Meer dan 4,0 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
    Peter Bakema Auteur

‘Cliënt E. Busken’ is de laatste roman van Jeroen Brouwers, een boek dat anders is dan zijn vorige romans en toch naadloos past in zijn oeuvre. Terwijl ‘Het hout’ plotgedreven is en naar een verrassende ontknoping leidt, is ‘Client E. Busken’ een introspectief boek in de vorm van een monoloog. Het beschrijft het leven van een dag en er is geen ontwikkeling in het verhaal. Sommige gedachten en motieven keren steeds in allerlei variaties terug, zoals meestal in het werk van Brouwers. E. Busken leeft in een constant heden vol datumloze dagen.

We zijn in het psychiatrisch centrum Madeleine, E. Busken heeft geen bewegingsvrijheid en zit vastgebonden in zijn rolstoel in de gesloten afdeling. Hij is 80 en tegen zijn zin opgenomen, maar waarom wordt niet helemaal duidelijk. Lang geleden maakte hij door alcoholisme een zware val, belandde in het ziekenhuis en kwam daarna in Madeleine. De roman draait om de vraag wat er nu precies mis is met hem.

Hij heeft lichamelijke problemen, is incontinent en heeft Parkinson. Soms ziet hij alle kleuren als blauw. Ook geestelijk is er van alles aan de hand, maar E. Busken houdt zich doofstom en zwijgt als vermoord. De roman is de sleutel tot zijn springlevende innerlijke leven, zijn beperkte leefwereld krijgt in zijn brein vaak kosmische proporties. E. Busken fabuleert erop los en alleen de lezers van de roman kunnen besluiten of hem iets mankeert.

Om te beginnen heeft E. Busken een sterke afkeer van mensen. Voor zijn moeder voelt hij liefde en haat, maar toch vooral het laatste. Hij heeft de pest aan de verplegers en de meeste medepatiënten. Hij voelt weerzin tegenover het psychiatrisch centrum, waar ze de patiënten schijnheilig cliënten noemen, de verplegers verplegenden heten en uniseks gekleed zijn. Er is een strikt regime en ze behandelen je alsof je kind bent. Hij mag hooguit vijf sigaretten roken en moet ervoor naar buiten. Geen wonder dat hij plannen beraamt om te ontsnappen.

Daarnaast zijn er zijn megalomane fantasieën over zijn beroepsverleden als hersenchirurg, meteoroloog, paleogeneticus, schrijver, dirigent. Of de belangrijke mensen die hij ontmoet heeft: ambassadeurs, koningin Beatrix en prins Claus, Harry Mulisch. Nee, we moeten hem niet onderschatten, al was E. Busken waarschijnlijk teleurgesteld in zijn loopbaan. Zijn moeder vond hem alvast een nietsnut.

Verder gaat zijn taalvermogen achteruit: hij verspreekt zich en corrigeert zichzelf, of hij zoekt het juiste woord te midden van allerlei woorden die hem te binnen schieten. E. Busken is zich hier zelf van bewust: ‘Als parelkralen die van een snoer glijden beginnen woorden me een na een te ontvallen wegens vergetelijkheid’. Hij wil schrijven om alles vast te leggen voor het hem ontglipt, in geheimtaal wel te verstaan.

Ten slotte kan hij zijn gedachten moeilijk concentreren, ze buitelen door en over elkaar heen en hij geraakt nooit tot een slotsom. Het blijkt al uit de eerste zin: ‘… denk ik opeens aan mijn moeder. Ik denk nooit aan mijn moeder die al decennia dood is. En ik ben intussen ouder dan zij is geworden. Ik bedoel. Bedoel ik iets?’

Directrice Carola wil wel eens weten wat E. Busken mankeert, ze heeft door dat hij zijn doofstomheid veinst. Carola denkt dat hij dement is of alzheimer heeft en wil dit bevestigd zien. ’s Middags is er een dovemansgesprek met een psychiater, door E. Busken in gedachten psychiaterende genoemd. Niemand komt tot een conclusie over E. Busken, net zo min als de roman tot een ontknoping komt. E. Busken is als een romanfiguur het product van fictie, in dit geval van zijn ficties over zichzelf en die de schrijver deelt met de lezer. Alleen de lezers weten wat hij denkt en zijn bevoorrechte getuigen, voor de anderen in de roman is hij een sfinx.

Brouwers weet de binnenwereld van E. Busken op een exacte en ongeëvenaarde manier weer te geven: je kruipt in zijn hoofd en volgt zijn gedachten en gevoelens op de voet. Brouwers is er altijd op uit de taalgrenzen te verleggen en zijn schrijfstijl past volkomen bij de binnenwereld van zijn hoofdpersoon. Vorm en inhoud zijn in deze roman een volmaakte eenheid. Als beschrijving van het leven van een alzheimerpatiënt komt ‘Cliënt E. Busken’ realistisch en geloofwaardig over. De roman eindigt met een berustende slotsom, niet van de hoofdpersoon, maar van de schrijver: ‘Bedaar nu maar, E. Busken, word kalm en beheers je, het vindt nu echt heel spoedig plaats, het kan niet al te lang meer duren, het staat te gebeuren, het nadert.’

Reacties op: Het leven uit een dag

1105
Cliënt E. Busken - Jeroen Brouwers
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken