Advertentie

De verhalenbundel “In de bovenkooi” is het debuut van Maarten Biesheuvel (1939 – 2020) uit 1972. De oorspronkelijke versie bevatte 28 verhalen. Vanaf de 13e druk heeft Biesheuvel de verhalen “Suzanne” en “De vijver” vervangen door het verhaal ‘Schip in dok’. In het voorwoord bij de 13e druk (halverwege de jaren tachtig?) noemt Biesheuvel “In de bovenkooi” zijn lievelingsboek, omdat hij hierna ‘nooit meer een dergelijk naïef en vriendelijk en grappig geschreven boek kan maken’. Het is ook mijn lievelingsbundel van Biesheuvel. Hij heeft nog heel veel goede verhalen na dit debuut geschreven en gepubliceerd, maar hij heeft nooit meer een bundel samengesteld die over de volle lengte zo’n constant hoog niveau haalt. Bij andere verhalenbundels van Biesheuvel (en niet alleen bij Biesheuvel) is het meestal heel eenvoudig om een paar minder goede, om niet te zeggen zwakke, verhalen er uit te pikken. Dat gaat niet bij “In de bovenkooi”.

De bundel “In de bovenkooi” kent geen centraal thema en toch is het verrassend genoeg een eenheid. Die eenheid komt door de al eerder genoemde naïeve, vriendelijke, open en grappige stijl waarin Biesheuvel zijn verhalen vertelt. De centrale figuur en/of de verteller in (bijna) alle verhalen is een persoon die verdomd veel weg heeft van Maarten Biesheuvel die met een heel open blik de meest absurde verschijningen beschrijft alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Of het nu gaat om een bromfietser die midden op zee een schip inhaalt of een fietser die met een blok ijs de Sahara doorkruist, in de werelden van Maarten Biesheuvel zijn dit vanzelfsprekendheden.

Naast, deze naïeve vrolijke en open werelden van Biesheuvel is er de wereld van de stevig aan depressiviteit lijdende persoon Maarten Biesheuvel. “In de bovenkooi” schrijft Biesheuvel nog relativerend en enigszins afstandelijk over zijn eigen depressies en opnames in klinieken. Dat wordt in de jaren na “In de bovenkooi” steeds minder. Deze twee werelden komen elkaar, al is het maar voor een paar zinnen, in bijna alle verhalen tegen. De beste samensmelting van deze twee werelden is er in het verhaal “Rekenschap” dat zich grotendeels afspeelt aan het sterfbed van Maartens tante, de gereformeerde schrijfster Jacoba M. Vreugdenhil. Maarten speculeert over wat er door het hoofd van zijn tante gaat, vooral over wat zij van hem vindt, want ze worstelen alle twee met dezelfde problemen. Problemen zoals twijfel over het eigen schrijverschap, het bestaan van God en zo ja, de juiste manier van het eren en naleven van Gods geboden en ga zo maar verder. Het schiet in de hoofden van tante Jacoba en Maarten alle kanten op en toch blijft het duidelijk wie wie is en is het verhaal goed te volgen.

Het unieke en dus hetgeen wat “In de bovenkooi” laat uitsteken boven de meeste andere literaire verhalen en romans is de balans die Biesheuvel doorheen de bundel weet te vinden en te bewaren tussen zijn naar binnen gekeerde depressiviteit en de naar buiten gekeerde onbevangen blik van een schrijver die lak heeft aan wat lezers van zijn verhalen zullen vinden. De balans bestaat uit karakteristieke soepel lopende lange zinnen, waarin Biesheuvel keer op keer er in slaagt om deze twee werelden bij elkaar te brengen, iets wat hem in de jaren hierna niet altijd meer lukte. “In de bovenkooi” is hierdoor niet alleen een ijzersterke debuutbundel, het is en blijft de beste bundel van Maarten Biesheuvel.

Reacties op: Een van de beste Nederlandstalige verhalenbundels ooit

52
In de bovenkooi - Maarten Biesheuvel
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners