Advertentie

“In Het Paradijs van de Vrouw” (1883) is het elfde deel van de twintig delen tellende Rougon-Marquart romancyclus van Emile Zola (1840 – 1902). In dit deel behandelt hij de maatschappelijke gevolgen van de Parijse stadsvernieuwing onder leiding van Hausmann in de jaren zestig van de negentiende eeuw. Het slopen van hele buurten met nauwe straatjes en kleine panden in en rond het centrum van Parijs en die vervangen door grote huizenblokken en winkelpanden aan brede boulevards die tot op de dag van vandaag het beeld van het Parijse centrum bepalen, is wat in die jaren onder leiding van Hausmann gebeurde. Een van de gevolgen van deze stadsvernieuwing was dat voor het eerst in de geschiedenis warenhuizen letterlijk en figuurlijk de ruimte kregen om te groeien ten koste van speciaalzaken van kleine middenstanders die decennia lang in de smalle kronkelende en donkere straten van Parijs een fatsoenlijk inkomen wisten te verdienen. Deze strijd van grootwinkelbedrijf tegen plaatselijke middenstand is een van de drie verhaallijnen in “In Het Paradijs van de Vrouw”

De tweede verhaallijn gaat over de interne werking en de onderlinge verhoudingen tussen personeelsleden van het steeds maar groeiende warenhuis Het Paradijs voor de Vrouw dat onder leiding staat van de ambitieuze en eerzuchtige Octave Mouret. De eerste twee verhaallijnen worden bij elkaar gebracht en gehouden door de gespannen (liefdes) relatie tussen Mouret en Denise Baudu, medewerkster in het warenhuis en nichtje van een lokale middenstander die in de concurrentstrijd met Het Paradijs voor de Vrouw uiteindelijk het hoofd moet buigen. Deze driedeling vinden we vaker terug in de Rougon-Marquart; een maatschappelijke ontwikkeling, focus op de interne werking van een van de gevolgen van de genoemde maatschappelijke ontwikkeling en het hele verhaal dat bij elkaar wordt gehouden door middel van een liefdesgeschiedenis.

Na het overlijden van hun ouders, besluiten de twintigjarige Denise Baudu en haar twee broertjes om Normandië te verlaten en naar Parijs te verhuizen. Een oom heeft ongeveer een jaar geleden in een brief geschreven dat hij wel een baantje heeft voor zijn nichtje in zijn stoffenwinkel en de zestienjarige Jean heeft het aanbod gekregen om in Parijs als leerling ivoorsnijder aan de slag te gaan. En zo staan ze onverwachts in de stoffenwinkel van hun oom in Parijs. De baan die Denise een jaar geleden nog aangeboden kreeg, is er niet meer. Het loopt niet meer zo hard in de stoffenwinkel door de concurrentie van Het Paradijs voor de Vrouw dat een veel breder assortiment heeft en ook stukken goedkoper is. Er zit niets anders op. Denise gaat in Het Paradijs voor de Vrouw werken.

Zoals bij alle delen van de Rouqon-Marquart cyclus heeft Zola zich heel goed voorbereid. Hij heeft dagen doorgebracht in de Parijse warenhuizen “Le Bon Marché” en “Le Grands Magasins du Louvre” en uitgebreide gesprekken gevoerd met medewerkers van deze warenhuizen. Wanneer Denise haar eerste stappen in Het Paradijs voor de Vrouw om te solliciteren klopt het wat wij meekijkend over haar schouder zien en horen. Het is alsof wij in de bestaande warenhuizen uit die jaren ronddolen. De gedetailleerde beschrijvingen die Zola geeft van de inrichting van Het Paradijs voor de Vrouw, het personeelsbeleid, de marketing, de logistiek, het inkoopbeleid en wat niet gaan op een moment vervelen. Zola heeft moeite met maat houden, al is tegen het einde van de roman, de beschrijving van de helemaal met witte spullen ingerichte winkel na de laatste verbouwing prachtig. Een (bijna) orgastische overvloed aan witte sokken, witte handschoenen, witte lakens, witte meubels, witte matrozenpakjes allemaal uitgestald om de Parijse vrouw helemaal gek te maken en haar, figuurlijk, tot op de laatste franc uit te kleden.

Het is de ambitie van directeur-eigenaar Ocatve Mouret om alle vrouwen te onderwerpen aan hun eigen hebzucht, om alle vrouwen te domineren en te bepalen wat zij doen en laten. De taal waarin Mouret en zijn bedrijfsleider Bourdoncle over deze beoogde dominantie spreken is een vette knipoog van Zola naar De Sade. En toch, daar zijn Mouret en Bourdoncle van overtuigd, komt er op een dag een vrouw die zich niet laat onderwerpen. Zij zal de ondergang van Mouret betekenen. Tot dat het zover is gaat Mouret onverminderd door in zijn ambitieuze jacht naar een steeds grotere zaak en naar steeds meer omzet. Een van de manieren om dit voor elkaar te krijgen is door personeelsleden een laag basissalaris te betalen gecombineerd met hoge bonussen op gerealiseerde verkopen. Dat een dergelijk systeem tot roddel, gekonkel, jaloezie, achterklap en ander negatief gedoe onder het personeel leidt dat neemt Mouret voor lief.

In het begin heeft Denise het erg moeilijk om zich overeind te houden in de slangenkuil met de naam Het Paradijs voor de Vrouw. Langzaam, maar zeker weet zij zich beter te weren tegen haar collega’s en komt er zelfs respect en waardering van haar collega’s voor Denise. Het standvastige eerlijke en open karakter van Denise vallen Mouret ook op. Hij wordt verliefd op haar, maar zij buigt niet voor hem, zij laat zich niet door Mouret domineren. Of toch wel? Op de laatste bladzijde van het boek verklaren zij elkaar de liefde. Eind goed, al goed?

“In het Paradijs voor de Vrouw” is minder somber en minder pessimistisch dan de meeste andere romans in de Rougon-Maquart cyclus. De extreme vormen van armoede, honger, alcoholisme, uitbuiting, geweld en overige ellende zijn slechts op de achtergrond aanwezig. Met “In het Paradijs voor de Vrouw” toont Zola aan dat hij al deze vormen van ellende niet nodig heeft. Hij compenseert die enkele gedetailleerde uitweiding meer dan ruim voldoende met het erg goed en boeiend vertellen van een verhaal.

Reacties op: Niet alleen voor ‘fashionistas’ met historisch besef

26
In het paradijs voor de vrouw - Emile Zola
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners