Lezersrecensie
Luchtig verhaal dat nauwelijks aanzet tot reflectie
Met open armen is de tweede roman van Tom Winter. In 2013 debuteerde hij met Onbezorgd. Winter is geboren in Engeland, waar hij opgroeide in een streng christelijk gezin. Zijn familie verwachtte van hem dat hij dominee zou worden. Om daaraan te kunnen ontsnappen, verhuisde hij op zijn 21e naar Hong Kong. Via Los Angeles en Shanghai belandde hij in Berlijn. Winter heeft altijd kunnen leven van zijn pen: eerst als redacteur en schrijver voor tijdschriften, later als freelance copywriter.
Met open armen is een propvolle roman: het verhaal gaat van de ene bizarre situatie naar de andere en als lezer buitel je van emotie naar emotie. Diepgang heeft de roman daarom niet, maar humor des te meer. Centraal staat de tweeling Jack en Meredith, die allebei zo hun eigen kopzorgen hebben. Van Jacks carrière in de reclamewereld is niets meer over en Merediths huwelijk is net gestrand. Ondertussen probeert Meredith haar kinderen in het gareel te houden. Dochter Jemima ontdekt hoe gevaarlijk online daten kan zijn en zoon Luke worstelt met pesterijen op school.
Het verhaal begint met een terloopse opmerking van een onbekende bij het graf van Jack en Merediths vader. Hierdoor gaan Jack en Meredith twijfelen aan het verhaal van hun moeder, die hen altijd verteld heeft dat hun vader gestorven is. Jack en Meredith besluiten op zoek te gaan naar hun vader. Hun moeder kan hen de waarheid niet meer vertellen, omdat ze dementerend is.
Winter weet door zijn vlotte schrijfstijl de vaart in het verhaal te houden. In de 300 pagina’s die deze roman telt beleven de personages onrealistisch veel. Echter, omdat alle personages wat excentriek zijn en de situaties zo komisch worden beschreven, stoort dat niet. Eén van de grappigste scènes uit de roman is die waarin de kinderen met hun vader en zijn nieuwe vrouw samen op vakantie gaan:
“Kort na hun vertrek was al duidelijk dat Jemima’s vader en Charlotte een moeizame relatie hebben. Eerst mopperde ze tegen hem dat hij te hard reed, vervolgens dat hij te langzaam reed, en toen kwam de mededeling dat ze misselijk werd van alleen al het zitten in de auto, alsof de bochten in de weg zijn schuld waren.”
Het is jammer dat Winter een aantal keer uit de bocht vliegt, zoals in het hoofdstuk waarbij de bejaarde buurvrouw Edna komt te overlijden. Dat fragment is ongeloofwaardig en nauwelijks komisch te noemen. Er valt in dat hoofdstuk meer dan één dode te betreuren en dat lijkt Winter wel erg goed uit te komen. Het was mooier geweest als de verhaallijn rondom de tweede overledene wat meer uitgewerkt zou zijn. Nu eindigt deze verhaallijn erg abrupt en blijft de lezer met vragen achter.
Het ontbreekt deze roman aan reflectie, waardoor de personages oppervlakkig blijven en de roman te luchtig is. Winter snijdt serieuze en actuele thema’s aan, zoals dementie op jonge leeftijd en de erfelijkheid daarvan. Nergens wordt duidelijk hoe de personages hiermee omgaan; wat zijn hun angsten, hun twijfels, hun motieven? Een gemiste kans voor Winter.