Advertentie

Eus Wijnhoven, uitgever: "Dat we het maar mogen laten gisten!"

op 20 november 2020 door

De boekensector staat al jaren onder druk. Boekhandels en uitgeverijen hebben het zwaar. Boekpromotieprogramma’s als De Wereld Draait Door en VPRO-boeken zijn gestopt. De CPNB probeert van alles, er is een overvloed aan literaire prijzen, de NS-publieksprijs genereert de nodige publiciteit. In deze coronatijd wordt desondanks meer gelezen.

De omzet van verkochte boeken (inclusief e-books) groeide in 2019 met 2,1% van € 552 miljoen naar € 563,4 miljoen. De afzet daalde echter met 3,6% van 41,2 miljoen naar 39,7 miljoen. Dat heeft deels te maken met de stijging van het lage btw-tarief voor fysieke boeken van 6% naar 9% per 1 januari 2019. (Bron: KVB Boekwerk).

Tja, dan moet je lef hebben, je nek durven uitsteken, tot op het bot gemotiveerd zijn én geld hebben als je een nieuwe uitgeverij wilt starten. Eus Wijnhoven zette onlangs die stap en richtte Uitgeverij GiST op. Inmiddels is de eerste titel verschenen en staan er twee op de planning. GiST richt zich op één speciale schrijversgroep: de 50-plusser. Wie is Eus Wijnhoven, hoe heeft hij het voor elkaar gekregen een uitgeverij op te richten, wat zijn zijn doelstellingen, waarom die doelgroep van 50-plus-schrijvers of zoals hij het zelf noemt ‘schrijvers met levenservaring’? De eerste uitgave van GiST is getiteld Over voetbal gesproken en geschreven door Theo Uphus. Het boek gaat met name over het voetbal van topamateurs, een sector die door de coronamaatregelen nu hard getroffen is. Hans Kraay jr. heeft om niet een voorwoord geschreven. Het boek ziet er qua vormgeving perfect uit.

Interview: Jan Stoel

Beeldmateriaal: Eus Wijnhoven

e7aaf0f7084634843aa33b1f650e8a02.jpg

Ik kwam het bericht tegen  dat niemand minder dan de Zweedse schrijver Jonas Jonasson (geboren in 1961 en een maand ouder dan Eus, dus doelgroep-schrijver), bekend van De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, jouw crowdfundactie voor je uitgeverij ondersteunde met de tekst “Great initiative! Being an expert on hundred-year-old men, I know for sure the more life experience the better!” Waar kwam dat ineens vandaan?
“Toen De 100-jarige pas enkele weken uit was, Jonas nog een onbekende Zweed, werd ik uitgenodigd door uitgeverij Signatuur om hem te ontmoeten in het Ambassadehotel in Amsterdam. Het was op een vrijdag, ik weet het nog goed. De woensdag daarop was de geplande datum. Ik heb echter weinig met ‘lollige’ literatuur (zo beschouwde ik dat boek toch). De dag erna kocht ik een tweedehands (!) exemplaar, want ik moest me natuurlijk wel voorbereiden. Ook twee andere mannen waren uitgenodigd, waarvan er uiteindelijk een niet kwam opdagen. Ruim anderhalf uur hebben we zeer geanimeerd gesproken met Jonas, waarbij het al snel een gesprek tussen ons tweeën werd. Daarbij ging het vooral over schrijven, het plezier dat je eraan beleeft, hoe je er beter door gaat lezen. Na de ontmoeting met Jonas zijn we contact blijven houden. Volgens hem zou mijn schrijfijver beloond worden, hij heeft me altijd gestimuleerd.”

Je kent het vak van uitgeven. Voor uitgeverij Malmberg gaf je lesmethoden voor natuurwetenschappelijke vakken uit in het voortgezet onderwijs: Biologie voor Jou, Nova natuurkunde en Nova scheikunde. Werk je nog voor Malmberg of ben je nu volledig werkzaam voor je eigen uitgeverij? Een eenmansbedrijf of…?

“Vervang ‘gaf’ maar door ‘geef’. Overigens heb ik me weinig bemoeid met Biologie voor Jou. Die ‘kinderen’ kan ik niet loslaten, dat is tevens de valkuil van educatief uitgeven. Dat gaat maar door… Als je na ruim vijfentwintig jaar in de genen van die vakken zit, als je ieder jaar met tientallen leerlingen en docenten spreekt, blijft dat een adrenalineshot. Ik ben verslaafd. Uitgeverij GiST doe ik ernaast, als eenmansbedrijf met secretariële ondersteuning van Ada, mijn vrouw (laat het haar niet horen), want ik ben op bepaalde aspecten een kluns. Daarnaast heb ik twee zeer ervaren ‘assistenten’ die om niet meelezen. Bijzonder kundige en nieuwsgierige mensen die graag op de eerste rang zitten. De een is wat zakelijker ingesteld (richting historische non-fictie) de ander meer prozaïsch; Toepa Jorens, die laatste, dicht ook erg goed trouwens.”

Je bent een fanatiek lezer en schrijft ook proza. Je publiceerde verhalen in verhalenbundels, de Revisor, nrc Boekenbijlage, Trouw en het VPRO-programma De Avonden. En voor de klanten van boekhandel ‘De Omslag’ in Delft (deomslagdelft.nl onder Lees!) beveel je wekelijks een boek aan (via een recensie). “De letter zit dus in de genen” om het zomaar te zeggen. Gaf dat allemaal niet genoeg voldoening? Je wilde dus kennelijk meer.
“Je raakt een gevoelige snaar. Sinds mijn negentiende slaap ik niet meer dan gemiddeld vijf uur per nacht. Zó zonde van je tijd, slapen. En toch lig ik nog regelmatig wakker, omdat ik weer ideeën heb. Dat is de pest, al die ideeën. Mijn schrijven ligt nu al een jaar stil, terwijl ik een (prachtige!) roman alleen nog maar hoef te polijsten.
Medio 2019 ontving ik een brief. Een tante van me was overleden, een aparte vrouw met wie ik al zeker vijftien jaar geen contact had gehad. Zij liet me 2700 euro na. Tja, ik had de ervaring dat ondanks literaire prijsjes die ik had gewonnen en ondanks publicaties in gerenommeerde media er geen openingen waren voor mijn werk. Zoals literair agent Paul Sebes me in 2007 zei: “Je moet de X-factor hebben.” Daaraan voegde hij toe dat je eigenlijk na je veertigste nauwelijks meer kans had bij de bekende uitgeverijen een stal te vinden. Ik was toen 46. Onverwacht had ik 2700 euro. Zou ik dan toch maar mijn boek in eigen beheer uitgeven? Nee, dat was en is iets wat ik nooit heb gewild, want ik verlang erkenning, een kwaliteitsstempel van een ‘grote’ uitgeverij. Maar ik kende ook iemand anders wiens boek ik per se op de markt wilde zien.”

c398c3e6cc7f9cfb4716b6d452d26221.jpg

Hoe is het idee voor GiST ontstaan? En waar staat de naam GiST voor? Gisten, levenservaring, Delft?
“Dat boek van die vriend van mij, het werk-in-wording waar ik vijf jaar tegenlezer van ben geweest en streng redacteur – meelezer is zo’n fout woord; je bent tegenlezer, je geeft ongezouten commentaar – had hij verlaten voor een ander project, iets waar ik veel minder in geloof. Thuis heb ik het er met mijn vrouw over gehad. “Teds (Ted de Wolf) boek verdient meer lezers dan het mijne.” Diezelfde avond bespraken we in café De Engel in Delft zijn tweede project en heb ik hem gezegd: “Je moet hiermee ophouden. Ik ga jouw boek over de Arbeiteinsatz uitgeven.” Verbaasd keek hij me aan. “Dat meen je echt, hè, Wijnhoven? Je bent – piep – serieus.” Daarop knikte ik en bestelde nog twee Westmalle.
Een week later twijfelde ik. Eigenlijk kon ik niet meer terug. Sonja van Gentevoort, eigenaresse van mijn hoekcafeetje De Koepoort, vroeg wat er met me aan de hand was. Ik probeerde me er vanaf te maken door te zeggen: “Ik moet een naam voor mijn uitgeverij verzinnen, zó onbelangrijk.” Terwijl zij een fles Berenburg pakte om een andere gast bij te schenken, zei ze: “Gist” meer niet. Had te maken met haar overleden vader die zijn leven lang op de Gistfabriek heeft gewerkt. Dat vond ik bij nader inzien lekker klinken. Een aantal andere opties heb ik ook overwogen. Met een lijstje van vijf heb ik dat op social media gedeeld, onder andere op Hebban.nl. De stemming was nagenoeg eenduidig. Gist it is and gist it shall be. Het mooie van gist is natuurlijk ook mijn roots hier, Delft. De Gist- en spiritusfabriek; en de Engelse betekenis, the gist: de kern van de zaak, dat wat belangrijk is.”

In het logo van je uitgeverij valt de i van GiST op. Een i met twee ‘gistbolletjes’?
“Je moet toch iets herkenbaars op de rug hebben? Mooi verwoord trouwens.

En dan ben je enthousiast over je idee, maar moet je de koe bij de horens gaan vatten. Kun je wat inzicht geven hoe dat proces verlopen is?
“Als je eenmaal je idee gaat uitwerken, schrik je je lam. Je moet lid worden van dit, contributie voldoen van zus, betalen aan zo. Gek word je van al het geneuzel en papierwerk eromheen. Nu begrijp ik waarom ik nooit een administratieve functie heb geambieerd. Ik wilde een crowdfundactie opstarten in maart. 2700 euro eigen geld, 7500 euro crowdfunding. En toen kwam corona. Kansloos. Maar ik had al afspraken met de eerste auteur… Mijn vrouw en ik hebben gescheiden bankrekeningen. In eerste instantie verklaarde ze me voor gek toen ik haar vertelde dat ik die 7500 zelf wel zou storten, als beginkapitaal. Maar goed, gaandeweg bleek dat de kosten fors oplopen – dat zit hem niet in het drukken – en ik zei: “Tot 15.000, verder ga ik niet.” Voor het eerst sinds tijden stond ik ruim positief op mijn privérekening, en het geld moet toch eens uitgegeven worden. Tot mijn verbazing zei de schat: “Gewoon doen. Als je het nu niet probeert, krijg je er later spijt van.”
Ik had iemand op het oog, maar die is het niet geworden. Toen kwam Theo Uphus in beeld. Die man schrijft zo aanstekelijk! Het hele uitgeefproces geeft me daarmee veel energie. In het boek van Theo heb ik heel veel tijd gestopt, omdat hij technisch gezien niet de volmaakte schrijver is. Heerlijk, ook de samenwerking met die man. Een recht-voor-zijn-raap flapuit. Maar al het administratieve eromheen? Mijn hemel, ik ben op zeker moment het kenteken van mijn vroegere DS uit juli 1967 gaan googelen (DM-04-39; snap je me). Voor een kleine 20.000 euro kon ik misschien in plaats van dat rare uitgeverij-idee mijn liefste en trouwste auto-vriendin ooit terug kopen. Dat moment van twijfel heeft enige dagen geduurd. Maar ik had Ted een belofte gedaan, en Theo was als een gek aan het schrijven. Theo’s gezondheidssituatie speelde ook mee. Hij verdient dit boek. Sterker nog: de lézers verdienen dit boek. Het is eigenlijk godgeklaagd dat zulk uniek werk het lezerspubliek zo lang is onthouden. Dat je alleen maar voetbalboeken vindt over bekende personen, terwijl het kleine, datgene waarnaar al die jongens en meiden, mannen en vrouwen, ieder weekend weer naar verlangen nooit is beschreven. Het ‘ruiken en proeven’ van het voetbal, daar gaat het toch om? Zelfs mensen die níet van voetbal houden, reageren inmiddels dat het een heerlijk boek is.”

Als je een uitgeverij begint moet je natuurlijk ook auteurs hebben. Je richt je daarbij op een specifieke groep van schrijvers, met levenservaring. Waarom?
“Zoals ik eerder heb aangegeven: mensen boven een bepaalde leeftijd krijgen nauwelijks nog een kans, ongeacht de kwaliteit van hun werk. Terwijl juist zij over een schat aan levenservaring beschikken en hebben geleerd te doseren en nuanceren. Er wordt zoveel pulp uitgegeven van BN’ers en BV’s. Als je kop maar bekend is van tv lukt het wel. Kwaliteit doet er volgens mij steeds minder toe. Dat zie je trouwens ook in de uitgaven – nu moet ik oppassen – want redactie laat vaak te wensen over. Ook bij grote uitgeverijen.”

Je hebt nu drie auteurs waar je mee werkt. Kun je iets over ze zeggen?  Wat kun je ze bieden?

Theo Uphus: ik had een ander voor ogen, maar wel een profiel, een oudere scheidsrechter met verhalen. Die eerste man kent enorm veel mensen (return on investment), maar bleek vooral over andere dingen dan over voetbal te schrijven. Daar beklaagde ik me over aan de bar toen Theo zei: “Ik schrijf wel us stukkies voor een voetbalwebsite.” Tien verhalen heeft hij me laten lezen. Kwalitatief viel er veel op aan te merken, maar met een hart, een gevoel erin dat ik zelden had meegemaakt. Als je zijn werk leest, ben je ineens in een andere wereld, je bent erbíj! Dat wilde ik weleens samen proberen. Chapeau voor Theo, want ik heb fors in zijn werk ingegrepen. “Als je de essentie maar overeind houdt,” zei hij. En dat is gelukt.
Ted de Wolf: hij schreef  het boek waar ik al zo lang tegenlezer van was geweest. Dat móest uitgegeven worden. Paul Sebes was in eerste instantie – ondanks Teds leeftijd – zeer geïnteresseerd. Paul is toch de man die debutanten in Nederland brengt. Maar die twee kregen onenigheid, Ted heeft het niet zo slim aangepakt. Trotse haantjes allebei, dan krijg je dat.
Anne Teunis: zij was mijn coach nadat ik de directie van Malmberg te vaak liet weten dat ik het met hen oneens was. Op zeker moment kwam ik er achter dat zij kon schrijven. Ze had de Schrijvers Vakschool gevolgd bij een redacteur die ik hoog heb zitten. Luitingh Sijthoff had even geen ruimte voor haar maar zou het anders graag hebben uitgegeven. Ondanks dat ik in donkerder literatuur ben geïnteresseerd, zie ik kansen.
Ik heb een marketing verleden voordat ik uitgever ben geworden. Bij iedere auteur bekijk ik de kansen of ik het ‘in de markt’ kan zetten. Je kunt het perfecte boek over ijsvogels schrijven, maar er moeten wel afnemers zijn.”

3e3774dca6d90bc3dee383bc7c85fae7.jpg

Heb je ideeën over hoe je de kwaliteit kunt bewaken?
“Laat ik een sprekend voorbeeld geven: een voormalig Nova-auteur van mij, die een jaar of vijf geleden gestopt is na zijn pensionering, schreef: “Ik mis jouw kritiek, dat je af en toe zo’n klootzak bent, dat je op iedere slak zout legt, terwijl je weet wat ik bedoel.” Dat dus. Hij is met een boek bezig en wil dat aan mij toevertrouwen. Ook over WO-II en hoe die oorlog een hele familie uiteen heeft gerukt doordat de een zich bij de NSB aansloot en de ander in het verzet ging. In mijn aanbevelingen (boekrecensies) vermeld ik regelmatig dat iemand een uitstekend verhaal heeft geschreven, maar dat het een gotspe is hoe de auteur door de (grote, bekende!) uitgeverijen wordt geminacht. Kijk zelf eens hoeveel fouten (afbrekingen, herhalingen, et cetera) er in een doorsnee roman staan van gerenommeerde uitgeverijen. Schande! Ooit heb ik Pieter de Jong, toenmalig ceo van de WPG-groep, een boek retour gegeven – ik voerde af en toe benen-op-tafel gesprekken met hem over educatie en literatuur – vanwege de vele fouten. Minachting van de auteur, het zal mij niet gebeuren. Zonder auteur geen uitgever. Auteurs dien je te koesteren, je dient hen op handen te dragen; juist door hun werk serieus te nemen, door het uitermate kritisch te beoordelen. En dan gaat het er soms hard aan toe.”

Je hebt ook een distributiekanaal nodig. Ik heb begrepen dat het voor kleine uitgeverijen een enorme klus is om in de ‘bekendere’ boekhandel te komen liggen en op te vallen in het enorme aanbod. Hoe doe je dat?
“Een complete ramp. Ik heb 37 boekhandels een gepersonaliseerde brief geschreven, met postertje (een onding trouwens), en een verwijzing naar clubs en personen uit hun vestigingsplaats die in het boek voorkomen. Resultaat: één boekhandel – Paagman Delft – heeft het boek op voorraad genomen. Daarnaast Donner (allebei de vestigingen), maar dat hebben ze volgens mij vooral gedaan omdat ik nogal eens actief ben in literaire activiteiten aldaar. En de Read Shop in Katwijk. Dit gezegd hebbende: Inmiddels begrijp ik er niets meer van dat de boekhandel 42% korting krijgt, terwijl het enige wat veel boekhandelaren doen is een boek voor je bestellen. Die hoge korting is toch bedoeld om boeken op voorraad te nemen?! Voor onbekende auteurs is dat nagenoeg onmogelijk. Bestellen kan ik zelf ook wel, bijvoorbeeld bij bol. Mijn voorstel: de boekhandel krijgt 50% korting als zij de titel op voorraad hebben.”

Waar gaan we GiST tegenkomen de komende maanden?
“Waar je maar wilt. We komen graag op bezoek. Theo kan vertellen als geen ander. Signeren kan coronaproof, bijvoorbeeld met de sjoelbakmethode waar Lex Jansen onlangs kond van deed. Auteur aan de ene kant van de bak, koper aan de andere korte zijde. En schuiven maar. Lezers van Bazarow zijn misschien zelf voetballiefhebbers of hebben voetbalfanaten in hun familiekring. Denk ook aan de (klein)kinderen: Theo’s boek is hét ideale cadeau voor Sinterklaas of onder de Kerstboom. Sorry, toch even promotie maken. En wat ik al zei: ook mensen die niets met voetbal hebben, kunnen niet stoppen met lezen. We komen overal langs, in de boekhandel, op de vereniging. Daar hoeft geen flesje wijn tegenover te staan want daar houden we geen van beiden van.”

Je hebt zeker niet veel tijd meer om zelf te lezen. Kun je iets vertellen over wat je graag leest? Geef de lezers eens twee of drie tips van boeken die hij/zij gelezen moet hebben.
“Dat is wel de grootste straf de laatste weken. Normaal gesproken lees ik een á twee boeken per week, nu red ik dat niet meer. Boeken aanbevelen is een riskante bezigheid, omdat smaken zo verschillen. Deze twee zijn wat mij betreft uitschieters van het moment. Jonas’ laatste, Zoete Zoete Wraak bv is een hele goede, vooral als je door de humor heen kunt zien. Het is zijn meest maatschappijkritische of -analytische roman. Utopia Avenue van David Mitchell is ook fenomenaal, vooral als je met muziek uit de jaren zestig bent opgegroeid of daar van houdt. Als je dit boek in het Engels leest, komt het nog veel meer binnen.”

Wanneer kunnen we een boek van Jonas Jonasson bij GiST verwachten?
“Tja, ik heb hem gevraagd of ik zijn quote mocht gebruiken een paar dagen nadat hij me die had gestuurd als motivatie voor zijn financiële steun aan Uitgeverij GiST. “I thought you would never ask” schreef hij terug, met een heleboel emoji’s die ik niet eens ken. Terechte vraag, Jan: ik ga die hem stellen (en stuur hem sowieso een Engelstalige kopie van dit interview; mooie reden die vraag te stellen).”

Dat we het maar mogen laten gisten!

70f1ac4e0642c538ece795ea6a480f8f.jpg

 



Reacties op: Eus Wijnhoven, uitgever: "Dat we het maar mogen laten gisten!"

Meer informatie

Gerelateerd

Over