Lezersrecensie
“J. Edgar Hoover, The man and the secrets”: wat een eyeopener!
J. Edgar Hoover was van 1924 tot zijn dood in 1972 directeur van de Amerikaanse FBI. Het is hem gelukt om het imago van de FBI en dat van hemzelf op te bouwen en vervolgens te beschermen. De FBI was in de ogen van het publiek de succesvolle, integere hoeder van law and order. Hoover was daar de verpersoonlijking van. Een man die zichzelf wegcijferde ten behoeve van het algemeen belang.
Het was al langer bekend dat dit imago verpakking was. Hoover was een keiharde bureaucratisch overlever, die over lijken ging. Onder acht presidenten verzamelde hij zoveel materiaal over die presidenten en leden van het congres, dat hij onaantastbaar werd. Iedere president na Calvin Coolidge wilde hem ontslaan, geen enkele president kon dat doorzetten.
Ondanks dat was het boek van Curt Gentry “J. Edgar Hoover, The man and the secrets” een eyeopener. In 800 pagina’s wordt het leven van Hoover (en de FBI) gedetailleerd beschreven - en dat valt niet mee.
Nogmaals, veel was al bekend, maar de minutieuze beschrijving van de wijze waarop Hoover de burgerrechtenbeweging en meer expliciet Martin Luther King saboteerde, schokte me. Het doorgeven van de aankomsttijden van de Freedom Riders aan lokale politiefunctionarissen waarvan bij de FBI bekend was dat die lid of sympathisant waren van de Ku-Klux-Klan, heeft letterlijk mensenlevens gekost. Pas onder druk van attorney general Robert Kennedy heeft de FBI hier de bakens verzet (en alleen zolang Kennedy die post bemenste).
Hoovers FBI was vooral bezig met een strijd tegen een grotendeels door hemzelf bedachte tegenstander: het communisme. Op een bepaald moment stond een derde van de zieltogende Amerikaanse communistische partij op de loonlijst van de FBI. Bewijzen tegen “communisten” werden op illegale wijze verkregen, maar waren vaak flinterdun. Het was voor de FBI geen probleem dan maar zelf het bewijs te verzinnen. Bedenk dat dit tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw doorging!
Dan de man zelf. Niet alleen liet hij zijn non-vakanties door de FBI betalen, ook de verbouwingen aan en inrichting van zijn huis. Medewerkers van de FBI deden (in werktijd) zijn belastingaangifte, waarbij er constructies werden bedacht om de belastingen met succes te ontduiken. Dit leidde tot een sfeer van bederf aan de top van de organisatie. In de eerste plaats pikte Clyde Tolson een graantje mee (tweede man van de FBI, volgens velen de levensgezel van Hoover), maar verder eigenlijk iedereen aan de top. Gentry beschrijft pakkend de worsteling die de opvolgers van Hoover hebben gehad met die erfenis.
Het boek leest als een thriller. Inhoudelijk is het een schokkend boek. De boodschap is voor mij het belang van maximale benoemingstermijnen in het openbaar bestuur en het consequent sturen op macht en tegenmacht. Macht corrumpeert. Onbeperkte macht corrumpeert onbeperkt.
Ik heb deze recensie eerder op LinkedIn geplaatst.
Het was al langer bekend dat dit imago verpakking was. Hoover was een keiharde bureaucratisch overlever, die over lijken ging. Onder acht presidenten verzamelde hij zoveel materiaal over die presidenten en leden van het congres, dat hij onaantastbaar werd. Iedere president na Calvin Coolidge wilde hem ontslaan, geen enkele president kon dat doorzetten.
Ondanks dat was het boek van Curt Gentry “J. Edgar Hoover, The man and the secrets” een eyeopener. In 800 pagina’s wordt het leven van Hoover (en de FBI) gedetailleerd beschreven - en dat valt niet mee.
Nogmaals, veel was al bekend, maar de minutieuze beschrijving van de wijze waarop Hoover de burgerrechtenbeweging en meer expliciet Martin Luther King saboteerde, schokte me. Het doorgeven van de aankomsttijden van de Freedom Riders aan lokale politiefunctionarissen waarvan bij de FBI bekend was dat die lid of sympathisant waren van de Ku-Klux-Klan, heeft letterlijk mensenlevens gekost. Pas onder druk van attorney general Robert Kennedy heeft de FBI hier de bakens verzet (en alleen zolang Kennedy die post bemenste).
Hoovers FBI was vooral bezig met een strijd tegen een grotendeels door hemzelf bedachte tegenstander: het communisme. Op een bepaald moment stond een derde van de zieltogende Amerikaanse communistische partij op de loonlijst van de FBI. Bewijzen tegen “communisten” werden op illegale wijze verkregen, maar waren vaak flinterdun. Het was voor de FBI geen probleem dan maar zelf het bewijs te verzinnen. Bedenk dat dit tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw doorging!
Dan de man zelf. Niet alleen liet hij zijn non-vakanties door de FBI betalen, ook de verbouwingen aan en inrichting van zijn huis. Medewerkers van de FBI deden (in werktijd) zijn belastingaangifte, waarbij er constructies werden bedacht om de belastingen met succes te ontduiken. Dit leidde tot een sfeer van bederf aan de top van de organisatie. In de eerste plaats pikte Clyde Tolson een graantje mee (tweede man van de FBI, volgens velen de levensgezel van Hoover), maar verder eigenlijk iedereen aan de top. Gentry beschrijft pakkend de worsteling die de opvolgers van Hoover hebben gehad met die erfenis.
Het boek leest als een thriller. Inhoudelijk is het een schokkend boek. De boodschap is voor mij het belang van maximale benoemingstermijnen in het openbaar bestuur en het consequent sturen op macht en tegenmacht. Macht corrumpeert. Onbeperkte macht corrumpeert onbeperkt.
Ik heb deze recensie eerder op LinkedIn geplaatst.
1
Reageer op deze recensie
