Factcheck: Tussen vont en pont, slapen en wakker worden, Buda en Pest

op 18 maart 2018 door

Wat zou er gebeuren als een groot deel van de wereld in slaap zou vallen? Grijpen anderen de macht, wordt er wraak genomen, ontstaat er een nieuwe orde? Joost Devriesere (1972) creëert in zijn roman Pest, eigenlijk meer een raamvertelling, zo’n wereld. Het boek gaat niet over de pest, de ziekte die in de middeleeuwen zo huishield. De eerste zin van de roman luidt: “De avond is somber en de Heilige Geest hangt in de lucht.” Is het einde der tijden nabij? De cover belooft ook al niet veel goeds: rood is de kleur van bloed en een robotachtig personage is met gesloten ogen afgebeeld: rust of dreiging?

Pest is de naam van een gemeente in Vlaanderen waar alles zich afspeelt en waar het leven ‘omdraait.’ Een vrouw die door haar man jarenlang mishandeld en vernederd wordt, zonder er iets aan te kunnen doen, blijft wakker en kan wraak nemen op haar slapende echtgenoot. Een man heeft een online handel in fictieve brieven. Hij schrijft over mensen die ziek zijn en troggelt zo anderen geld af. Hij heeft dat idee ‘geleend’ van een andere oplichter. Als die contact zoekt, blijkt het toch iemand anders te zijn. Het duo Marthe en Sven vindt dat de rijkdom opnieuw verdeeld moet worden en wil rijken in huizen van minderbedeelden onderbrengen en omgekeerd. 

(portretfoto van Joost Devriesere; Wouter Van Vaerenbergh)

cc8d528a477174ec6bc0458a3f288ec6.jpg

Twee hoofdstukken dragen een opvallende naam: ‘Vont’ en ‘Pont’. ‘Vont’ is het verhaal van Stijn, die een mislukt leven achter de rug heeft, in een sekte verzeild raakt en voor de tweede keer gedoopt wordt. Alsof hij een nieuw leven begint. Het voorlaatste hoofdstuk ‘Pont’ beschrijft de dood van een grijsaard die aan het sterven is en door de koorts beelden uit zijn verleden opnieuw beleeft.

Bij lezing van het boek ga je je toch afvragen waar het zich allemaal afspeelt en of ‘Pest’ niet gebaseerd is op feiten, die de auteur literair ‘vertaald’ heeft. Het misbruik in de katholieke kerk, de rol van de commercie (“zelfs in tijden van calamiteit moet de consument gewezen worden op het bestaan van minarine tegen slechte cholesterol”), de “totaal achterhaalde boekjes van Guy Verhofstadt over zijn Europese droom”, de politiek (“de Belgische regering hult zich in een oorverdovend stilzwijgen”) , het racisme (“die vorte makakken horen hier niet thuis met hun achterlijk geloof en hun minachting voor al wat westers is”) , machtwellust, het komt allemaal aan de orde.

In het boek spelen muziek, soms is het heavy metal  (Motörhead, Kings X) en film een rol. Soms zijn het verwijzingen, het zoontje van Rachel is genoemd naar een nummer van Pearl Jam, Jeremy,  ‘ondertussen jengelt Phil Collins iets over wat in de lucht hangt’ (In the Air Tonight). Dan weer staan delen van songs van Motörhead (We Are the Road Crew), Johnny Cash en Thelma Houston in de tekst. Evenzo zijn er tal van verwijzingen naar films. Het duidelijkste komt dat naar voren in het verhaal ‘The Trouble with Harry’, een titel die verwijst naar de gelijknamige Hitchcockfilm uit 1955. En net als in de film staat dit verhaal ook bol van de suspense.

(alternatief voor de cover;  Bart Knockaert)
209da7698d6fdbfaa70610e25452b3e4.jpg

Kortom: tijd voor een kennismaking met Joost Devreisere én een factcheck.

Vraag: Pest heeft een opvallende cover, die is ontworpen door Bart Knockaert. Wat wil je ermee uitdrukken?

Joost: “Bart en ik kennen elkaar al heel lang, van toen we nog samen in een reclamebureau werkten. Ik leverde destijds de teksten en slogans, hij boog zich over het grafische concept en de uitwerking. Het klikte toen vrij snel en blijkbaar hebben we nog steeds aan een woord genoeg om op dezelfde golflengte te zitten. Ik heb hem een korte briefing gegeven: de figuur op de cover moest geslachtloos zijn en de ogen gesloten houden. Voor de rest heb ik hem volledig zijn ding laten doen. Enkele dagen erna al kreeg ik drie kleurvarianten van het eerste ontwerp. Hij had de nagel op de kop geslagen. De cover is dreigend en mysterieus tegelijk. En hij valt op tussen al die andere boeken, wat natuurlijk ook belangrijk is. Het is er niet aan te merken, maar de cover van Pest is écht de eerste romanomslag die Bart heeft ontworpen.”

Vraag: De titel is ‘Pest’. Beschouw je de huidige samenleving als een besmettelijke ziekte?

Joost: “Pest is de naam van de niet zo geheel fictieve stad waar alle verhalen zich afspelen: het is een verwijzing naar Kortrijk, de stad in Zuid-West-Vlaanderen waar ik woon. Enkele jaren geleden had ik een vrij succesvolle satirische blog waarin ik vooral de Kortrijkse politiek op een beschaafde manier op de korrel nam. Die lijn wilde ik ook voorzichtig in het boek doortrekken. Al die verwijzingen zijn een extraatje voor de mensen uit de regio, en voor alle anderen stoort het niet. Of dat denk ik toch.

Het is ook een spielerei. Net zoals Budapest heeft Kortrijk een eiland in de stad, dat geklemd zit tussen twee armen van de Leie. Dat eiland wordt door de Kortrijkzanen ‘Buda’ genoemd, dus heb ik van de rest van de stad maar ‘Pest’ gemaakt. Met een ziekte heeft de titel dus niets te maken, al zou het geen kwaad kunnen mocht de mensheid een paar jaar dutten. Kwestie van de natuur weer wat ademruimte te geven.”

Vraag: Je hebt vijf jaar aan je boek gewerkt. Is daar een reden voor? Hoe ben je te werk gegaan?

Joost: “In totaal gaat het ‘slaapconcept’ al vijf jaar mee, maar het boek zelf heb ik in een jaar tijd geschreven. Tussen het oorspronkelijke idee en de uiteindelijke release is er heel wat gebeurd. Ik ben gescheiden, heb nog wat andere sores achter de rug en op de koop toe kreeg ik eind 2016 te horen dat ik lijd aan een zeldzame ziekte die weliswaar niet levensbedreigend maar toch levensbepalend is. Sindsdien waggel ik door het leven met een wandelstok. Ik heb meteen mijn moed bijeengeschraapt. Ik moest en zou Pest schrijven, ook al omdat ik dat aan mijn vader had beloofd, aan zijn sterfbed.

In 2016 had ik samen met mijn vriendin ook Vluchten hoeft niet meer uitgebracht, een boek over vluchtelingen dat ik op dat moment urgenter vond dan die debuutroman. En last but not least: ik had oorspronkelijk een contract voor een horrorroman met diezelfde slaap-insteek getekend, maar mijn nieuwe uitgever wilde zich niet wagen aan een roman met monsters. Dus ben ik helemaal van nul af aan herbegonnen. En daar ben ik heel blij om. Het is een heel ander boek geworden.”

(alternatief voor de cover; Bart Knockaert)

1bfd9a3de738306e7fdb3d064b3e1753.jpg

Vraag: Ik zie je debuutroman als een raamvertelling met ‘vont’ en ‘pont’ als twee markeringspunten.

Joost: “Klopt. Sharon, die in ‘Pont’ aan het sterfbed van haar vader zit, is trouwens een verwijzing naar Charon, de veerman die de overledenen naar de overkant van de Styx brengt. En het is altijd de bedoeling geweest om er een soort mozaïekverhaal van te maken. Dat zie je eerder zelden in boeken, maar vaker in films. Die van Alejandro González Iñárritu bijvoorbeeld, zoals 21 Grams en Babel. Al zijn de personages in de verschillende verhalen in Pest dan iets minder met elkaar gelinkt.”

Vraag: Je draagt ‘Pest’ op aan je vader. In ‘Pont’, het afsluitende hoofdstuk, sterft een oude man. Daar zal wel wat literaire verbeelding aan te pas zijn gekomen, maar het voelt ook aan alsof je inspiratie uit je eigen leven hebt geput. Ben je bijvoorbeeld  gevormd door bisschop Vangheluwe, zoals een van je personages?

Joost: “Er zit heel veel van mezelf in Pest. De doop op latere leeftijd, het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, in mijn geval door een depressie, de laatste en eigenlijk eerste échte gesprekken met mijn vader net voor zijn dood: het zijn dingen die ik echt heb meegemaakt. Natuurlijk heb ik alles aangedikt en gefictionaliseerd. En ja, net zoals veel mensen van mijn generatie ben ik op mijn twaalfde gevormd door Roger Vangheluwe, die toen bisschop van West-Vlaanderen was en later in opspraak kwam door zijn pedofiele praktijken.”

Vraag: ‘Pest’ is doordesemd met kritiek op onze samenleving. Is je boek een aanklacht tegen onze maatschappij? Hoe zou die er anders uit moeten zien? Herverdelen?

Joost:’Pest’ is in de eerste plaats speculatieve fictie met een laagje satire, met personages die bewust zwart-wit en zodanig uitvergroot zijn dat ze flirten met het clichématige en zelfs het ongeloofwaardige. De maffe religieuze leider die een psychiatrische instelling overneemt? Een verwijzing naar Trump en andere populisten die inspelen op de kortetermijnverlangens van hun kiezers. De filmrecensent die plots in een benarde situatie zit? Een vingerwijzing voor mensen die zichzelf soms te ernstig nemen, mezelf incluis. De burgemeester die zijn slapende politieke rivalen bewust niet te hulp schiet? Een veroordeling van de politiek, waarin men vaak over lijken gaat, figuurlijk dan.

Pasklare antwoorden om de wereld beter te maken heb ik zelf niet, maar ik zou het een goed begin vinden mocht iedereen tenminste probéren om naar de argumenten van anderen te luisteren in plaats van elkaar meteen uit te kafferen via social media.”   

Vraag: Je hebt een fascinatie voor metal. Hoe is dat zo gekomen? Je hebt toevallig toch geen Iron Maiden-tattoo zoals Arvik in het openingsverhaal?

Joost: “Op mijn lijf komt geen inkt, alhoewel ik best kan genieten van mensen met een artistiek verantwoorde, professioneel aangebrachte tattoo. Dan kan dat echt kunst zijn. Mijn voorliefde voor muziek in het algemeen heb ik meegekregen van mijn veel oudere broer, die me al op jonge leeftijd liet kennismaken met heel uiteenlopende dingen, van Pink Floyd over Boudewijn de Groot tot Jean-Michel Jarre. Daar ben ik hem heel dankbaar voor, want muziek vormt je, hoe je het ook draait of keert.

De liefde voor metal kwam later, toen ik Bark at the Moon van Ozzy Osbourne hoorde. Sindsdien moest alles harder, luider en sneller. Al luister ik niet alleen naar metal. Veel hangt af van mijn stemming. Ik kan net zo goed genieten van blues of jazz, de cantates van Bach, modern klassiek als Jóhann Jóhannsson en Nils Frahm, de soundtracks van John Carpenter of Clint Mansell als een foute hit uit de jaren tachtig. Maar muziek is een drijvende kracht, dat zeker. Een leven zonder kan ik me niet voorstellen. Al is mijn passie voor film misschien nog net iets groter. Eerlijk? Boeken lezen komt bij mij op de derde plaats, na film en muziek. En dan herlees ik nog vaak boeken. Die van Chuck Palahniuk, Philip Roth en Douglas Coupland bijvoorbeeld, al heb ik natuurlijk ook een boon voor horrorauteurs als Stephen King en Clive Barker. Daarmee ben ik opgegroeid.”

(portretfoto van Joost Devriesere; Wouter Van Vaerenbergh)

a7a5c96769133b6bb917b191becb933b.jpg

Vraag: Op de achterflap van ‘Pest’ staat te lezen: Joost Devriesere is dwangmatig schrijver en eigenaar van een rusteloos hoofd vol zwarte humor. Dat vraagt om uitleg.

Joost: “Ik heb altijd al geschreven. Voor mijn tiende had ik al een paar kortverhalen gepend, en ook professioneel heb ik altijd met taal gewerkt, als copywriter in reclamebureaus, als eindredacteur en nu ook af en toe als journalist. En ja, ik heb een rusteloze kop, waarin het nooit stil is. Altijd is er wel een deadline die moet gehaald worden, een idee voor een artikel dat sluimert, een verhaal dat ik wil vertellen. ‘Dwangmatig’ dekt de lading wel, vind ik.”

Vraag: Je kunt het verhaal lezen als een raamvertelling, als gewoon een mooi verhaal. Maar wat heb je eigenlijk met je boek willen zeggen?

Joost: “Ik heb geen boodschap voor de wereld, behalve dan dat je in slaap laten wiegen nooit een optie kan zijn. We moeten alert blijven, en in de gewone, wakkere wereld strijden voor onze idealen, zelfs al stoten die anderen tegen de borst.”

Vraag: Waarom moet iedereen dit boek lezen?

Joost: Niemand moet iets. Maar naar mijn uiterst bescheiden mening is het een boek dat je zowel heel snel kunt lezen zonder de indruk te krijgen dat je iets hebt gemist. Tegelijk zitten er zoveel al dan niet verborgen referenties naar muziek, film, politiek en maatschappelijke thema’s in, dat het ook uitnodigt tot trage lectuur. Een lezer vertelde me dat ze het boek twee keer heeft gelezen, en er die tweede keer ontzettend veel had uitgehaald. Dat doet me wel plezier. Veel mensen zien Pest als een pageturner, maar in mijn hoofd is dat allesbehalve zo.”

Vraag: Als je het boek uit hebt, denk je aan de films en de muziek terug. Tijd voor een soundtrack of een filmlijst bij dit boek?

Joost: “Die soundtrack bestaat al van bij de release, in de vorm van een Spotify-lijst . Een filmlijst is er niet, maar wie weet, komt er ooit een verfilming van ‘Pest’ waarin al die filmreferenties zijn verwerkt. Of loop ik nu te hard van stapel?” (lacht)

‘Pest’ heeft in ieder geval veel succes. Inmiddels is de derde druk verschenen. Joost Devriesere trekt nog tot 31 maart door Vlaanderen met Lenny Peeters (‘Dochter’). Alle info op facebook.com/dubbelduister

f92113c25941d8e67f425a418d54ff57.jpg



Reacties op: Factcheck: Tussen vont en pont, slapen en wakker worden, Buda en Pest

Meer informatie

Gerelateerd

Over