Advertentie

Het boek “Grand Hotel” van Vicki Baum uit 1929 stond al lang op mijn lijst van boeken die ik ooit nog eens wilde lezen. Een van de belangrijkste redenen waarom deze titel op die lijst stond is dat het vaak genoemd wordt in allerlei artikelen en recensies over literatuur uit het Interbellum (de periode tussen de twee wereldoorlogen). De reden waarom ik het tot op heden nog niet had gelezen geeft Josephine Rijnaarts (de vertaalster van de door Querido in 2018 uitgegeven versie van “Grand Hotel”) in naar nawoord. Zij citeert Baum, die zichzelf “een eersterangsschrijfster van de tweede rang” noemt. Waarom zou ik een (goed?) boek lezen van de tweede rang wanneer er nog zoveel (goede?) boeken van de eerste rang zijn die ik nog niet heb gelezen? Het antwoord op die vraag is simpel: om het zelf te kunnen beoordelen en mij niet te laten leiden door het oordeel dat Baum en “kenners” over haar en haar boeken hebben. Toch zorgden die oordelen ervoor dat mijn verwachtingen niet al te hoog waren toen ik begon met lezen van “Grand Hotel”.

Het verhaal speelt voor het grootste deel af in een chique Berlijns hotel eind jaren twintig van de vorige eeuw. Toevallige ontmoetingen tussen hotelgasten leiden tot allerlei verwikkelingen van verliefdheid tot doodslag. De figuren die Baum opvoert zijn clichématig. Dit is een bewust keuze geweest van Baum (zie het al eerder aangehaalde Nawoord). De Russische ballerina in de nadagen van haar carrière, de afgestompte oorlogsveteraan, de directeur op zakenreis, de gentleman crimineel, de terminaal zieke boekhouder uit de provincie hebben allen één ding gemeen: de langste en beste tijd ligt (ver) achter hen. Ze gaan allen op een amper verschillende wijze om met de eigen aftakeling. Het is bij allen een combinatie van schijn ophouden naar de buitenwereld toe dat er niets aan de hand is én krampachtige pogingen om zelf te geloven dat alles nog steeds even goed gaat als jaren geleden. Baum had meer onderscheid kunnen (en moeten) maken tussen de manieren waarop mensen omgaan met de eigen neergang. Het verschil tussen een eersterangs- en tweederangs schrijfster?

De verschillen tussen de figuren bestaan vooral uit beschrijvingen van het fysiek voorkomen en helaas niet (of toch te weinig) uit het beschrijvingen van psychologische ontwikkelingen van verschillende karakters. Het enige moment dat Baum zich echt lost weet te maken van de voorspelbare clichés is in haar beschrijving van de fysieke en mentale instorting van Groezinskaja, de Russische ballerina, tijdens een voorstelling. Dat is te weinig.

Met een hotel als setting en clichématige types als hotelgasten had Baum alle ingrediënten om er een klucht van te maken. Dat heeft ze (gelukkig) niet gedaan. Ze schuurt er wel een paar keer dicht tegen aan. Zo zouden de steeds terugkerende vraag van oorlogsveteraan Otternschlag of er nog post voor hem is én de wijze waarop de toevallige ontmoeting tussen Groezinskaja en gentleman oplichter Gaigern tot stand komt niet misstaan in een vrolijk makend blijspel.

Het lichte vooroordeel dat ik had aan het begin en dat na lezing van het Nawoord alleen maar sterker werd is helaas na lezing van “Grand Hotel” bevestigd, ondanks het feit dat het prettig is geschreven, een heldere verhaallijn heeft en de thematiek herkenbaar is.

Reacties op: Een cliché: vooroordeel bevestigd

14
Grand Hotel - Vicki Baum
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker