Lezersrecensie
Hier was ik even stil van.
In, Ik kan er net niet bij, mogen wij een kijkje nemen in het gezinsleven van Sander Verheijen, hoe de dagen soms moeizaam verlopen met twee gehandicapte kinderen.
Sander en zijn vrouw Jip, komen in aanmerking voor een ICSI behandeling. Na poging twee en twee jaar verder is Jip zwanger van een tweeling.
Met 36 weken zwangerschap wordt de tweeling met een keizersnee ter wereld gebracht.
Als Willem met 6 maanden blijft huilen en alleen maar stil in de box ligt, wordt er een mri-scan van zijn hersenen gemaakt, waarin de neuroloog concludeert dat Willem een zwaar herseninfarct heeft gehad, wat inhoudt
dat tweederde van de linkerhersenhelft niet fungeert.
Het infarct zou al voor de geboorte hebben plaats gevonden. Epilepsie is meestal zowel een symptoom als de gevolgen van een hersenbeschadiging, en daar zou Willem de komende tijd wel 6 keer per dag/nacht mee te maken krijgen. Door het medicijngebruik
nemen de aanvallen met de tijd af. Zijn achterstand is enorm, de herseninfarct heeft gapende gaten geslagen in de ontwikkeling van Willem. Maar met behulp van de revalidatie en zijn eigen wilskracht zorgen deze voor een enorme vooruitgang.
Maurits ontwikkelt zich tot dusver als een gezonde peuter, tot zijn ouders zich zorgen maken over zijn communicatie. Nadat een psychologe bij hun thuis een intake afneemt en Maurits observeert komt zij tot de voorlopige indicatie: autisme. Voor Maurits wordt er een plan opgesteld om hem onder te brengen in een organisatie waar kinderen met een ontwikkelingsachterstand worden geholpen.
Wat zullen deze kindjes een hoop energie uit de ouders trekken, ik weet zeker dat er ondanks alle moeilijkheden en onzekerheden die op hun pad komen, ook mooie
en liefdevolle momenten zijn.
De boodschap die Sander ons via zijn boek wilt doorgeven is duidelijk: Het gaat om kracht, nooit de hoop verliezen en elkaar liefhebben.
Een zegening als je kinderen gezond zijn .