Advertentie

Peter Hajo deugt niet aan wal en wil altijd al varen, in de voetsporen van zijn nooit teruggekeerde vader... Padde Kelemijn van de Appelhaven weet zeker dat hij in de brouwerij van zijn oom komt. Rolf komt uit een familie voor wie de vaart op Indië de grote inkomstenbron is.
In Hoorn staan deze drie onafscheidelijke jongens nu als standbeeld op de havenmuur. Het verhaal neemt de lezer en de jongens mee op de Oost-Indiëvaart, storm in de Golf van Biskaje, het matrozenleven aan boord, scheurbuik, Neptunus bij het passeren van de evenaar, schipbreuk en uiteindelijk Indië.
Moeilijk te zeggen hoe het in deze tijd uitpakt, maar de spanning, de grappen en grollen van de matrozen, de drie zo verschillende jongenskarakters die elkaar vinden, de huiselijkheid van hun bijeenzijn, blijken voor vroegere lezers onvergetelijk. Als je er door gegrepen wordt, blijft het boek je een leven lang bij. Hele zinnen blijven bij je hangen: "Ik dacht dat het de Duinkerker kapers waren" (Padde), "Donder en bliksem, lopen jullie alweer te luibuizen" (bootsman Folkert Berentsz), "Ik ken de wind laten draaien" (Harmen). Gerritje en Schieltjens Blauw en Dolimah blijven eveneens onvergetelijke namen.
Mijn moeder las het aan me voor en liet me zo kennis maken met het land waar zij geboren en groot geworden was. Natuurlijk was het de tijd van de opkomst van Nederland als koloniale macht. Om die reden zal het boek nu meer uitleg nodig hebben dan vijftig jaar geleden, maar tegelijk geeft het een levendig beeld van het zeemansleven uit die tijd, een leven dat niet vanzelf een groots leven was.

Reacties op: De Oostinjevaart als jongensdroom

57
De scheepsjongens van Bontekoe - Johan Fabricius
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners