Advertentie

Ed Franck (2002) baseerde zich in dit boek op de liefdescorrespondentie tussen de religieuze Abélard en het jonge meisje Héloïse; een verhaal van passie, liefde, overgave en pijn.

Als kind keek ik graag naar fantastische jeugdseries als “Johan en de Alverman”, “Het Zwaard van Ardoewaan” of “Floris”, met kuise scènes tussen ridderhelden en jonkvrouwen. Echter, dat is in niets te vergelijken met het boek van Ed Franck. “Abélard en Héloïse” is een Romeo en Juliaverhaal, met een extra pepertje.
In eerste instantie had ik een braaf, archaïsch geschreven romantisch liefdesverhaal verwacht, ondanks dat de korte inhoud op de achterflap mij niet meteen in die richting duwde. Ik koos dit boek ook niet om zijn schattige, kleine formaat, noch om zijn cover, maar net omdat het verhaal mij aansprak.
Lente 1163; op haar sterfbed overschouwt abdis Héloïse haar leven, hoe ze als intellectueel doch onschuldig, zeventienjarig meisje, zichzelf verliest in de zinnelijke geneugtes met de twintig jaar oudere, religieuze geleerde Pierre Abélard. Haar hele leven smacht ze naar de ware liefde van deze man voor wie ze haar kind achterlaat en zelfs toetreedt tot het klooster.

Ed Franck deelt het boek in drie stukken. Hij begint met een proloog in schuinschrift die de tijd en achtergrond van het verhaal schetst en eindigt met een korte epiloog, eveneens in schuinschrift geschreven. Het verhaal ligt er dus als het ware middenin. In een vlotte schrijfstijl verwoordt Ed Franck de laatste gedachten van Héloïse. Als lezer lijkt het net alsof Héloïse haar verhaal aan jou vertelt. Soms wijkt Franck van die structuur af door terug te grijpen naar de getuigenis van Héloïse op de momenten dat de gebeurtenissen plaatsvinden. Dat kan je wel wat verwarren. Het is af en toe zelfs niet duidelijk of een bepaalde gedachte in het heden of in het verleden ligt. Een voorbeeld daarvan is: “Soms raast het leven als een lawine over je heen. Je voelt hoe je wordt meegesleurd en je steekt zelfs geen arm uit om iets vast te grijpen, je weet dat het nutteloos is. Dat je alleen maar kunt wachten tot de lawine is uitgeraasd, om dan moeizaam op te staan en na te gaan hoeveel van je botten zijn gebroken.” (Franck, 2002). Het verhaal gaat dan verder met haar herinneringen aan haar leven bij haar oom Fulbert.
Het literaire werk van Ed Frank, zoals hij het zelf omschrijft, is gefundeerd door bronnenonderzoek. Zo zijn data, plaatsnamen en personen waarheidsgetrouw. Dat komt het boek ten goede. Niet alleen de zakelijke aspecten, maar ook de gevoelens die heel beeldend worden verhaald, maken van dit boek een werk dat door mensen van verschillende leeftijden kan gesmaakt worden. Uiteraard verwijst het ook naar de voorhoofse tijden waarin de vrouw ondergeschikt was aan de man. Ook al was Héloïse intelligent en werd ze gestimuleerd door haar oom om zich verder te onderwijzen, toch merk je dat ze eigenlijk weinig te zeggen heeft. Haar leven stond helemaal in het teken van Pierre Abélard, toch was het haar eigen ambigue keuze. Het feit dat ik me hier bij tijden aan stoorde, getuigt van een diepe inleving in het verhaal. Ik zou Héloïse eens door elkaar willen hebben geschud om haar op andere gedachten te brengen. Dat zij zelfs haar kind achterliet, gaf mij echt een schokeffect. Ed Franck heeft de man-vrouw verschillen op passende wijze naar voren gebracht en weet de lezer duidelijk te beroeren.

Voor een boek dat tot de jeugdliteratuur behoort, is “Abélard en Héloïse” toch een volwassen verhaal. Volgens mij kunnen ook jeugdige lezers de diepgaande beschrijving over intense, vaak onbeantwoorde gevoelens begrijpen. Want zeg nu zelf, wie houdt er niet van begeesterd te worden met liefdesdrank?


Bronnen:
1. Franck, E. (2002). Abélard en Héloïse. D/2002/39/104. NV Uitgeverij Altiora Averbode.

Reacties op: Abélard en Héloïse (Ed Franck) - recensie van Jannicq Sierens

5
Abélard en Héloïse - Ed Franck
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners