Advertentie
    Nicole van der Elst Hebban Recensent

Tijdens zijn studie geschiedenis hoorde Abdelkader Benali voor het eerst over Jan Janszoon, de zeventiende-eeuwse kaper die fortuin maakte in Noord-Afrika. Toch kwam zijn verhaal pas echt tot leven toen de auteur ontdekte dat deze Haarlemse avonturier iets overeenkomstig heeft met zijn voorouders: beiden verdienden geld met piraterij.

In het Maand van de Geschiedenis-essay Reizigers van een nieuwe tijd wisselt Benali het verhaal van zijn eigen verleden af met het grotere verhaal van het Middellandse Zeegebied, dat al eeuwenlang allerlei vrijbuiters aantrekt. Hij laat zien dat Janszoon niet de enige Europeaan was die in Noord-Afrika op zoek ging naar fortuin en roem. In steden als Algiers barste het in de zeventiende eeuw van de gelukzoekers die geen moeite hadden om ‘in dienst van de Turk’ hun geld te verdienen. De Haarlemse piraat ging zelfs nog een stap verder. Janszoon bekeerde zich tot de Islam, liet zich besnijden, trouwde met een Moorse vrouw, viel Nederlandse schepen aan en hield landgenoten gevangen als slaven. Jaren later schiet hij als admiraal van de Marokkaanse stad Salé zijn vaderland juist weer te hulp en zet hij zich in om gevangengenomen Nederlandse zeelieden vrij te krijgen.

Aan de hand van het avontuurlijke verhaal van deze Haarlemse piraat laat Benali op overtuigende wijze zien dat identiteit niet iets is wat vastligt. Natuurlijk blijf je altijd verbonden met de plaats waar je vandaan komt, maar zeker als migrant heb je ook de persoonlijke vrijheid om je aan te passen en te veranderen.

‘Renegaten als Jan Janszoon tonen dat identiteit fluïde is als het onstuimige water waar ze op voeren, en dat migratie, of het nu van noord naar zuid is, of van zuid naar noord (zoals mijn vader die naar Nederland kwam), daar een beslissende invloed op heeft.’

De overtuiging en het onderzoek dat Benali heeft gestoken in het schetsen van dit grote plaatje, ontbreekt als hij dit migratieverhaal koppelt aan de geschiedenis van zijn eigen voorouders. In het geboortedorp van de auteur lieten lokale vissers in slechte economische tijden Europese schepen vastlopen op de kust, waarna de buitgemaakte goederen op de lokale markt werden verkocht en de bemanning moest worden vrijgekocht. Het is goed om te tonen dat het Rifgebied een rijke geschiedenis heeft, maar het bewijs dat zijn voorouders daadwerkelijk meededen aan piraterij is flinterdun en vooral gebaseerd op zijn eigen aanname.

‘Voor me op het bureau ligt een foto van mijn overgrootvader. Hij heeft blauwe ogen en een hangsnor – als niet hij ooit op een sloep heeft plaatsgenomen om in het duister van de nacht dwars door de mist een gewapend schip te enteren, dan zijn vader wel.’

Dit essay is niet op alle fronten een waterdicht historisch verhaal, maar het geeft wel een verrassend inkijkje in onze eigen vaderlandse geschiedenis. Verwelkomen wij de afgelopen tientallen jaren nieuwkomers uit Noord-Afrika, enkele eeuwen geleden ging die migrantenstroom grotendeels de andere kant op. Of er tussen de mensen die zich in Nederland vestigen net zulke vrijbuiters zitten als Jan Janszoon? Laten we hopen dat het geen vier eeuwen duurt voordat iemand zijn of haar verhaal optekent.

Reacties op: Migratie gaat twee kanten op

15
Reizigers van een nieuwe tijd - Abdelkader Benali
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners