Lezersrecensie
Grip recensie
TITELBESCHRIJVING
Stephan Enter, Grip. Uitgeverij Van Oorschot. Amsterdam 2011 ( 20ste druk, 2020)
Genre: Fictie, psychologische roman
OVER DE SCHRIJVER
Stephan Enter is een Nederlandse auteur. Hij is geboren op 12 november 1973, in Rozendaal. Nadat Stephan zijn school had afgemaakt ging hij studeren aan de Rijksuniversiteit in Utrecht. Hij studeerde daar zowel Nederlandse taal-en letterkunde als Keltische letterkunde en cultuur. Hij debuteerde in 1999 met zijn verhalenbundel Winterhanden. In 2007 bracht Stephan zijn tweede boek Spel uit. Dit boek stond bij veel recensenten bovenaan de lijstjes van beste boeken uit 2011. Enters derde roman, Grip (2011), werd bejubeld in de media, was genomineerd voor de Librisprijs, voor de AKO Literatuurprijs en won de Gouden Boekenuil Lezersjuryprijs. Het boek is tevens bekroond met de F. Bordewijk-prijs. In 2012 is de C.C.S. Croneprijs, de tweejaarlijkse oeuvreprijs van de stad Utrecht, aan Stephan Enter toegekend. Stephan schrijft vooral over opgroeien, de liefde en de jeugd. Deze thema’s kom je in al zijn boeken wel tegen. Stephan is een bijzonder man, zo zegt hij het volgende in een interview met hem over zijn boek Grip: ‘Ik heb een zwak voor mensen die op een flegmatieke manier cynisch zijn, mensen ook die onvatbaar zijn voor roem of aandacht. Mensen die met esprit alles relativeren.’ Dit is een bijzondere kijk op de mens en deze merkwaardige visie gebruikt hij dan ook in zijn boeken.
KORTE SAMENVATTING
Deel één:
De reünie
Paul van Woerden ( 40 jaar) wacht op het Station in Brussel op zijn vroegere vriend Vincent Voogd. Samen gaan ze met de trein naar een reünie reizen, die twee andere klimmers van hun vriendengroep hebben georganiseerd. Deze klimmers zijn Lotte de Greve en Martin Beers. Ze kennen elkaar van hun klimtocht naar de Noorse Lofoten. Paul kijkt op tegen zijn reis samen met Vincent, omdat hij hem intimiderend vindt, vanwege de vrijheid die hij altijd uitstraalt. Vincent komt net terug van een onderzoeksbaan in Japan. Terwijl ze in de trein zitten praat Vincent over een artikel dat hij in de krant heeft gelezen over onsterfelijkheid. In de krant staat dat de wetenschap over twintig jaar zover zou kunnen zijn, dat de mens onsterfelijk kan worden. Ze discussiëren hierover met elkaar.
De gebeurtenis
Daarna lezen we dat Paul terugdenkt aan de klimtocht van twintig jaar geleden. Daar gebeurde iets wat hij zich nog steeds herinnert. Lotte was door een zwak stuk gletsjerijs gevallen en hij had daarna Lotte van de dood gered. Het was geen ongeluk, maar Lotte vraagt hem wel om te doen alsof dat zo was. Hij beloofde aan haar dat hij dat zou zeggen tegen iedereen.
Naar Engeland
Vincent en Paul reizen door naar Engeland. Eerst moeten ze door een tunnel heenrijden en Paul herinnert zich dat Vincent bang was voor het donker. In Londen zullen ze moeten overstappen, eerst op de metro en later moeten ze de trein pakken naar Wales, want Martin en Lotte hebben een nieuw huis gekocht aan de kust bij Swansea.
Vriendschap en liefde
Paul denkt na over zijn vriendschap met de onafhankelijke Vincent en daarna over zijn vriendschap met de wat meer teruggetrokken Martin. Martin at altijd erg vies en dit doet Paul denken aan zijn verliefdheid van vroeger. Hij was verliefd op de dochter van de rector, maar dit was over toen hij haar in haar neus zag pulken.
Andere herinneringen
Paul herinnert zich nog meer van twintig jaar geleden. De keer dat Lotte haar arm had gebroken en dat ze was teruggevlogen met Martin, terwijl hij en Vincent met de auto terugreden. Hij denkt ook na over de levensinstelling van Vincent. Ondertussen zijn ze begonnen aan het laatste stukje van de treinreis naar Wales.
Deel twee:
Andere verteller
In deel twee maken we kennis met Martin Beers. Martin is met zijn dochter Fiona op weg met de bus om Paul en Vincent op te halen vanaf het treinstation. Hij was degene met het idee voor de reünie, zijn vrouw Lotte was minder enthousiast over zijn idee. Fiona verveelt zich en houdt zich bezig met bellen blazen.
Andere bus
De chauffeur van de bus rijdt dan een schaap aan, wat zorgt voor mechanische problemen aan de bus, waardoor ze niet verder kunnen rijden. Ze moeten wachten op een andere bus.
Martins gedachten
Dan lezen we over de gedachten van Martin. Hij heeft niet zo veel met kinderen, eigenlijk is hij ook nooit echt verliefd op Lotte geweest. Hij vindt het naar dat hij uit een ander, eenvoudiger milieu afkomstig is en dat heeft hem een minderwaardigheidscomplex bezorgd. Hij is er dan ook enorm blij mee dat hij hoogleraar is geworden. Zo hoopt hij zijn minderwaardigheidscomplex te verminderen. Martin voelde zich altijd buitengesloten door Paul en Vincent. Met deze reünie wil hij laten zien dat hij het ver heeft geschopt. Hij heeft een keuze gemaakt om met Lotte door het leven te gaan. Hij vermoedt dat ze daarvóór iets heeft gehad met Paul. Maar Lotte heeft nooit over haar eerdere relaties gesproken.
Nieuwe bus
Daarna komt er een nieuwe bus aan en die brengt zijn dochter en hem naar het station. Martin ziet Vincent als eerste op het station. Hij vindt dat Vincent nog steeds hetzelfde hoofd heeft als twintig jaar geleden.
Deel drie:
Andere verteller
In dit deel is Vincent Voogd de eerste verteller. Hij begint met een herinnering aan de tijd dat hij en Lotte elkaar kenden.
De herinnering
Ze kennen elkaar van de middelbare school. Daar waren ze goede vrienden. Maar tijdens de Noorse klimreis komen ze bij elkaar en zoenen ze elkaar heftig. Het lijkt het begin van een relatie te zijn en Lotte wil de volgende dag op de kus terugkomen. Vincent wil niet zich niet graag binden, omdat hij daardoor de grip op zijn eigen leven zou kunnen kwijtraken. Hij wijst haar verzoek om een relatie te beginnen af en Lotte wordt daarover woedend en zegt dat ze zich aan de "eerste de beste die ze tegenkomt zal verbinden." Later is ze getrouwd met Martin. Met Paul heeft Vincent gesproken over liefde, in de auto op de weg van de Lofoten naar Nederland. Zelf heeft Vincent nog nooit een lange relatie gehad.
Japan
De laatste vijf jaar heeft Vincent in Japan gewoond. Hij vond het een nare periode in zijn leven. Hij wil dan ook niet meer teruggaan naar Japan.
De bus naar Martin
In de bus die ze nemen naar het huis van Martin praten de drie vroegere vrienden weer over het krantenartikel over onsterfelijkheid. Je herinneringen zouden anders worden, omdat je aan andere dingen belang zou gaan hechten, als je nooit meer dood zou gaan. Ook zouden mensen die een religieuze achtergrond hebben (bijv. Martin als katholiek) anders in het leven kunnen komen te staan.
Op het strand
Omdat het prachtig weer is, wil Martin de laatste kilometers lopen. Paul krijgt de behoefte om te gaan zwemmen. De andere vinden het water te koud en gaan niet mee. Martin laat ondertussen Vincent een foto van zijn gezin zien. Vincent ziet op de foto dat Lotte ouder is geworden. Hij denkt erover na hoe zijn leven zou zijn verlopen als hij de keuze had gemaakt met Lotte te trouwen.
Verdwenen koffer
Maar dan komt het water plots hoger te staan en Vincent die zijn koffer aan de vloedlijn had staan, merkt dat die verdwenen is. Hij gaat naar zijn koffer zoeken en ziet daarna zijn koffer liggen in zee. Hij wordt erg boos op Martin, die hem had moeten waarschuwen voor het water. Door zijn woede zegt hij dat Lotte hem leuk vond en niet hem. Hij krijgt later zijn koffer weer te pakken uit het water, maar zijn paspoort en andere spullen zijn wel nat.
Klimmen
Ze gaan hierna weer op pad, maar de weg naar het andere stuk strand is afgesloten en ze zullen moeten wachten op laag water. Vincent bekijkt de klifachtige rotskust en besluit naar boven te klimmen. De klim blijkt veel lastiger dan hij had gedacht en hij is zo stom geweest om niet na te denken over de manier waarop hij terug zou kunnen komen. Hij komt in grote problemen. Hij heeft maar weinig houvast en zou te pletter kunnen vallen. Hij denkt weer aan Lotte. Aan de Lotte die hij twintig jaar geleden had gekend. Op het moment dat hij het kalme ruisen van de branding hoort, vervaagt zijn angst.
Deel vier:
Eenzaam en gelukkig
Paul is weer de verteller van het laatste deel. Het deel bestaat maar uit één hoofdstuk. Paul heeft een andere doorgang genomen dan Vincent en loopt op de huizen in het dorpje af. Hij krijgt weer herinneringen. Hij voelt zich eenzaam, maar ook redelijk gelukkig . Hij zou best zijn leven in dit dorpje kunnen doorbrengen. In de verte denkt hij Lotte te zien. Hier eindigt het boek.
VERHAALANALYSE
Ruimte
Het verhaal speelt zich af in verschillende treinen en metro’s. Ook speelt het verhaal zich af op een strand vlakbij het huis van Martin en Lotte. Als we teruggaan naar de herinneringen van de drie vertellers, dan speelt het verhaal zich af op de Noorse eilandengroep, de Lofoten. Het verhaal speelt zich af in mei 2007. Op die dag stond er een artikel over onsterfelijkheid in de ochtendkrant. Het verhaal begint in de ochtend, met als eerste gebeurtenis Paul die Vincent spot op het station en het eindigt in de avond, wanneer Paul denkt Lotte te zien in de verte. Als Martin, Paul en Vincent terugdenken, dan gaan we terug naar twintig jaar geleden. Om precies te zijn naar juni 1987, op hun klimvakantie naar de Lofoten. De plaats van het boek is van belang, omdat Martin en Paul op reis zijn en in de trein zitten. In de trein heb je veel tijd om na te denken, totdat je uitstapt op je bestemming. Daarom denken ze terug aan de gebeurtenissen van toen en hebben ze het hier samen over. Als ze op een andere plaats waren geweest, dan waren deze gesprekken niet tot stand gekomen en waren de herinneringen niet teruggekomen. Vandaar dat deze plaats van belang is voor het verhaal en het zich niet ergens anders had kunnen afspelen. De sfeer op de plekken verschilt ook. In de treinen en de metro’s hangt er een rustige sfeer. Ze denken terug aan de gebeurtenissen van twintig jaar geleden en dat gaat allemaal op een rustig tempo. Maar zodra het verhaal zich af gaat spelen op het strand, komt er een verandering in de sfeer. Martin, Paul en Vincent zijn gespannen om elkaar weer terug te zien en dat merk je ook echt in de sfeer. Er hangt een gespannen sfeer, vooral als het gaat over bijv. Lotte, waar Paul en Vincent allebei een verleden mee hebben, voordat ze met Martin verderging. Ook slaat de sfeer om als Vincent zijn koffer kwijt is in de zee. De frustraties van twintig jaar geleden over zijn korte romance met Lotte komen naar boven en dit uit hij door naar Martin zijn hoofd te gooien dat Lotte van hem hield en niet van Martin. Er hangt daarom een boze en gespannen sfeer, totdat Vincent weggaat om te klimmen. Wanneer hij begint te klimmen, komt er weer een rustige sfeer in het verhaal. Vincent is eerst bang voor de hoogte waarop hij klimt, maar daarna lees je dat zijn angst wijkt en daarmee komt ook de rust terug in het verhaal. En met die rust eindigt ook het boek.
Personages
Paul van Woerden: is 40 jaar en doet niet veel in zijn leven. Zijn familie heeft veel geld en daarom heeft hij ook nooit hoeven te werken. In plaats daarvan reist hij veel en beheert hij een trustfonds. Paul kijkt op tegen Vincent die zich heel gemakkelijk in het leven lijkt te bewegen. Hij denkt tijdens de treinreis na over de onsterfelijkheid die de mens binnen twintig jaar zal kunnen krijgen en over het voorval met Lotte tijdens hun reis naar de Lofoten. Waarschijnlijk is Paul de gelukkigste van de vier vrienden. Lotte heeft niet de man gekregen die zij wilde, Vincent heeft die keus laten liggen en zijn relaties en zijn baan stellen minder voor dan de anderen denken. Paul praat als enige niet veel over zijn relaties. Paul lijkt aan het begin van het boek ongelukkig en eenzaam. Het leven bracht hem niet zoveel, als dat hij had gehoopt. Maar in het vierde deel van het boek lijkt hij gelukkig op de locatie in Wales. Voor hem hoeft het leven niet meer veel te brengen. Hij is nu tevreden met wat hij heeft. Dat is echt een transformatie met wat hij aan het begin van het boek van zijn leven vond. Paul van Woerden is een rond karakter, we leren over zijn innerlijke gedachtes en gevoelens. En we leren in het boek wie hij is en wat er van zijn leven is geworden en waarom hij de keuzes heeft gemaakt waardoor zijn leven nu zo is.
Vincent Voogd: is 40 jaar en had een onderzoeksbaan in Japan. Hij vindt zijn baan in Japan een mislukking en heeft besloten dat hij stopt met zijn baan en vertrekt uit Japan. Hij heeft het daar nooit naar zijn zin gehad. Vincent is eigenlijk niet zo’n goede vrienden met Martin en Paul, ondanks dat zij denken van wel. Hun onderlinge relatie is eigenlijk maar erg oppervlakkig. Vincent is ook niet goed met relaties. Hij heeft Lotte laten gaan, omdat hij zich niet wilde binden. Hij wilde zijn vrijheid niet opgeven. Later heeft hij spijt van zijn beslissing om niet met Lotte te trouwen. Zij was voor hem een gemiste kans op een ander leven. Vincent Voogd is een rond karakter. We kijken met hem terug naar de gebeurtenissen van zijn leven en hoe hij met ze omging. Ook lezen we in het boek over zijn meningen over zijn andere vrienden ( of kennissen) en daardoor krijgen we een goed beeld van wie hij is. Daarom is het een rond karakter. Aan het begin van het boek lijkt Vincent in de ogen van de anderen erg onafhankelijk en onbevreesd, maar dit is echter niet zo. Vincent is eigenlijk best een onzekere en bange man. Aan het einde van het boek lezen we dat zijn angst voor het klimmen wijkt en dat hij alles loslaat. Dit is echt een verandering in zijn karakter. Hij ging van onzeker naar een man zonder angst. Aan het einde van het boek hangt Vincent aan een klif, maar we weten niet of hij blijft leven of dat hij te pletter valt. Het is een open einde.
Martin Beers: is hoogleraar en getrouwd met Lotte Greve. Ze hebben samen een kind genaamd Fiona. Martin is iets ouder dan Paul en Vincent, maar we weten niet hoe oud hij is. Martin is in een ander milieu opgegroeid dan Paul en Vincent, daarom heeft hij een minderwaardigheidscomplex. Als je leest over de verhalen van Paul en Vincent over hem, dan lees je dat hij er eigenlijk niet echt bij hoort. Paul ergert zich aan de manier waarop Martin eet en Vincent herinnert zich dat ze aan Martin hadden gevraagd wat zijn vader eigenlijk deed. Die zat in de autohandel. De anderen kijken neer op Martin, terwijl Martijn zelf opkijkt tegen Paul en Vincent die in zijn ogen veel hebben bereikt in het leven. Martin wilde net zo goed zijn, als zijn vrienden en daarom heeft hij het uiteindelijk tot hoogleraar geschopt. Paul en Vincent motiveerden hem, doordat hij net zo intelligent wilde lijken als hen. Hij woont nu in Wales aan de kust samen met Lotte en Fiona. Hij ziet dit als een kans om zijn relatie met Fiona te verbeteren, als vader en om van Lotte te leren houden. Martin is een rond karakter. We leren veel over zijn karakter in het boek en ook over zijn jeugd en hoe zijn jeugd zijn verdere leven heeft beïnvloed. We reizen met hem door zijn verleden en daarom is het echt een rond karakter. Aan het begin van het verhaal lezen we dat Martin eigenlijk niet zo goed weet wat hij doet. Hij weet niet waarom hij met Lotte is getrouwd en hij weet niet hoe hij met z’n kind Fiona om moet gaan. Maar naarmate het boek eindigt zien we toch echt dat zijn omgang met Fiona verbetert en dat hij gaat nadenken over zijn relatie met Lotte. Hij weet nog steeds niet wat hij doet, maar hij denkt er wel over na en hij denkt erover na om zijn leven te verbeteren. Dit is wel een verandering met eerst.
Lotte Greve: is 40 jaar oud en getrouwd met Martin Beers. Samen hebben ze een kind genaamd Fiona. Zij is de enige van de vier vrienden, die niet zelf aan het woord komt in het boek. Ze is geen vertellend personage en daarom ook geen rond karakter. Lotte is een vlak karakter. We lezen niet over hoe zij haar klimvakantie met de rest ervaarde, terwijl de rest vanuit hun oogpunt daar wel over verteld. Uit de verhalen van Martin, Paul en Vincent blijkt dat ze een erg bijzondere vrouw is. Ze maakt vaak rare opmerkingen en ze heeft levendige fantasieën over de wereld. Op hun vakantie naar de Lofoten had ze haar liefde bekend aan Vincent. Hij wijst haar af , waardoor ze woedend wordt. Ze belooft hem hierna dat ze met de eerste de beste zal trouwen, die haar zekerheid biedt. Dat wordt Martin. Kort voor het gesprek met Vincent heeft ze echter een val gemaakt in een bergspleet. Paul redt haar van de dood. Daarna laat ze hem beloven om te zeggen dat de val een ongeluk was, maar dat was het niet. Daardoor vraag je je als lezer af wat de reden is waardoor ze zichzelf in de bergspleet wilde stortten. Hier krijg je helaas geen antwoord op in het boek. Lotte heeft geen veranderingen in haar karakter. Ze was tijdens de klimvakantie al een eigenaardige vrouw met bijzondere ideeën en dat is ze nog steeds. Ze is eigenlijk helemaal niet veranderd. Alleen haar uiterlijk is met de tijd meegegaan.
Vertelwijze
Het verhaal wordt verteld vanuit meerdere ik-vertellers. We beleven dezelfde gebeurtenis, namelijk de klimvakantie naar de Noorse Lofoten, maar iedere keer door andere ogen. De eerste ik-verteller is Paul van Woerden, de tweede ik-verteller is Vincent Voogd en de derde en laatste ik-verteller is Martin Beers. Het boek wordt onderverdeeld in vier delen, die op hun beurt weer onderverdeeld worden in niet getitelde hoofdstukken. In totaal zijn er 18 hoofdstukken. Het boek heeft geen proloog en ook geen epiloog. We beginnen gelijk met het verhaal zelf, er is zelfs geen voorstukje. Het verhaal wijkt af van de chronologische vertelling. Er zijn namelijk twee tijdlagen. Op de dag van de reis vertrekken Paul en Vincent naar Wales, waar hun vroegere klimvrienden Martin en Lotte een reünie organiseren. Deze tijdlaag duurt precies één dag. Aan het einde van de dag zijn ze namelijk op een strand bij Lotte en Martin in de buurt terechtgekomen en daar eindigt het verhaal. De tweede tijdlaag is de klimvakantie in juni 1987, waar we steeds naar terugblikken. We gaan namelijk vaak terug in de tijd, naar de klimvakantie in juni 1987. Alle ik-vertellers vertellen vanuit hun oogpunt over deze vakantie.
Motieven
Er zijn meerdere motieven in dit verhaal. Waaronder:
- Onsterfelijkheid : Tijdens het verhaal komt onsterfelijkheid steeds weer terug. In de krant die Vincent meeneemt staat een artikel over de onsterfelijkheid van de mens die de wetenschap binnen een periode van ongeveer 20 jaar kan bewerkstelligen. Dit thema laat Paul, Martin en Vincent nadenken over hun verdere leven. Gaan ze ooit nog dood? Zouden ze dood willen of gaan ze toch voor het onsterfelijke leven? Ze denken hierover na en ze discussiëren hier ook over, zoals in r. 4 tot 11 op blz. 60: ‘Is het niet gewoon jaloezie, zei Vincent terwijl hij naar zijn eigen hand keek en die als een schelp sloot. Het hele idee- dat het onverdraaglijk is dood te gaan terwijl de wereld vrolijk doorgaat en jou niet nodig heeft? Dat geloof ik niet, zie Paul. Nee, zei hij; ja misschien als je zo ijdel was te willen dat er na je dood iets van je bleef bestaan. Je had mensen die daarom kinderen kregen of kunst maakten, maar zo dacht je toch alleen als je jezelf erg belangrijk vond. Nee, zei hij, dat lijkt me juist het enige aantrekkelijke aan doodgaan- dat al het gedoe en de dingen waar je je levenslang voor schaamt eens door iedereen zullen zijn vergeten. Nee – ik vind het geweldig te leven en verder niks.’ Ook praten ze over onsterfelijkheid in dit tekstgedeelte ( r. 14-18 op blz. 144): ‘ Hij vouwde het krantje dicht en gaf het aan Paul terug. Want, zei hij, het was onvermijdelijk dat niet iederéén meteen onsterfelijk was, het zou in het begin alleen voor mensen in rijke landen weggelegd zijn. Ontstond er dan geen ontzettende haat in de derde wereld?’. Onsterfelijkheid is een verhaalmotief. Het thema onsterfelijkheid komt meerdere keren terug in het verhaal.
- Ouder worden: In het boek zien we ook veel dat de vertellers terugkijken naar de keuzes die ze vroeger hebben gemaakt. Hadden ze andere keuzes moeten maken of zijn de keuzes die ze hebben gemaakt goed geweest? In het verhaal lees je ook echt over de jeugd van de vertellers en hoe die hen gevormd heeft. Ook praten ze in het boek uitgebreid over hoe het is om ouder te worden. Hierover praat Paul in r. 16-18 op blz. 48: ‘ Misschien betekende twintig jaar geleden niks meer. Je kon nooit terug. Maar als zelfs dat mogelijk werd- hij kon tegenwoordig geen minuut naar studenten luisteren zonder ze dom en belachelijk narcistisch te vinden. Hoe kon het dan dat de gloed van die tijd bleef; hoe kon het, dat hij van alles de banaliteit en beschamende onnozelheid zag, zoals bij die waardeloze muziek op de radio, en dat dat toch niet opwoog tegen het idee dat hij nooit meer geleefd had als rond zijn twintigste.’ We lezen ook over ouder worden op blz. 78 in r. 10-14, hier is Martin Beers aan het woord: ‘ Hoe kon het, dacht hij dat vroeger je jeugd eindeloos leek- de tijd dat je naar het schoolbord staarde en fantaseerde over een later leven- en dat nu precies diezelfde jaren bij je eigen dochter zo compact schenen. Want het raasde voorbij. En ging dat zo door? Misschien ja, misschien werd het alleen maar erger, versnelde het nog meer wanneer je bejaard werd- en ha, dan leefde je dus niet zoals iedereen dacht lineair, maar logaritmisch’. Ouder worden is in het boek een verhaalmotief. Het is een waarneming en een gevoel. Je voelt dat je ouder wordt en dat je leeftijd je veranderd. Dit lees je veel terug in het verhaal.
- Vriendschap: De vier vrienden kennen elkaar al twintig jaar. De eerste twee vrienden, die elkaar al op de middelbare school leerden kennen, zijn Vincent en Lotte. De andere twee vrienden komen pas in hun studententijd bij het groepje. Vincent verzint het spelletje daklopen, waardoor Paul erg tegen hem opkijkt. Vincent is ook erg populair. Martin kijkt weer met andere ogen naar de twee vrienden. Hij vindt dat ze samen een geheim koppel vormen, dat als ze samen zijn anderen min of meer buitensluiten. Paul kijkt erg tegen Vincent op, maar Vincent laat in deel III weten dat hij Paul eerder ziet als een kennis. Dit lezen we op blz. 171 in r. 14-15: ‘ Het had nooit bestaan: ze hadden als studentjes samen een paar reizen gemaakt maar hij was nooit echt bevriend geweest met Martin en trouwens ook niet met Paul’. De klimmersvrienden hebben een hechte vriendschap, maar als je vanuit ieder zijn oogpunt hun onderlinge relaties met elkaar gaat bekijken, dan kom je erachter dat ze eigenlijk niet zulke goede vrienden zijn. Ze zijn wel bevriend, maar ze hebben ook echt een mening over elkaar. Dit lees je bijv. op blz. 127 in r. 8-9: ‘ Hij nam Paul opnieuw op, het leek of geen van zijn kleren hem echt paste- te ruim op één plek en te krap op een andere; eigenlijk was hij gewoon een welopgevoed, innemend jongetje van veertig, zo verschanst in aangeboren superioriteitsbesef, dat hij – ja, dat was het eerder- naar andere mensen keek of ze tentoongestelde exemplaren van een vreemde diersoort waren.’ Hierin lezen we dat Vincent Paul eigenlijk erg arrogant vindt. Hij ziet hem ook meer als een kennis en hij vindt hem ook een lastige man om vrienden mee te zijn. Deze ingewikkelde aspecten van vriendschap komen veel terug in het boek. Vriendschap is een verhaalmotief. Het is een opvatting en een emotie.
- Herinneringen: De herinneringen zijn in het verhaal erg belangrijk. Doordat we teruggaan in de tijd leren we de vertellers van het boek echt kennen en daardoor wordt boek begrijpelijker om te lezen. Zonder de herinneringen zouden de vertellers maar lichamen zijn, die we aanschouwen, maar met de herinneringen zijn het echt mensen met een mening en een verhaal. Mensen die we leren kennen en die we leren begrijpen. De herinneringen vormen een verhaalmotief. Het is een terugkerende gebeurtenis in het boek. Op blz. 13-14 in r. 22 – 24 lezen we over de gift herinneringen: ‘ Wat een gift, wat een raadsel hoe je al die tijd alles paraat had – maar er zelden naar omkeek, vluchtig soms als naar een foto die je eens van een vergezicht had gemaakt; en dat je herinnering bedolven raakte onder knisperende laagjes nieuwe gebeurtenissen, boordevol mensen en vakanties en boeken en oudjaarvieringen en omwentelingen in de wereld en dat nu, domweg door op Martins uitnodiging in te gaan en in een trein te stappen, een bries opstak die alle opgetaste tijd wegblies en je toonde dat het daaronder fris en leven bleek als twintig jaar geleden.’ Ook lees je over hoe Paul zich Martin probeert te herinneren op blz. 58 in r. 1-2: ‘ Maar Martin- het lukte niet een ander beeld te krijgen dan hoe Martin toen was geweest. En zo dwingend was blijkbaar je herinnering, dat je iemand die je als jong had gekend als jong bleef zien, en omgekeerd kon hij zich bij mensen die oud waren ook nooit een andere voorstelling maken- zijn grootmoeder als puber, zijn vader verliefd.’ De herinneringen zijn dus echt belangrijk in het boek. Ze vormen het verhaal van het boek echt.
Thema
Ik denk dat het boek vooral gaat over het nastreven van geluk en de keuzes die je daarbij maakt. De vertellers in het verhaal hebben het allemaal over hun vroegere jeugd, over de keuzes die ze hebben gemaakt en hoe die keuzes van toen hun leven hebben beïnvloed. Ze vragen zich dan ook af of ze de juiste keuzes hebben gemaakt en of ze gelukkiger waren geweest, als ze een ander pad hadden bewandeld. Dit lezen we dan ook op blz. 134 in r. 4- 8: ‘ Hij liep langzaam terug over de steiger en dacht: ‘Misschien heb ik haar gewoon te vroeg leren kennen- als kind, nog voor er seks aan te pas kwam, en ben ik haar altijd op een bepaalde manier blijven zien. Doorgaans werd je verliefd op een uiterlijkheid zoals een lach of een stem of iets moois in een gezicht en pas daarna, als je al voor de ander was gevallen, kreeg je echt een beeld van iemands karakter. Maar zo was dat niet gegaan met hem en Lotte. Nog even, had hij gedacht, dan waren ze thuis en kon hij haar dit zeggen.’ Hierin denkt Vincent na over zijn romance met Lotte. Hij vraagt zich af of hij de juiste keuze heeft gemaakt toen om haar te laten gaan en nu wil hij haar vertellen dat er misschien nog iets zit. Een gevoel voor elkaar. Dit boek gaat helemaal over de keuzes die we hebben gemaakt en die we nog kunnen maken. Ben je echt gelukkig? En zo niet, wat kan je daar op middelbare leeftijd nog aan doen? Elke verteller in het boek streeft op een andere manier geluk na. Ik denk dat de boodschap van de auteur is dat we goed moeten nadenken over de keuzes die we maken. Maak geen overhaaste beslissingen en denkt echt goed na, voordat je wat besluit. Anders ben je straks bijv. als Vincent, die nooit meer de liefde heeft gekend na Lotte. Dit is de boodschap die de auteur volgens mij ons probeert te geven. Streef je geluk na, maar maak daarbij ook vooral de juiste keuzes in het leven.
Titelverklaring en verklaring motto
De titel van het boek is ‘Grip’. Ik denk dat de titel vooral verwijst naar de personages. De personages hebben veel keuzes gemaakt in hun leven, waarin ze grip op hun eigen leven hadden. En nu proberen ze jaren later op inmiddels middelbare leeftijd allemaal weer ‘grip’ te krijgen op hun leven. Hun levens zijn niet allemaal uitgepakt, zoals ze misschien hoopten of dachten dat het zou worden. Hoe worden ze nou gelukkig? Welke keuzes zouden ze kunnen maken om weer gelukkig te worden? Hoe krijgen ze weer ‘grip’ terug op hun leven? Vandaar dat het boek Grip heet. Het boek heeft op de eerste bladzijde ook een motto staan. Het motto is: ‘Niets in het zingen der krekels Verraadt hoe vlug ze sterven’. Bashõ (1644- 1696). Het motto is een Japanse Haiku. Een van de motieven in het boek is onsterfelijkheid en daar past dit motto natuurlijk goed bij. De Haiku gaat namelijk over hoe snel het leven kan stoppen. Hoe vergankelijk is het leven eigenlijk? Daarom past deze Haiku goed bij het verhaal en is het een mooi motto om het boek mee te beginnen.
Schrijfstijl
Ik vind de schrijfstijl van Stephan Enter niet zo prettig om te lezen. Enter maakt veel gebruik van lange en poëtische zinnen, die vaak moeilijk zijn om te begrijpen. Een voorbeeld van zo’n zin is bijv. deze zin op blz. 155 : ‘ Vincent zag dat hij inhield - het water trok zich terug, ontblootte een strook zand als de huid van een dolfijn waarover een iriserend vlies getrokken was - en toen met een vermetel “Waaah” als strijdkreet en zijn witte spillebenen wiekend door de branding de zee inrende, meer dan ooit een jongetje.’ Dit is een erg lange en wat ingewikkelde zin. De zin is te begrijpen, maar het leest niet echt makkelijk weg. Zijn zinnen bevatten vaak ook veel bijvoeglijke naamwoorden, zoals in deze zin op blz. 159: ‘Hij zag uit zijn ooghoeken een aspergeachtige gestalte uit de zeespiegel oprijzen. Paul waadde terug naar het strand, sloeg en spetterde luidruchtig met beide handen water om zich heen en kreeg in zijn opgetogenheid alles van een zich uitschuddende hond’. Zijn taalgebruik is anders , dan die van andere schrijvers, maar daarmee ook moelijker om te begrijpen. Ik had het liefst wat minder lange zinnen gezien in zijn verhaal. Hij mag zijn poëtische taalgebruik zeker houden, maar misschien maak je het boek wat toegankelijker om te lezen, als de zinnen wat compacter zouden zijn. Ik denk dat dit boek namelijk voor velen moeilijk is om te lezen en dat ze daarom het boek wegleggen. Dit is natuurlijk zonde, want als je verder kijkt, langs al het fraaie taalgebruik, dan is de boodschap van het boek wel echt mooi en het waard om te lezen.
BEOORDELING
Verhaalelementen
Ik vind het laatste verhaalelement erg interessant: dat we lezen over Vincent die aan het klimmen was op de kliffen langs de kust en dat hij geen weg terug meer ziet, waar hij aan land kan gaan. Dit lezen we op blz. 178 : ‘ Hij voelde de zon op zijn achterhoofd en rug. Hij rook de zee. Hoorde het kalme ruisen, afgewisseld met de regelmatige dreun van de branding. Zijn angst week. ‘ Dit vond ik een erg interessant en diepzinnig element. Het feit dat hij zijn angst laat gaan en dat hij zich overgeeft, vind ik erg mooi om over te lezen. Hij laat alles gewoon los. En als lezer weten wij niet wat hierna gebeurt, want hier stopt zijn vertelbeurt. Daarna gaan we door naar Paul. Ik vind het laatste stukje van het verhaal met Paul erin ook een erg interessant verhaalelement. Dit stukje tekst ontroerde mij heel erg. We lezen namelijk het volgende op blz. 182: ‘ Hij bleef staan, keek rond. Hij was helemaal alleen, het gevoel van eenzaamheid was volkomen. Hij voelde hoe alle zwaarte verdween uit zijn lichaam, tot hij alleen nog bestond uit zintuigen die slechts de afnemende gloed van de zon en het geraas van de kiezels tegen de blauwe stilte van de avond registreerden en hij dacht: dit is het leven dat ik altijd heb gewild. Dit is het. ‘ Ik vond dit verhaalelement echt prachtig. Paul zocht zijn hele leven naar zijn geluk en hier op een verlaten strand heeft hij het gevonden. Dit was echt een ontroerend en veelbetekenend element in het verhaal voor mij. Echt prachtig! Er waren ook wel verhaalelementen in het boek die ik echt minder vond. Ik vond bijv. de lange stukken over Paul en Vincents reis in de trein zinloos om te moeten lezen. Dit stuk is daar één van, op blz. 15: ‘ Het was zoals Martin had voorzien: alle passagiers op een kluitje. En omdat Vincent rechtstreeks naar zijn plek liep niet goed wist of hij moest herhalen dat die reservering niet heilig was, zaten ze nu schuin tegenover elkaar, met vreemden tussen hen in.’ Dit is voor mij een zinloos stukje. Als Enter dit gedeelte eruit had gehaald, dan hadden we niks gemist. Een ander verhaalelement met een negatieve werking op mij was degene waarin Vincent Lotte afwijst, als vriendin. Dit lezen we op blz. 123 in r. 6-16: ‘ Misschien zou het geweldig zijn, zei hij kordaat. Sterker nog, ik weet wel zeker dat het geweldig zou zijn- de eerste tijd. Maar dan zou het veranderen. En daarvoor moeten we onze vriendschap op het spel zetten? Want dat zouden we doen. Ze bleef tot zijn opluchting rustig; ze had al die tijd zonder tegenspraak geluisterd, kon zich wellicht in zijn redenering vinden of zich in elk geval in hem verplaatsen. Iets in hem zag de noodzaak om er nog een schepje bovenop te doen: hij herhaalde dat het natuurlijk fantastisch zou zijn, dat ze dronken van elkaar zouden worden- maar dat het net als echte dronkenschap op een platvloerse manier zou eindigen’. Deze woorden tegen Lotte vond ik erg onaardig en volstrekt onnodig. Waarom zou je iemand zo afwijzen? Ook vond ik het erg vrouwonvriendelijk van Vincent. Dit was daarom een verhaalelement dat mij niet aansprak.
Passages
Ik denk dat de passage waarin Vincent vertelt over de liefde mij het meest aanspreekt. Ik vond zijn blik op de liefde erg cynisch, maar hij was wel erg eerlijk. Hij ziet de liefde niet als iets uit een romantische komedie, maar als iets wat je doorleeft. Dit lees je op blz. 134 in r. 7-9: ‘ Nee, hij hoefde niks te ontkennen, hij wilde gewoon niet worden opgeslokt door dat monster- want uiteindelijk, welke naam je er ook aan gaf, werd het toch allemaal vrij vulgair zodra je erin stapte, elke verliefdheid leek op de andere, dat werd ook weer bevestigd door Pauls verhaal: van koosnaampjes tot keitjes tegen het raam, het tweekoppige egoïsme en de acute blindheid en onverschilligheid ten aanzien van de rest van de wereld, het zwelgen in elkaars nabijheid en de overgevoeligheid voor het geringste dat een vreemde over de aanbedene zei- wanneer je het een paar keer had meegemaakt, begon de weerzin tegen de afloop met de euforie van de aanvang te interfereren.’ Vincent ziet de liefde niet als iets moois, maar als iets dat hem zou kunnen vernietigen. Ik heb de liefde altijd gezien als iets heel erg bijzonders en iets dat je moet koesteren, als je het vindt. En het feit dat Vincent dat helemaal niet zo ervaart, vind ik erg boeiend. Het herinnert mij eraan dat niet iedereen in de wereld hetzelfde over de dingen denkt, als ik. Daarom sprak deze passage mij het meest aan.
Vergelijking met andere boeken/films
Ik kan dit boek niet met andere boeken of films vergelijken. Ik had nog nooit zo’n boek gelezen als deze. Ik lees ook niet vaak boeken over deze onderwerpen, zoals: ouder worden of herinneringen. Ik ben namelijk zelf nog niet op een leeftijd waarop ik terug kan kijken op mijn leven. De keuzes die ik in mijn leven heb moeten maken, zijn nog niet zo ingrijpend geweest. Ik kijk ook nooit films over deze onderwerpen, omdat ze mij vaak niet echt aanspreken. Ik ben gek op mooie en ontroerende films, maar onderwerpen, zoals ouder worden, zitten er niet vaak in. Vandaar dat ik dit boek niet met andere films zou kunnen vergelijken. Ik denk echter wel dat als er een verfilming zou komen van dit boek, dat ik hem wel zou kijken. Stephan Enter heeft namelijk wel echt een bijzondere kijk op het leven en ik zou het gaaf vinden om zijn visie verwerkt te zien worden in een film.
Oordeel over het thema
Het boek bestaat uit meerdere thema’s waaronder: vriendschap, herinneringen, ouder worden en onsterfelijkheid. Allemaal interessante thema’s. Ik vind deze thema’s goed om over te schrijven in een boek, maar voor mij hoeft het niet. Ik vind het namelijk leuker om het leven eerst zelf te mogen ervaren en er dan over te kunnen lezen. Dit boek is namelijk echt een boek die je aan het denken zet over het leven. En naar mijn mening ben ik nog te jong om te moeten nadenken over mijn dood of over hoe mijn leven er over twintig jaar uit zou zien. Daarom is mijn oordeel over de thema’s van het boek dat ze iets te ‘oud’ zijn voor mij. Ik denk dat dit een goed boek is om te lezen, als je wat ouder bent en keuzes hebt gemaakt, waar je op terug kan kijken. Maar naar mijn mening zijn deze thema’s voor de jongere generatie te verre thema’s om over te lezen.
Taalgebruik
Ik vind het taalgebruik van Stephan Enter erg mooi, maar ook ingewikkeld. Hij gebruikt veel beschrijvende zinnen om zijn verhaal mee te versieren, maar ze zijn niet echt nodig. Ze maken het verhaal naar mijn mening alleen maar ingewikkelder. Aan de andere kant, zijn taalgebruik is wel erg origineel. Ik heb geen boeken gelezen, die lijken op deze qua. taalgebruik. Over het algemeen is zijn taalgebruik goed te volgen. Hij moet alleen oppassen dat hij niet te veel beschrijvende zinnen gaat gebruiken, want een tekst is het makkelijkst te begrijpen met een beperkt aantal bijvoeglijke naamwoorden.
Eindoordeel
Ik vind het boek Grip een goed geschreven boek. Het verhaal begint gelijk goed, namelijk met het begin van de reis van Paul en Vincent naar Wales. Ik vond de beschrijving van de landschappen die voorbijkwamen, tijdens het treinreizen erg mooi en meeslepend. Echt mooi beschreven. Het was ook een goede zet van Enter om één gebeurtenis te kiezen en om daarop iedereen terug te laten blikken, daardoor krijg je steeds wat meer informatie van iedereen om uiteindelijk te kunnen bepalen wat er nou echt is gebeurd. Hiermee houd je het verhaal boeiend voor de lezer, doordat je niet weet wat er nou is gebeurd of wat er juist niet is gebeurd. Ik vind wel dat het verhaal zelf eigenlijk een beetje te veel informatie bevat. In het eerste deel van het verhaal word je overladen met informatie over bijv. de mensen in de trein, de personages of de tussenstops op het perron. Als je sommige stukken hierover had weggelaten, dan was het verhaal aan het begin makkelijker geweest om te lezen. Ook vind ik dat Enter soms te veel overdrijft met het stellen van alle vragen. De personages vragen zich soms pagina’s lang dingen af en dat wordt vaak gewoon te veel om nog te kunnen bevatten. Soms duurt het gefilosofeer van de personages zo lang, dat je alweer bent vergeten waar het nou allemaal omging. De vragen zouden dus ook wel wat minder aanwezig mogen zijn in het boek, gewoon om het wat makkelijker te houden. Maar Stephans boek was zeker niet saai. Het boek heeft mij echt aan het denken gezet over hoe ik mijn leven wil gaan indelen. Ondanks dat ik nog erg jong ben, heb ik door zijn boek wel een inkijkje gekregen over hoe het leven zou kunnen zijn, als je ouder bent. In dit boek vond ik dat vooruitzicht niet zo positief. Daarom heb ik tijdens het lezen van het boek ook zelf steeds nagedacht over de keuzes die ik wil gaan maken in mijn leven, zodat ik niet eindig, zoals de personages in zijn boek. Mijn algemene mening over het boek is redelijk positief. Ik vond het niet echt een boek om niet meer weg te leggen, maar het was ook geen vervelend boek om te lezen. Daarom zit ik er wat neutraal in, maar als ik dan toch een keuze moet maken, dan neig ik toch meer naar het positieve, omdat het verhaal gewoon mooi geschreven is, er zaten goede vraagstukken in het boek en het heeft mij aan het denken gezet, allemaal waardevolle dingen. Daarom is mijn algemene mening over het boek positief. Het was een mooi geschreven en een goed bedacht boek van Stephan Enter.
Aanraden of niet?
Ik zou dit boek niet aanraden aan de mensen om mij heen. Zelf vond ik het een goed boek, maar ik vind het boek niet interessant genoeg om aan te raden aan anderen. Ik ben zelf namelijk niet zo geïnteresseerd in klimmen of in vraagstukken over onsterfelijkheid. Als een christelijk meisje, vind ik zelf de vraagstukken over onsterfelijkheid niet zo interessant. In mijn geloof geloven we immers dat we het onsterfelijke leven krijgen, na onze dood, dus waarom zouden we op aarde voor altijd willen leven? Daarom was dit boek voor mij niet zo interessant. Ik snap wel dat deze onderwerpen voor een ander heel leuk zouden kunnen zijn en die vreugde zou ik ze dan ook niet willen afnemen, maar ik denk dat er in mijn omgeving niet echt mensen zijn, die geïnteresseerd zouden zijn in dit boek. Vandaar dat ik het boek zelf niet aan iemand aan zou raden, tenzij diegene aan mij zou vragen of ik nog een boek ken over ouder worden, klimmen of onsterfelijkheid, dan zou ik het boek met alle liefde aanraden, omdat zijn of haar interesses daar dan ook liggen. Maar mijn interesses liggen daar helaas niet en daarom zou ik het boek niet aanraden aan iemand.
Het einde