Advertentie
    Nicole van der Elst Hebban Recensent

Was Thomas Cromwell in Wolf Hall nog een personage waarbij zijn handelingen soms in nevelen waren gehuld, in dit tweede deel laat Mantel meer los over zijn slinkse handelswijze aan het hof. Haar hoofdpersoon wordt daardoor een gelaagder personage, want naast zijn persoonlijke overwinningen, ontstaan in Het boek Henry ook de eerste twijfels over zijn positie aan het hof.

Wanneer Cromwell in het eerste hoofdstuk de interesse van de koning voor Jane Seymour opmerkt, brengt hij langzaam alles in stelling om de huidige koningin ten val ten brengen. Gebeurt dat eerst door twijfel te zaaien over het vermogen van Anne om een mannelijke troonopvolger te baren, langzaam verschuift de discussie naar de eerbaarheid van de koningin. Had zij toch geen eerdere huwelijksovereenkomsten met andere mannen? Al in de eerste helft van het boek krijgen deze twijfels ook vat op de koning: ‘jij bent angstaanjagend, Crumb. Jij zou een man zijn manieren voor God doen vergeten. Dus stel dat hij heeft gelogen? Stel dat zij en Percy elkaar wel een belofte hebben gedaan die op een wettig neerkomt? Als dat zo is, kan ze niet getrouwd zijn met mij.’

De uitkomst van deze heksenjacht is minder interessant dan de manier waarop Cromwell dit aanpakt. Hij sluit allianties met families en personages waarin hij Wolf Hall niet naar omkeek en legt vooral zijn oor te luister bij de hofdames van de koningin. De vraag die boven het tweede deel van dit drieluik hangt is dan ook: wie heeft echt de touwtjes in hangen aan het hof, Henry of Cromwell? Aan de manier waarop personages in de gunst proberen te komen van de secretaris, lijkt de balans steeds meer in zijn richting over te hellen. Cromwell doet in de ogen van de koning de meeste dingen goed, maar ook bij hem slaat de twijfel over de macht van zijn vertrouweling soms toe: ‘volgens mij denk je serieus dat jij koning bent en ik het joch van de hoefsmid.’

Doordat het boek een korte tijdperiode beslaat, komt deze kwetsbaarheid, en de dunne lijn waarop je aan het hof voortdurend balanceert, goed naar voren. Ook al draait het in Het boek Henry om het proces tegen Anne, het is ook een verhaal waarin Cromwell nog meer vat probeert te krijgen op de emoties van Henry. Zijn conclusie: niemands positie is zeker, ook die van hem niet. Tegelijkertijd is hij wel zo realistisch om zo lang mogelijk van zijn macht te genieten en dit hopelijk ook door de geven aan zijn zoon en vertrouwelingen, die inmiddels zijn opgeklommen tot de hofhouding van de koning. Toch is Cromwell in zijn kwetsbare momenten het meest menselijk, vooral waarin hij op de laatste pagina’s zijn eigen positie overdenkt. ‘Hij heeft hun aan een nieuwe wereldorde geholpen, de wereldorde zonder Anne Boleyn, en nu zullen ze denken dat ze ook zonder Cromwell kunnen. Ze hebben zich te goed gedaan aan zijn banket en nu zullen ze hem met het vuile vloerstro en de afgekloven botten naar buiten willen vegen.’

Het boek Henry is vooral in het laatste deel een opmaat naar het einde van deze vroege belhamel uit Putney, al blijkt uit de laatste zinnen dat hij zich niet zonder slag of stoot gewonnen zal geven: ‘er bestaan geen einden. Als je dat denkt, vergis je je in hun aard. Elk einde is een begin. En dit is er een van.’ In hoeverre hij echt strijdend ten onder gaat? Daarop kunnen we ons verhogen in het vuistdikke slotdeel van deze majestueuze trilogie.

Reacties op: Wie heeft de touwtjes aan het hof in handen?

153
Het boek Henry - Hilary Mantel
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners