Lezersrecensie
Banale schrijvers
Het boekenweekessay 2020 is een heerlijk essay over de literaire instituties. Dit boek staat vol met rake zinnen die ook nog eens grappig zijn.
Het eerste citaat betreft de dichtgetimmerde definitie van literatuur.
De zin die mij raakt is een citaat van de schrijver Thomése. Eus citeert Thomése in relatie met een opiniestuk in NRC waarin staat dat een roman geen betekenisloos amusement mag zijn: "Ik wil banale onderwerpen niet aan banale schrijvers overlaten. Het resultaat hoeft niet van minder waarde te zijn". Deze zin verwijst naar zijn boeken over J. Kessels. Het citaat vervolgt met: "Een roman moet confronteren. Als schrijvers brave hendriken zouden zijn die het beste met ons voor hebben, zou ik ze niet lezen". Eus concludeert dat Thomése niet veel Nederlandse auteurs leest.
Eus heeft vooral kritiek op de incestueuze houding van de literaire wereld: " De schrijvers zijn niet alleen elkaars vrienden, ze schrijven ook in gewichtig proza over elkaar, zonder zich af te vragen of Miep uit Meppel zit te wachten op de emotiehuishouding van de Randstedelijke millennials die elkaar zo goed vinden". Om deze woorden kracht bij te zetten wordt Jet Steinz geciteerd waaruit blijkt dat ook de jonge vrouwelijke schrijvers elkaar goed kennen, of relaties met elkaar hebben.
Inhoudelijk moet het allemaal groots en meeslepend zijn volgens Eus: "Wie een juryprijs in dit genre wil winnen, moet minimaal een keer verwijzen naar een onbekende Algerijnse filosoof uit 1856, een paar beelden oproepen die doen denken aan een schilderij uit de zestiende eeuw en als het even lukt, is het handig om te citeren uit een dichtbundel van een onderdrukte Perzische poëet".
Het essay eindigt mild met een pleidooi om de jeugd aan het lezen te krijgen. Zelfs de huidige jonge schrijvers moet dit lukken, want "wat iedereen ook publiceert, de liefde voor taal en verhalen vormt het fundament".
Docenten staan onder hoge druk en hebben volgens Eus weinig tijd om recent uitgegeven boeken te lezen. Hij pleit voor literatuuronderwijs op maat: geen Nijhoff door de strot van MAVO-leerlingen duwen, want dat is "de beste manier om een ontvankelijke ziel voorgoed te genezen van een eventuele nieuwsgierigheid naar de letteren".
Dit essay van Akyol heeft 63 pagina's.
Andere boeken over het lezen of over de plaats van de roman:
Tim Parks - Waarom ik lees
Alex Boogers - Lang leve de lezer
T. Vaessens - De revanche van de roman
William Marx - Het afscheid van de literatuur