Lezersrecensie
Een nieuw leven in een nieuw land
Een nieuw leven in een nieuw land
‘Een nieuw leven in een nieuw land’ is het vervolg op het boek ‘Oproer in de Kempen 1798-1830’ van meester verteller Julius Schellens.
Het verhaal speelt zich af in de periode waarin België is ontstaan, en zeg maar de eerste helft van de 19de eeuw.
Het gaat over de lotgevallen van:
- Adriaan, de molenaar
- zijn vrouw Machteld, het vroegere geitenhoedsterje
- Ward, haar vader, een oud cavaleriesoldaat die gevochten heeft in het Napoleontische leger en taaie veteraan is gebleven
- Gommaar, een vondeling/landloper met een zware geschiedenis die op kostscholen verbleef en later zijn kost en bed verdiende door te helpen op de grote boerderijen.
Veel speelt zich af op en rond de Keesstromolen van ‘meulder’ Adriaan en zijn gezin in de omgeving van Hulshout, Booischot, Westerlo en Heist-op-den-Berg.
De ouderlijke brouwerij waar Adriaan opgroeide komt in het vizier wanneer de moeder van Adriaan, Augusta, doodziek van verdriet haar zoon terug wil zien.
De verhalen vloeien in mekaar tot een mooi geheel waarin de voorliefde voor het vroegere boerenleven, platteland en de Kempense streek duidelijk naar voren komt.
Het klasseverschil tussen baron , pachtheren en keuterboerkes wordt wondermooi beschreven maar ook het wel en wee van het harde landleven en de drama’s die zich daar afspeelden.
Het boek is doorspekt met oude woorden waaruit de liefde voor het archaïsch taalgebruik niet onder stoelen of banken wordt gestoken en in een historische streekroman als deze volledig op zijn plaats is.
Mooie en sfeervolle natuurbeschrijvingen over plant en dier maar ook over de landelijke landschappen van destijds voeren de lezer mee naar de uitgestrekte velden die er vroeger in de Kempen nog bestonden.
Plaatsen als Hof ter Laken en herberg Den Anker. stofferen het verhaal.
Zoals reeds gezegd, de liefde voor het boerenleven wordt niet verborgen gehouden maar toch komt er ook het gekende spreekwoordelijke geklaag van de boeren aan bod.
“een boer klaagt altijd, bedacht Adriaan met een glimlach. Te nat, te droog, te koud, te warm… Maar wel pronken met de kwaliteit van de vruchten van het land.’
Vele weetjes, wijsheden en beschrijving van gewoonten geven een extra ‘swung’ in het verhaal.
Wijze woorden komen vooral bij monde van Gommaar maar ook in de woorden van Machteld, die sterke, goedhartige vrouw en moeder, die als het erop aan komt niet op haar lippen is gevallen.
-
‘Aan mijn hals hing er aan een koordeke een halve speelkaart. Sommige moeders die hun kind te vondeling legden, deden dat om later met de tweede helft te kunnen bewijzen dat het hun kind was.
-
‘Herinneringen mogen hun plaats hebben, maar mogen het heden en de toekomst niet in de weg staan’
-
‘Wie iets wil zoekt mogelijkheden, wie iets niet wil zoekt redenen’
-
‘om dromen waar te maken zijn daden nodig’
-
‘wie iets komt vragen is gaarne bereid daar iets tegenover te zetten’
En natuurlijk, geen streekroman zonder spannende vertellingen bij de haard over Knudde of andere duivelse kwelgeesten die bij donkerte en nacht rondzwerven…
Zoals ook in het vorige boek is humor nooit ver weg.
- ‘Ga zitten heeren, dan kunt gij uw krukken laten rusten Ward’
Tot slot mag nog gemeld dat het boek herinnert aan de vroegere heerschappij van de ‘Hollanders’, zoals ze in het boek genoemd worden, alsook van de poging het opnieuw te proberen nadat de onafhankelijkheid van België reeds was uitgeroepen.
Zelf heb ik het boek graag gelezen en genoten van de aanschouwelijke en onderhoudende stijl en is het een aanrader voor alle liefhebbers van volkse historische streekverhalen.