Lezersrecensie
Schitterende Congolese literatuur.
Paul Lomami Tshibamba (Brazzaville, 1914 – Brussel, 1985) was journalist en schrijver. In 1948 ontving hij in Brussel de eerste prijs op de ‘Foire coloniale’ voor zijn novelle ‘Ngando’ (Krokodil). ‘Ngando’ (p.35-112) vertelt het verhaal van de twaalfjarige Musolinga die, wanneer hij spijbelt, door een krokodil gegrepen wordt. Dit door de vloek die de tovenares Mama Ngulube over hem uitsprak, toen hij met zijn vrienden mangovruchten uit haar tuin stal, een gelegenheid waarop zij gewacht had om zijn moeder Koso te treffen. De krokodil sleurt Musolinga mee onder water waar hij met onderwatergeesten wordt geconfronteerd. Ondertussen zet zijn vader een reddingsexpeditie op. Deze uitgave bevat nog twee novellen. In ‘Geneeskunde bedrijven’ (p. 113-173) botsen de westerse en de Afrikaanse culturen wat de oorzaak van ziekte en dito genezing betreffen. ‘De legende van Londema, opperleenvrouw van de Mitsue-Ba-Ngomi’ (p.175-229) vertelt het lot van Kintele en zijn kinderen na de invasie van de Ba-Teke van zijn geboorteland Azinkou. Paul Lomami Tshibamba probeert in zijn ‘aarzelende poging tot een werk van verbeelding trouw te blijven aan de zuiver inheemse achtergrond waartegen zijn werk zich afspeelt’, dixit de schrijver in zijn bericht aan de lezer bij ‘Ngando’ (p.37), waarin hij een toelichting geeft bij de geesteswereld van de inheemse bevolking en het causaliteitsbeginsel tussen diverse krachten, de ndoki (boze tovenaars) en de beschermende nganga nkisi, magiër, die een belangrijke rol spelen in het verhaal. Mukala Kadima-Nzuji wijst in haar voorwoord bij de editie van 1981, de editie waar deze Nederlandse vertaling op gebaseerd is, op de twee ruimtes in het verhaal: de materiële en de bovennatuurlijke. Zij schrijft: ‘Juist de hardnekkige aanwezigheid van het bovennatuurlijke in het hart van het alledaagse – het Kinshasa van de jaren 1947-’48 met de scheepswerven, de arbeiders, de centrale gevangenis, de werklozen, de ordetroepen, enzovoort – geeft ‘Ngando kracht en diepgang.’ (p.31) Paul Lomami Tshibamba maakt in zijn verhalen duidelijk hoe de verschillende culturen botsen en levert onrechtstreeks, maar onverholen kritiek op de wantoestanden vanwege de kolonisator. In zijn ‘Bezwaarschrift van een zwarte schrijver’ geeft Sibo Rugwiza Kanobana (UGent) bio- en bibliografische informatie omtrent leven en werk van Paul Lomami Tshibamba en plaatst deze ook tegenover de verhalen uit de orale verteltraditie. ‘Het staat buiten kijf dat Paul Lomami Tshibamba ’s oeuvre in de smaak zal vallen bij iedereen met belangstelling voor literair magisch realisme, kolonisatie en ‘Afrikaanse’ literatuur, en dat deze verhalen een dienst kunnen bewijzen in het onderwijs over ons koloniaal verleden.’ (p. 21) Voor David Van Reybrouck is Paul Lomami Tshibamba ‘Een van de eerste literaire kolossen van de Congolese literatuur.’ (achterflap). Deze (eerste) vertaling uit het Frans in het Nederlandse is van Manik Sarkar.