Lezersrecensie

Flor Vandekerckhove recenseert 'Naar Aristoteles' graf' voor Kunsttijdschrift Vlaanderen


stefaanpennynck stefaanpennynck
15 mrt 2023

Wanneer Stefaan Pennynck (°1963) in 2016 verneemt dat Aristoteles’ graf weergevonden werd, trekt hij meteen zijn dichterlijke schoenen aan en gaat op pad. Het resultaat laat zich lezen als een poëtische tocht naar Jeruzalem, Mekka of andere bronnen van menselijke preoccupatie. Van voornoemde onderscheidt Pennynck zich doordat hij wil herbronnen aan het graf van een profane grondlegger van het Westerse denken. Waarin hij ook verschilt is dat het einddoel niets is, ’t gaat om de weg. Bij Pennynck is die weg een gedicht. Onderweg pelt de dichter twee eitjes. Ten eerste maakt hij komaf met een wereld die hem onwelgevallig is en ten tweede bevraagt hij zijn eigen plek in die wereld: “de wereld draaft door, gaat teloor / misschien zal het mij lukken / me uit de maalstroom los te rukken / voor zij zichzelf uit de voegsels zal rukken” (p. 30).
U merkt het, de nood is hoog, de wereld staat op ’t punt zichzelf uit de voegsels te rukken. Daar wil Pennynck iets tegen ondernemen. Hoe? Geenszins als politicus, soort waarvoor niet bepaald een lofzang te vernemen valt: “beleidsmensen te over, kleinzielig / willen ze zich via politiek verrijken / kunde noch visie laten zij blijken / een kliek verrot de wereld, zielig / de voorspelde ondergang / van het geliefde Avondland / is volop aan de gang / met dank aan nietsnutten / graaiers, degoutant” (p.30). Neen, dat ziet er niet goed uit en zo zijn er nog wel waarover de dichter een niet mis te verstane mening heeft: “religieuze dwepers en ideologische zweters / zwetsers, maskers of stomme betweters / valse tronies op de schermen / die liegen, bedriegen / jou te beschermen beloven / maar enkel in zichzelf geloven” (p.18). Ja, er loopt wat rond. Niet als politicus dus, evenmin als ideoloog en niet als BV, maar hoe dan wel? Pennynck pakt het aan als dichter in soms wel, soms niet rijmende kwatrijnen en tussenzangen. ’t Is voorwaar geen kleine opdracht en Pennynck stelt zichzelf dan ook de vraag of hij wel kans op slagen heeft. “het zal veel van mij vergen / wegen, dalen, bergen / regen zal mij tergen / zon zal mij schroeien” (p. 14). Wat weer andere vragen oproept. Loont het wel de moeite van ’t proberen waard? Kan poëzie de wereld redden? Hoopvol is Pennynck wel. Hij gelooft in de dichterlijke mogelijkheden: “verzen zal ik schrijven / verzen zijn mijn kracht / de verzen zullen komen / aan de tombe in mijn dromen” (p. 14).
Het reisgedicht ontvouwt zich niet alleen als een queeste waarin de wereld getackeld wordt, ’t is de dichter evengoed om zijn persoonlijke demonen te doen, die soms wel, soms niet met die wereld van doen hebben. In die zin doet de weg naar Aristoteles’ graf me aan deze naar Compostela denken. “bitter is mijn gal / maar zoet wil ik zijn / ik zal mezelf weer vinden / opnieuw mens tussen de mensen zijn” (p. 12). Mens tussen de mensen! Slaagt de dichter daar uiteindelijk ook in, nadat hij zijn gal uitgespuwd heeft? Ik ken Pennynck een beetje, waardoor ik de neiging heb in zijn plaats te antwoorden. Doordat ik hem ken, weet ik echter ook dat hij van mening is dat de recensent dicht bij de tekst moet blijven. Vandaar dat ik me aan de slotregel van zijn reisgedicht wil houden. Daar staat het antwoord mooi geformuleerd in één woord: “misschien” (p. 40).
Het gedicht werd mooi uitgegeven in een boekje van 50 bladzijden. De kaft en ook de illustraties binnen in het boek zijn van Samuel Pennynck (2001), jongste zoon van de dichter. Binnenin zijn het analoog gefotografeerde zelfportretten, geïnspireerd op een boek uit 1732: ‘Expressions de passlons de l’âme’ van Charles Lebrun. Goed gevonden, het is inderdaad zoals het colofon zegt: “De gemoedsuitingen op de foto’s geven de onderliggende emoties van het gedicht weer: bitterheid, verdriet, afschuw, angst, verwondering en bewondering.”
Flor Vandekerckhove

Reacties

Meer recensies van stefaanpennynck

Boeken van dezelfde auteur