles, zoals in Roberts relatie met zijn ouders, met Arie en met zijn vriendin. De op het oog summiere schrijfstijl past zo prima bij het karakter van de twee neven.

De dunne roman van Middendorp zit vol met thema’s en motieven, zoals schuld en verantwoordelijkheid, familierelaties, (zelf)bedrog en controleverlies. Ook water komt vaak terug en de kraai, de traditionele onheilsbrenger. ‘Ik ben een kraai. Het beeld is me door Nadia aangereikt. […] Ze zei het aan de telefoon […] Die gast is verdomme een kraai die de wolven naar het slachtoffer heeft geleid.’ Het motief van de kraai ligt er behoorlijk dik op. In een roman waar elk woord raak is, is dit dan ook niet te missen. Verderop blijkt inderdaad dat Robert nog meer overeenkomsten met een kraai heeft, die niet heel fraai zijn.

Neven is aan de oppervlakte een intrigerend, maar rechttoe rechtaan verhaal over twee neven wier lot desastreus met elkaar verweven is. Maar onder de oppervlakte ligt meer. De psychologie, de schrijfstijl, de thema’s en motieven vragen er allemaal om het verhaal nog eens nader te bekijken om te zien hoe alle onderdelen uiterst zorgvuldig geconstrueerd zijn.

Reacties op: Geen woord te veel