Advertentie

Anton Valens Chalet 152
De titel geeft aan dat we mogelijkerwijs te maken hebben met een vakantiepark. Dat klopt, het is het vervallen vakantiepark ’t Ezeltje dat in de winter bewoond wordt door een aantal losers. Djoeke van ’t Hull komt er ook te wonen omdat hij op het chalet van zijn oom mag passen: nr 152. Djoeke heeft geen baan en woonruimte meer, dus het komt hem goed uit. Hij schrijft zich als vrijwilliger in voor klusjes in het park en daarom gaat hij lantaarnpalen schoonmaken en schilderen.
Djoeke is een geïsoleerde figuur, heeft een ongelukkig verlopen liefde met Roelien gehad, denkt en analyseert veel en bekritiseert zichzelf. Zijn negatieve zelfbeeld zorgt voor een isolement. Daarbij ‘gaat hij conflicten uit de weg, hij slikt veel, heeft geleerd dat het niet raadzaam is mensen ‘eens flink de waarheid te vertellen.’(122) Hij houdt afstand en straalt geen warmte uit.
Op het vakantiepark ontstaat een relatie tussen hem en de excentrieke, egocentrische kunstenares Audrey d’Autretsch. Zij organiseert een zweverige ayahuasca-bijeenkomst op het strand voor de bewoners van het vakantiepark. Ayahuasca is een aftreksel van planten uit het Amazonegebied. Men wordt er ziek van, moet overgeven, krijgt diarree en heftige hallucinaties. Tijdens deze sessie komen beelden uit zijn verleden naar boven. Ook beelden van Roelien, zijn vorige geliefde. Mogelijk was hij nog niet van haar bevrijd. Herinneringen aan zijn studietijd op de universiteit komen terug. Hij heeft ze verdrongen. De hoofdstad was voor hem in die tijd enorm bedreigend. Daarom had hij een barricade opgeworpen tussen hem en de wereld, maar ook binnenin hemzelf. Hij verzon in die tijd een entiteit van buitenaardse oorsprong. Marsmannetjes observeerden hem van buiten de dampkring. Dit verzinsel maakte zijn tochten door de stad gezelliger. Daarna is hij vertrokken naar Rotterdam, waar deze gewoonte pas verdwenen is nadat hij Roelien had ontmoet.
Deze beelden roepen een onzegbare troosteloosheid bij hem op. Altijd dat onveilige gevoel. Er welt een enorme woede in hem op en hij schreeuwt om Roelie. De entiteit uit de ruimte neemt het over en verbreekt de verbinding met Djoeke. Hij kan rusten. Hij kan het roer zelf weer in handen nemen. Hij heeft een pelgrimage naar zijn innerlijk voleindigd. Audrey daarentegen is woest en wil niets meer met hem te maken hebben, omdat hij zijn oude geliefde nog altijd bij zich draagt. De ayahuasca-sessie loopt dramatisch af. De volgende dag moet hij de sleutel van het chalet bij zijn oom terug brengen. Hij heeft een plattegrond met de lantaarnpalen die hij geverfd heeft in zijn zak en verlaat het chalet.

Het is een bijzonder boek omdat het over een persoon gaat die niet geslaagd is in het leven, een anti-held. Identificatie is lastig, Djoeke is een sukkel, maar de ironie maakt veel goed in het verhaal. Valens is taalvaardig, maakt mooie zinnen.
Met het vallen van de blinkende maan neemt de duisternis een graadje toe in de duinkom.’
Daarbij komen levensvragen al of niet expliciet aan de orde:
Wat wil hij eigenlijk in zijn leven? Waarom straalt hij zo weinig warmte uit? Kan hij zich wel aan iemand geven? Wat is er op tegen om dood te zijn? Wat weet je van elkaar? Bestaat zulke kennis echt?
Al filosoferend schildert Djoek zijn lantaarnpalen, terwijl hij zeer gedetailleerd de werkwijze beschrijft. Geen literatuur over een stoere, hoogstaande held, integendeel. Djoeke is een verschoppeling van de maatschappij, maar Valens kan daar toch een mooi boek over schrijven in een puntig taalgebruik bekeken door een zachte humorvolle bril.

Martine P

Reacties op: Chalet 152, het huis van een sympathieke loiser,

19
Chalet 152 - Anton Valens
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker