Lezersrecensie
Fawning
Het boek Fawning heb ik op verzoek van de uitgever Bruna gelezen. Dr. Ingrid Clayton beschrijft fawning als een overlevingsstrategie van het zenuwstelsel. De aanpassing om veilig te blijven wanneer vechten of vluchten geen optie meer is. Dat uitgangspunt onderschrijf ik volledig. Fawning is geen karaktertrek, geen emotionele intelligentie en geen sociale vaardigheid. Fawning is een een onbewuste reactie op langdurige onveiligheid, een traumapatroon. Het probleem is alleen dat we in een samenleving leven die dit gedrag niet alleen tolereert, maar vooral ook actief beloont.
Clayton haalt fawning, bij ons beter bekend als pleasen terecht weg uit het domein van schuld en tekort. Fawning ontstaat wanneer iemand leert dat emoties tonen, grenzen stellen of eigen behoeften serieus nemen spanning of afwijzing oproept. Meebewegen wordt dan de veiligste keuze. Dat proces wordt in het boek zorgvuldig en begrijpelijk beschreven. De koppeling met het autonome zenuwstelsel vind ik sterk en is op basis van de huidige kennis inhoudelijk juist. Please gedrag verdwijnt niet door wilskracht of door ‘beter communiceren’.
Wat mij tijdens het lezen steeds meer bezighield, is dat fawning zelden alleen een individueel probleem is. Onze maatschappij functioneert bij de gratie van mensen die zichzelf ten dienste stellen van anderen. Op de werkvloer noemen we dat flexibiliteit. In de zorg noemen we het betrokkenheid. In gezinnen heet het verantwoordelijkheid. In relaties noemen we het liefde. Fawning laat zien wat daaronder kan zitten: voortdurende alertheid, zelfverlies en lichamelijke uitputting. Dat maakt het boek ongemakkelijk en precies daarom relevant.
De persoonlijke en klinische verhalen zijn indringend en laten goed zien hoe diep dit patroon kan ingrijpen. Voor mij persoonlijk zijn ze soms wat te Amerikaans. Ik had graag meer expliciete reflectie gezien op hoe context en systemen fawning in stand houden. Want zolang we mensen waarderen om hun aanpassingsvermogen, zonder te kijken naar de prijs die zij betalen, blijft fawning een bijna niet op te lossen patroon.
Wat ik waardeer, is dat Clayton geen eenvoudige uitweg biedt. Fawning los je niet op met grenzen stellen alleen. Het vraagt veiligheid. Het bieden van veiligheid is niet alleen een individuele verantwoordelijkheid. Het vraagt ook iets van relaties, organisaties en cultuur. Dat blijft in het boek wat impliciet, maar het ligt er wel onder. De boodschap is helder: zolang iemand zich alleen veilig voelt door zichzelf kleiner te maken, is er geen sprake van echte autonomie.
Voor mij is Fawning daarom niet alleen een boek over individueel herstel, maar ook een spiegel voor hoe wij samenleven. Het roept bij mij de vraag op waarom we aangepast gedrag zo vaak verwarren met emotionele volwassenheid. Waarom mensen die ‘alles aankunnen’ zelden worden gevraagd hoe het met henzelf gaat. En waarom uitval vaak wordt gezien als falen, in plaats van als signaal dat iemand te lang heeft gedragen wat eigenlijk niet te dragen was.
Wat ik er nog bij had willen lezen is een scherpere maatschappelijke duiding. Tegelijkertijd begrijp ik dat dit boek voor veel lezers eerst veiligheid moet bieden, herkenning en het geven van woorden aan gevoel(ens)l. En daarin slaagt het wat mij betreft heel goed.
Fawning zie ik als een belangrijk, toch wel wat confronterend boek. Het laat zien dat sommige vormen van ‘goed functioneren’ geen teken zijn van kracht, maar van aanpassing aan een wereld die weinig ruimte laat voor echte veiligheid. Voor wie zichzelf herkent in pleasen, en voor professionals die willen begrijpen wat er onder dat gedrag schuilgaat, biedt dit boek geen snelle oplossingen, maar iets veel waardevollers: inzicht, erkenning en een begin van een ander gesprek.
Clayton haalt fawning, bij ons beter bekend als pleasen terecht weg uit het domein van schuld en tekort. Fawning ontstaat wanneer iemand leert dat emoties tonen, grenzen stellen of eigen behoeften serieus nemen spanning of afwijzing oproept. Meebewegen wordt dan de veiligste keuze. Dat proces wordt in het boek zorgvuldig en begrijpelijk beschreven. De koppeling met het autonome zenuwstelsel vind ik sterk en is op basis van de huidige kennis inhoudelijk juist. Please gedrag verdwijnt niet door wilskracht of door ‘beter communiceren’.
Wat mij tijdens het lezen steeds meer bezighield, is dat fawning zelden alleen een individueel probleem is. Onze maatschappij functioneert bij de gratie van mensen die zichzelf ten dienste stellen van anderen. Op de werkvloer noemen we dat flexibiliteit. In de zorg noemen we het betrokkenheid. In gezinnen heet het verantwoordelijkheid. In relaties noemen we het liefde. Fawning laat zien wat daaronder kan zitten: voortdurende alertheid, zelfverlies en lichamelijke uitputting. Dat maakt het boek ongemakkelijk en precies daarom relevant.
De persoonlijke en klinische verhalen zijn indringend en laten goed zien hoe diep dit patroon kan ingrijpen. Voor mij persoonlijk zijn ze soms wat te Amerikaans. Ik had graag meer expliciete reflectie gezien op hoe context en systemen fawning in stand houden. Want zolang we mensen waarderen om hun aanpassingsvermogen, zonder te kijken naar de prijs die zij betalen, blijft fawning een bijna niet op te lossen patroon.
Wat ik waardeer, is dat Clayton geen eenvoudige uitweg biedt. Fawning los je niet op met grenzen stellen alleen. Het vraagt veiligheid. Het bieden van veiligheid is niet alleen een individuele verantwoordelijkheid. Het vraagt ook iets van relaties, organisaties en cultuur. Dat blijft in het boek wat impliciet, maar het ligt er wel onder. De boodschap is helder: zolang iemand zich alleen veilig voelt door zichzelf kleiner te maken, is er geen sprake van echte autonomie.
Voor mij is Fawning daarom niet alleen een boek over individueel herstel, maar ook een spiegel voor hoe wij samenleven. Het roept bij mij de vraag op waarom we aangepast gedrag zo vaak verwarren met emotionele volwassenheid. Waarom mensen die ‘alles aankunnen’ zelden worden gevraagd hoe het met henzelf gaat. En waarom uitval vaak wordt gezien als falen, in plaats van als signaal dat iemand te lang heeft gedragen wat eigenlijk niet te dragen was.
Wat ik er nog bij had willen lezen is een scherpere maatschappelijke duiding. Tegelijkertijd begrijp ik dat dit boek voor veel lezers eerst veiligheid moet bieden, herkenning en het geven van woorden aan gevoel(ens)l. En daarin slaagt het wat mij betreft heel goed.
Fawning zie ik als een belangrijk, toch wel wat confronterend boek. Het laat zien dat sommige vormen van ‘goed functioneren’ geen teken zijn van kracht, maar van aanpassing aan een wereld die weinig ruimte laat voor echte veiligheid. Voor wie zichzelf herkent in pleasen, en voor professionals die willen begrijpen wat er onder dat gedrag schuilgaat, biedt dit boek geen snelle oplossingen, maar iets veel waardevollers: inzicht, erkenning en een begin van een ander gesprek.
2
Reageer op deze recensie
