Lezersrecensie
Daß ich erkenne, was die Welt im innersten zusammenhält,...
Staat van ontkenning
In Staat van ontkenning door Erik Rozing draait het om een Nederlands gezin in de toekomst. Astrid is politicus en getrouwd met Victor, een fanatieke wetenschapper. Samen hebben ze een puberzoon, Adam, die op zoek naar idealen, als klimaatactivist probeert de wereld te redden. Het verhaal speelt zich in een nog niet al te verre toekomst af. De verteller refereert in het verhaal aan gebeurtenissen uit het echte leven zoals de vergiftiging van Navalny of de de bezetting van het Moskouse theater door Tsjetsjeense terroristen, waar zich nog maar weinig personages in het boek aan kunnen herinneren. Ook heeft er een aantal jaren geleden een tweede watersnoodramp plaatsgevonden waarbij de vader van Victor, Felix, zijn vrouw heeft verloren. Na aanleiding van deze milieuramp werden door Astrids toedoen de Haagse Duinen geplaatst om te voorkomen dat Nederland door de verhoging van de zeespiegel ten ondergaat.
Het verhaal begint met de moord op een politicus waardoor Astrid, die al sinds een jaar van Victor gescheiden leeft, weer terug naar haar gezin gaat. Vanaf dit moment krijgt de lezer via een terugblik vanuit het perspectief van verschillende personages het verhaal gepresenteerd.
De lezer wordt meegenomen naar Rusland, waar Victor als wetenschapper werkte omdat daar weinig gedoe was over ethische vragen en wettelijke beperkingen. Want voor zijn onderzoek naar selfing (een soort zelfbevruchting, zoals in de dierenwereld bij hermafrodieten) kreeg hij in Nederland geen toestemming. In Rusland leert Victor al gauw de tsaar kennen. Die is erg geïnteresseerd in zijn onderzoek en maakt Victor een aanbod. Het is voor de lezer niet helemaal duidelijk of Victor op dit aanbod ingaat. Duidelijk is echter wel, dat hij alleen uit Rusland en weg van de tsaar kan komen door te trouwen met een Nederlandse. Na een gearrangeerde kennismaking, trouwen Astrid, die toen minister van Buitenlandse Zaken is en Victor. Terug in Nederland vertellen ze niemand van hun schijnhuwelijk. Astrid stoort zich weer op haar politieke carrière en Victor heeft zijn eigen lab waar hij verder onderzoek doet met betrekking tot selfing. Omdat Victor onvruchtbaar is en Astrid graag een kind wil, maakt hij via zijn uitgevonden zelfbevruchting een kind voor hun, Adam.
Adam groeit op tot intelligente jongen, maar de ouders hebben weinig tijd voor hem. Adams vader heeft meer interesse aan zijn zelf uitgevonden vriendje de artificiële intelligentie, Darwin. En Adams moeder is vooral met haar carrière bezig. Adam heeft dus weinig echt contact met zijn ouders, maar met zijn opa Felix kan hij het goed vinden. Felix is leraar filosofie en een soort oud-hippie.
Als puber trekt Adam zich de verandering van het klimaat erg aan en wil hij graag actief iets doen tegen de opwarming van de aarde. Zo komt hij uiteindelijk bij de activisten van Gaia terecht, waarachter de “terroristische”(?) organisatie Moros staat, die wellicht de lange arm van Russland/ de tsaar is. Bij Gaia ontmoet hij Jelena, op wie hij meteen verliefd wordt. Zij is radicaler dan Adam en hij vindt eigenlijk, dat zij te ver gaat, maar hij laat zich door haar verleiden om mee te doen.
Dit alles speelt zich af voor de achtergrond van de wereldwijde klimaatverandering. Het is erg heet, een tweede watersnoodramp heeft Nederland al eens overspoelt en een volgende overspoeling dreigt...
Het is het eerste boek dat ik van Rozing heb gelezen. Het feit dat het tot het nieuwe genre ‘klimaatfictie’ wordt gerekend en de flaptekst maakten me nieuwsgierig. Want ik had nog nooit een ‘klifi-boek’ gelezen en dat het om een politicus draait, die niet alleen de problemen van het klimaat maar ook de problemen van haar gezin onder controle probeert te krijgen, vond ik een interessante insteek.
Het boek heeft 414 pagina’s en is onderverdeeld in 10 hoofdstukken. De eerste hoofdstukken lezen vlot weg. De personages worden geïntroduceerd, de plot wordt langzaam opgebouwd en in het begin vooral uit het perspectief van Astrid verteld. In deel 3 is dan vooral Victor aan de beurt met zijn zicht op het verhaal. Ik weet niet of het de bedoeling is (Victor is immers een droge wetenschapper met weinig zin voor humor), maar deel 3 is uitgesproken droog en langdradig. Er gebeuren veel dingen die voor het verhaal van belang zijn, zoals de zinspeling op het weddenschap tussen Faust en Mephisto of het verliefd worden op de ‘ideale vrouw’, Sonja - Gretchen - Jelena, maar toch had ik er erg veel moeite om door dit hoofdstuk heen te komen. Voor een deel zeker te wijten aan het karakter van Victor, maar ik kreeg ook het idee dat Rozing hier van alles wilde, maar het niet echt goed aanpakte. Er worden opeens veel verhaallijnen begonnen, die dan gedurende het verhaal amper of niet meer worden opgepakt. Ik vroeg me tijdens het lezen steeds meer af, waarvoor al die droge, langdradige informatie in deel 3 als daar uiteindelijk toch niets of niet zo veel mee gedaan wordt? Zoals bijvoorbeeld de ouders van Jelena. Die krijgen in deel 3 nogal veel aandacht, maar we lezen voor de rest van het verhaal nog amper iets van hen.
Ook met de hoofdpersonages had ik moeite. Zij komen niet goed uit de verf, blijven oppervlakkig en worden niet goed uitgediept. Naar mijn idee wilde Rozing met de hoofdfiguren een soort afspiegeling van onze maatschappij creëren. Want de personages belichamen allemaal een bepaalde karakter: Astrid, de carrièrevrouw, Victor, de fanatieke wetenschapper, Adam, de nieuwe mens, Felix, de filosoof en Jelena a la Helena, de ideale vrouw. Tegelijkertijd zijn ook de thema’s van de roman verbonden met de types/ hoofdpersonages. Want het thema van het echte (liefde) versus het onechte (schijnhuwelijk), van de oude wereld (Felix) versus de nieuwe wereld (Adam), van geesteswetenschap (Felix) versus natuurwetenschap (Victor), het wordt allemaal met de personages, met hun gedrag en hun gesprekken uitgebeeld.
De net genoemde thema’s en nog meer komen ook in tal van verwijzingen, citaten, zinspelingen in het verhaal en dan voor al in de dialogen terug. En hoewel de dialogen vaak erg grappig zijn, zoals bijvoorbeeld wanneer Astrid en Victor het over de storm ‘Geraldine’ hebben, waarvan Astrid vindt dat een storm met zo’n naam niet erg kan zijn, want: “Als hij werkelijk heel erg was dan noemden ze hem wel… Goebbels.”, heb ik toch wat moeite met het verhaal. Het lijkt als of Rozing in sneltreinvaart door de hele Europese literatuur- en filosofiegeschiedenis heen wilde en alle problemen en vragen die in onze westerse maatschappij op dit moment spelen aan de orde wilde stellen. Voor mij te veel van het goede, een overdaad. Bij het einde aangekomen, schrikte ik eventjes: hoe kan het af zijn? Hoe kan ik onderweg zo veel verhaallijnen gemist hebben? Nee, alsjeblieft, niet zo een einde!
Ik geef dit boek drie sterren.
Hartelijk dank aan de hebban crew voor het boek en Joke voor de goede begeleiding tijdens de de leesclub!