Advertentie

Buddyread debuut 'Jonge goden' + Winactie

op 25 september 2018 door

Jonge goden is het debuut van Kris Heyvaert (1987), die als eindredacteur voor een mediabedrijf werkt en een Taal- en Letterkundediploma van de Vrije Universiteit Brussel op zak heeft. Literatuur’godinnen’ Helena en Nathalie B bogen zich over dit Vlaamse debuut, hun vragen legden ze voor aan de scheppende god, de auteur. Lees dus snel wat zij ervan vonden!  

Vele personages en tijdssprongen

Helena: Jonge goden is een debuut dat een oplettende lezer vereist. De vier hoofdpersonen Tom, Joke, David en Sofie hebben allemaal hun eigen verhaallijn vanuit hun eigen perspectief en het is aan de lezer om te deduceren hoe zij zich ten opzichte van elkaar verhouden. Het is daarom zaak wanneer je begint met het boek zeer oplettend te zijn op kleine verwijzingen naar de andere personages, en vooral om goed op je netvlies te hebben hoe zij heten.

Nathalie: In een notendop over de personages: Tom zit emotioneel in zak en as, vooral nadat zijn grote liefde, Julie hem verlaten heeft. Hij blijft dan ook vooral hangen in de whisky. David is Toms literaire agent, Joke is Toms nichtje die eveneens op dezelfde uitgeverij werkt, en Sofie is de minnares van Stijn, Jokes vriend. Het klinkt allemaal zeer ingewikkeld, en zo is het ook om het boek goed te kunnen volgen. Daarnaast verspringen de verschillende hoofdstukken ook nog eens in tijd wat je telkens pas laat door hebt. Je moet je dus wel goed kunnen concentreren op dit boek.

Zingeving en de liefde als rode draad

719edfe79b9d0d4b44c6b1375d52b987.jpg Helena: De verhaallijn van Tom is handig om te gebruiken om iets over het boek te vertellen, zonder al te veel spoilers weg te geven. Tom is een succesvol schrijver vanwege vooral zijn eerste roman (Schoudertruien op het Fochplein), waarmee hij een Gouden Uil won. Met de roman waaraan hij nu werkt, Jonge goden (sic!), wil het niet zo vlotten. Tom is behoorlijk rijk geworden van die eerste roman. Hij rijdt in een Ferrari, drinkt meer dan goed voor hem is en leidt verder een tamelijk decadent leven. De andere personages hebben allemaal rechtstreeks of via via met hem te maken. Zij zijn enorm zoekende naar zingeving in hun leven, naar liefde en geluk. Verder hebben ze met elkaar gemeen dat ze zaken niet altijd even handig aanpakken. Wij als lezers weten dat, omdat wij dankzij de verschillende verhaallijnen weten hoe iedereen alles beleeft, maar omdat zij zo behoedzaam opereren en erg op zichzelf gericht zijn, missen ze signalen van anderen.

Tom beschrijft zijn eigen boek Jonge goden als volgt:

“… iets puurs, vol hoop, naïviteit en frustratie, een verhaal over steeds falen en ooit opgeven, over pijnlijke schoonheid en schrille contrasten. Het gaat over Het Leven Zelve, het zoeken naar geluk, naar betekenis, een gevoel van thuiskomen in het alledaagse…”

12e977f49de672d31083285d09c122f0.jpg Nathalie: Alle personages blijken moeite te hebben met hetzelfde: de liefde en relaties in al hun vormen… Heyvaert geeft een eerlijk maar vrij cynisch beeld hoe zijn personages hun leven organiseren en keuzes maken. Niets is evident. Ze hebben allemaal hun ambitie en heel wat grote gedachten. Omdat er zich veel afspeelt rond een uitgeverij, krijgt de lezer eveneens de kleine kantjes van het schrijfproces mee, wat het allemaal nog veel interessanter maakt. Tom is aan het schrijven aan zijn roman ‘Jonge goden’, dezelfde titel dat dit boek meegekregen heeft, en met een duidelijke allusie op de bundel ‘Mooie jonge goden’ uit 1986, van de generatie schrijvers van Herman Brusselmans, Tom Lanoye en Kristien Hemmerechts. Een inkijkje in deze wereld krijgt de lezer zeker ook mee tijdens het lezen van dit boek.

Helena: Echt jammer dat ik dat Vlaamse referentiekader niet vooraf heb ontdekt, ik vermoed dat ik het boek dan wel wat anders gelezen en geïnterpreteerd zou hebben. Wel goed voor Nederlandse lezers om die context in de gaten te houden!

Wat vonden we van de stijl en het taalgebruik?

Helena: Kris Heyvaert hanteert een prettig leesbare schrijfstijl. Het boek is overduidelijk Vlaams met bekendere (‘op kot gaan’) en minder bekende uitdrukkingen, zoals bijvoorbeeld de zin ‘Maarten is intussen een kwarteeuw oud, dat betekent dat ikzelf al op tram 3 zit.’ Zelf vind ik dat soort uitdrukkingen, zeker als ze nieuw voor me zijn, erg leuk om te ontdekken.

Nathalie: Heyvaert maakt gebruik van een mooie beeldende stijl, hem niet vreemd als scenarist, en een mooie en creatieve taal. Door die beeldtaal zal hij inderdaad wat Vlaamse uitdrukkingen gebruiken die men minder in Nederland kent. Dat valt mij als Vlaamse natuurlijk nooit echt op. ;-) De toon is mild cynisch en ironisch. Ook tussen de zinnen door moet je af en toe wat kunnen lezen.

Een verspreid beeld en een puzzel

Helena: Het is lastig om je met één van de hoofdpersonen te identificeren vond ik, en dat maakte dat ik een bepaalde afstand tot het boek voelde. De thema’s die besproken worden zijn redelijk universeel; zoeken naar liefde en geluk, keuzes maken en omgaan met de gevolgen daarvan en eenzaamheid zijn voor mij de belangrijkste thema’s van het boek. Al met al vond ik het boek, zeker in het begin, lastig om te volgen. Het heeft iets weg van het oplossen van een sudoku, je weet dat alles op zijn plaats hoort te vallen, maar je moet zelf ontdekken hoe.

Nathalie: Het is niet zo makkelijk om je in één van de personages in te leven vanwege het diverse en verspringende beeld, maar ieder verhaal heeft boeiende kenmerken die je kunnen blijven interesseren. Eigenlijk ben je als lezer vooral benieuwd hoe en of de keuzes van al die personages met elkaar gaan samenvallen, en hoe het allemaal gaat aflopen. In het begin is het best een lastig boek om in te komen, maar langzamerhand word je meer en meer aangetrokken door de personages die de ‘jonge goden’ van dit verhaal zijn.

INTERVIEW

44358e93b08719836dc0f83819990d2f.jpg

Foto: Koen Broos

We stelden ook enkele vragen aan Kris, die ze graag per e-mail beantwoordde:

Helena: Je gebruikt in je boek vier verhaallijnen: die van Tom, Joke, David en Sofie. Aan welke verhaallijn werkte je het liefst en waarom?

Kris: Een soortgelijke vraag stel ik steeds aan lezers, namelijk: ‘Wie is jouw favoriete personage?’ De antwoorden gaan dan alle kanten uit, en het is erg leuk om te horen dat elk personage wel eens aan de beurt komt. Het antwoord op jouw vraag heeft daar ook iets mee te maken, alleen kan ik niet kiezen voor één personage. Zo hou ik wel van die tragikomische nonchalance bij Tom, maar ook van die intuïtief dromerige kant van Joke. David heeft iets weg van een rationele romanticus die probeert te navigeren op een zwartwit schaakbord. En bij Sofie is het die vervreemdende hoop waarmee ze alle lichten dooft, op één na. 
Ik heb ze allemaal heel graag geschreven. 

Nathalie: Je laat de verschillende personages vrij noodlottige keuzes maken rond 1 thema: de liefde. Ik vind het een eerlijk maar toch vrij cynisch beeld. Hoeveel van je eigen ervaring en uit jouw eigen omgeving zit hierin?
 
Kris: Brusselmans zei ooit iets in de aard van: ‘alle schrijvers schrijven autobiografisch’. Als dat betekent dat je enkel kan schrijven over wat je kent, heeft hij gelijk. Ik ben blij dat het in jouw geval cynisch overkomt, en dat je gemerkt hebt dat Jonge goden variaties speelt op een thema: liefde, in al zijn facetten. Maar ik denk dat het soms minder eenvoudig is, en dat het soort cynisme waarop je zinspeelt soms wel erg verleidelijk is om in mee te gaan en heel dichtbij kan komen. Een vriend, een familielid, of jezelf. Iedereen heeft wel zo’n verhaal. Maar geeft Jonge goden een cynisch beeld weer? Voor mij althans niet. Er zijn ook lichtpuntjes, tragikomische lichtpuntjes. 

Helena: Schrijver Tom werkt aan een boek met dezelfde titel als jouw eigen boek. Kun je ons iets meer vertellen over de overwegingen die je had toen je dat in je boek verwerkte?

Kris: Een ‘mise en abyme’, waar het ene beeld in het andere wordt ingebed, heb ik altijd erg leuk gevonden. Meer bepaald wat ze op Wikipedia het ‘Droste-effect’ noemen: ik ken het vooral door de Croky Chips-zak ‘A l’ancienne’ uit mijn kindertijd: een man kijkt naar de chips met in zijn hand een zak waar die man opstaat die kijkt naar de chips met in zijn hand een zak waar…  Combineer dat met iets anders: de ‘onmogelijke’ tekeningen van Maurits Cornelis Escher, vooral die onmogelijke trap van hem. In het begin leek het me erg leuk om op die manier een ‘onmogelijk verhaal’ te schrijven, maar tijdens het schrijfproces traden de personages steeds meer op de voorgrond, en heb ik vooral hen laten spreken. In die zin zijn zij de Jonge goden geworden.

Nathalie: Ik vind het nogal moeilijk aan het verhaal dat het niet direct duidelijk wordt aan het begin van een hoofdstuk in welke tijd dit zich zal afspelen. Heb je er een bepaalde reden voor om dit niet te verduidelijken voor de lezer?

Kris: Ik vraag me soms af of dit type vraag ooit gesteld wordt aan mensen zoals Tim Burton of David Lynch, en wat zij dan antwoorden – ik heb het niet opgezocht. De redenen waarom je in een verhaal niet kiest voor een chronologische of gemarkeerde tijdlijn zijn voor elk verhaal anders. Suspens creëren, parallelmontage, cryptisch zijn, de artsy fart uithangen of net een algemene trend benadrukken? Misschien is ‘wat bedoelt de schrijver?’ niet de juiste vraag? Maar eerder: ‘werkte het voor je?’

Helena: Iets wat ik zelf erg origineel vond, is dat je de namen van allerlei bestaande parfums voor mannen en vrouwen in het boek verwerkt. Hoe is dat bij het tot stand komen van het boek in zijn werk gegaan? Ben je een hele dag voor research naar de Ici Paris gegaan?

Kris: Haha, dat is een vraag die ik niet zag aankomen! Tot nu heb ik er in feite weinig over nagedacht. In ieder geval ben ik sterk in de ban van geuren, vandaar ook de scène in de Ici Paris bij Tom. Dat benoemen van geuren in merken terwijl je de geur van die persoon zelf niet kan omschrijven, enkel herkennen. Tom heeft het daar ook over. Het heeft wat met angst en controle te maken. Je hebt er geen vat op. Benoemingsdrang, verlatingsangst, ijdele hoop, noem maar op. Parfum is dan ook sprekend voorbeeld van de vergeefse drang om iets te bewaren wat niet te bewaren valt. Geuren zijn vluchtig, net als de momenten die we delen.

Nathalie: Wat ik wel wist en Helena niet, in tegenstelling tot de namen van de Ici Paris parfums, is naar wie en wat de titel Jonge goden juist refereert… Kan jij het ons nog eens uitleggen en ben je je ervan bewust dat deze referentie niet door alle Nederlandse lezers en misschien ook niet door een jongere garde Vlaamse lezers zal opgepikt worden?

Kris: Mooi opgemerkt! In Jonge goden wordt er even gehint naar die generatie van jong, aanstormend talent uit de eighties, die hun verhalen bundelden in Mooie, jonge goden – Vlaams literair talent (1986). Daar zal inderdaad worden overgelezen door een jongere generatie en dat is niet erg. Jonge goden is hoe dan ook een sterke titel, vind ik althans, en het past naadloos bij de tweede reden waarom ik voor deze titel koos. In 2015 titelde een artikel in De Standaard met ‘Ook jonge goden zijn sterfelijk’. Het ging over een jonge, beloftevolle voetballer die in een auto-ongeluk om het leven kwam. Die titel zette me aan het denken. Van de ene op de andere dag kan alles plots omslaan. Sommige mensen gaan een verwijzing naar Brusselmans zien, anderen iets totaal anders. Impressies zijn vluchtig. Maar hoe dan ook vind ik Jonge goden een passende titel voor dit boek.

Helena: Tom zegt aan het eind van het boek: “We kunnen gewoon geen afscheid nemen van iets dat nooit was, en dat is iets wat we nooit zullen kunnen. Ik schrijf omdat ik moet schrijven, niet meer, niet minder.” In hoeverre is de uitspraak van Tom op jou van toepassing en lijken jullie als karakters op elkaar?
 
Kris: Net als Tom schrijf ik omdat ik moet schrijven, en ik hoop dat mensen wat aan mijn schrijfsels hebben want anders wordt het wel heel zelfbevredigend. Wat Jonge goden betreft, was er een ‘what if-vraag’ die me maanden bezighield: ‘Wat als mensen gewoon hun ding doen, en niet kijken naar de golven die ze rondom zich teweegbrengen.” Los daarvan zit er ook een beetje Shakespeare en Tennessee Williams in Tom, omdat ik die schrijvers erg graag gelezen heb.

Nathalie: Dit kan een korte ja/nee vraag zijn, als je voor nee gaat… Maar toch: Jouw observaties over de herdenking van de dood van een auteur 10 jaar later via één van de personages vond ik vrij komisch. Was je je ervan bewust dat dit zou uitkomen in dezelfde periode dat de dood van de Vlaamse schrijver J.M.H. Berckmans ook in de kijker gezet zou worden? Ik heb die 'auteur's auteur' nu ook maar pas leren kennen, maar dit ging door mijn hoofd tijdens het lezen, en ging er niet meer uit… 

Kris: Na dit even te googlen zie ik dat er in juni een artikel over verscheen in Ons ErfdeelJonge goden kwam in mei uit en ik beschikte toen helaas niet over een glazen bol – en nu nog steeds niet, dus vertrouw alsnog op kansrekening bij het invullen van je lottoformulier. Maar het zegt iets over marketing, niet? Toen ik schreef over die herdenking, kreeg ik koude rillingen, omdat ik het levendig voor me zag gebeuren en me bedacht dat het eigenlijk een heel goede zet zou zijn om een schrijver postuum weer in de kijker te brengen, en er nog wat aan te verdienen ook! Kortom: Life imitates art and art imitates life en wat was er eerder: de kip of het ei? Het is ook de eerste keer dat ik van Berckmans hoor, Bukowski daarentegen… :) P.S.: Weet je me te zeggen of Berckmans het lezen waard was?

Nathalie: Hou mijn recensies in de gaten, Kris! :-)  

WINACTIE

Willen jullie nu ook Jonge goden gaan lezen? Helena en Nathalie vonden het alvast de moeite waard! Nathalie gaf dit boek vier sterren (Recensie), Helena gaf er drie (Recensie). Als klap op de vuurpijl mogen we ook nog een exemplaar van Jonge goden weggeven! Laat in de reacties weten of je het boek graag zou willen lezen en waarom. Een week na het verschijnen van het artikel loten wij wie het boek gaat ontvangen. 



Reacties op: Buddyread debuut 'Jonge goden' + Winactie

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Kris Heyvaert

Kris Heyvaert

Laat iemand anders maar mijn bio schrijven, dacht ik. Nee. Er waren geen details...