Lezersrecensie
Vertelvorm van het verhaal over turnster Nadia geeft meerwaarde aan roman
Montreal, 1976. De 14 jarige Roemeense Nadia Comaneci heeft net een onwaarschijnlijke oefening afgeleverd op de brug met ongelijke leggers. Nadia, haar trainer en het publiek wachten met spanning op het cijfer dat lang op zich laat wachten. Eindelijk wordt het cijfer getoond: ‘1,00’. Iedereen is verbijsterd. “In haar hoofd gaat ze alle mogelijke fouten langs, eventueel bleef ze bij het neerkomen van die lastige achterwaartse sprong niet helemaal stabiel, maar waar heeft ze dit aan verdiend?” Een Zweeds jurylid staat op en heft met tranen in zijn ogen 10 vingers op! De eerste perfect ten is een feit en de start van het fenomeen Nadia. Want Nadia kan niet alleen goed turnen, maar Nadia is ook schattig en snoezig ten opzichte van de ‘oude’ (23 jaar) Russische Ljoedmila Toerisjtsjeva die in München (1972) nog de koningin van het dames turnen was.
Wie hierna een chronologisch en historisch overzicht verwacht van Nadia’s turncarrière en wellicht inzicht hoopt te krijgen in de door haar gebruikte technieken, komt bedrogen uit. Lola Lafon, politiek geëngageerd, is met het verhaal over Nadia iets anders van plan. Haar aandacht is gericht op het leven buiten het turnen. Op Nadia’s positie bijvoorbeeld als Heldin van de Socialistische Arbeid onder het bewind van Ceausescu en later op haar nieuwe, tweede leven in Amerika. Centraal in de verhaallijnen is de fictieve tweestrijd die de schrijfster voert met Nadia. Fictief in de zin dat Lafon het doet voorkomen dat ze communiceert met de Nadia van nu. De schrijfster laat haar zogenaamd hoofdstukken lezen en van commentaar voorzien. De tweestrijd zit’m in dat Lafon, haar confronteert met het, in Westerse ogen, verschrikkelijke leven dat de Roemeense burgers hebben geleid onder Ceausescu’s bewind. Het constant in de gaten worden gehouden door de Securitate, de lege winkels, etc. De fictieve Nadia ontkent deze zaken ook niet, maar geeft ook behoorlijk tegengas, met pittige vergelijkingen van zaken die in het Westen gebeuren en die, zo blijkt, niet altijd beter hoeven te zijn. Dit laatste merkt ze wanneer ze, twee weken voor dat Ceausescu valt, naar Amerika vlucht. Door ongelukkige keuzes wordt ze wekenlang door journalisten achtervolgd en in de gaten gehouden; “Ik ben in een vrij land en toch ben ik nog niet vrij?”
Door het verhaal van Nadia niet als een standaard sportboek te presenteren, vraagt Lafon bewust meer van de lezer en houdt ze hem misschien wel doelbewust een spiegel voor.
Recensie verscheen eerder in de rubriek ‘Sport in Druk’ van het Friesch Dagblad.