Advertentie


Waar toch de behoefte vandaan komt van mensen om hun leven tot in ieder detail te beschrijven is mij een raadsel; mannen over hun erecties en bezoeken aan prostituees, vrouwen over hoe ze zich seksueel laten gebruiken en daar, zoals het professionals betaamt, trots op beweren te zijn. Is er nog een verschil tussen prostitutie en schrijven, vraag ik mij wel eens af.
Het schijnt een soort proeve van bekwaamheid te zijn om jezelf seksueel te exploiteren, of een proeve van verkoopbaarheid misschien?

Bij Rutger Pontzen kan dat laatste niet de reden zijn geweest waarom hij zichzelf autobiografisch heeft gefileerd, want dan had hij zijn boek niet gegoten in het concept van 1 nogal onleesbare zin.
Iets wat de meeste mensen ervan zal weerhouden om eraan te beginnen, maar ik nu juist wel een interessant concept vond, want eigenwijs en taalkundig een uitdaging. Over gebrek aan nuance hebben we bij Pontzen ook niets te klagen, hij is in staat om dingen op te schrijven die iedereen wel eens ervaart, maar die meestal net onder het oppervlak van het bewustzijn blijven liggen. Je zou het boek, om in de beeldspraak te blijven, ook als een lange ejaculatie kunnen zien, of een emotioneel incontinent geworden schrijver die alles laat lopen, wanneer hij niet in staat was geweest om zijn concept goed te onderbouwen en door het boek heen in verschillende scenes duidelijk te maken waarom hij dit doet. Te beginnen bij zijn vader, die overleed op zijn 21ste, en die de gewoonte had om lange monologen af te steken tegen Rutger, zijn jongste zoon, die dat gelaten en zonder weerwoord onderging waarmee hij het predicaat van troonopvolger van zijn intellect kreeg. Een rol die hem buiten zijn schoenen deed lopen van trots maar waarin hij alleen kon falen omdat de opdracht te zwaar, zo niet onmogelijk bleek. Vanuit dat gegeven ontroert de egocentrische titel ‘Nu ik’ mij dan ook. Het is het relaas van iemand die na 55 die nog altijd bang is om te worden onderbroken door machtigere en hardere stemmen, en die haastig, alsof de dood hem op de hielen zit, nog eenmaal zelf aan het woord wil komen. Niet dat hij nooit iets heeft mogen zeggen in zijn latere leven, maar alleen in de rol van kunstcriticus in plaats van zelf kunstenaar geworden te zijn, een falen dat hij op tragisch-komische wijze beschrijft en waarmee hij mij helemaal heeft ingepakt als lezer.

Langzamerhand ga je zelf je eigen punten, alinea’s en hoofdstuk-titels plaatsen en vind je een eigen ritme om het werk in je op te nemen. Iets wat ook gebeurt bij het kijken naar moderne beeldende kunst, of conceptkunst, door de hoeveelheid aan schijnbaar chaotische indrukken ga je vanzelf vertragen, die ervaring van tijdloosheid en associatieve wijze van kijken is deel van wat de kunstenaar teweeg wil brengen in het hoofd van zijn toeschouwers. Ook al zegt Rutger Pontzen in het interview met Schrijven Magazine dat onlangs verscheen dat ‘Tell, don’t show’ zijn motto is, hij schrijft wel degelijk als een (conceptuele) beeldend kunstenaar. Meer hiervan graag.

Reacties op: ‘Tell, don’t show’

3
Nu ik - Rutger Pontzen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker