Hans Muiderman: “Een verhaal is als een gruyère kaas, juist door de gaten wordt de lezer aangetrokken”

op 12 februari 2022 door

Mijn eerste ontmoeting met de schrijver Hans Muiderman (1946) vond plaats in 2013 in Theater aan ’t Spui in Den Haag. Hij presenteerde er zijn eerste roman Souvenir Utopia, waarin drie mannen samen een tocht langs de rivier de Donau maken. Ik moest aan dit boek denken toen ik de onlangs verschenen novelle/roman De lunchroom van Muiderman las. In beide boeken spelen verleden en heden en de verwevenheid met elkaar een rol. De Donau was eigenlijk een metafoor voor het leven en zoals een rivier zijn eigen weg zoekt zo voert dat boek je mee in wat confrontaties met het verleden met het hoofdpersonage doen. Ook in zijn andere boeken komt herinneren, vergeten terug. Zo ook in De lunchroom waarin het vooral gaat om het onderzoeken van je herinneringen. Het lijkt dus wel een constante in het werk van Muiderman. Reden om u eens nader kennis te laten maken met deze auteur.

Over de auteur: Als jonge dichter publiceerde Hans Muiderman in de Groene Amsterdammer, hij stond op het podium, schreef liedteksten en regisseerde voor cabaret. Hij was docent film aan de Theaterschool in Utrecht (HKU), gaf lessen scenarioschrijven en filmanalyse. Muiderman was auteur en redacteur van vele publicaties over kunst, media en cultuuronderwijs. Na een loopbaan in de culturele sector is hij sinds 2010 fulltime schrijver. Korte verhalen en essays van Muiderman verschijnen in literaire tijdschriften.
Samen met Kees ’t Hart is hij initiatiefnemer van het programma Over Boeken in Zaal3 van Het Nationaal Theater in Den Haag. Muiderman is medeoprichter van het tijdschrift/platform Elders literair.

Door: Jan Stoel

Foto's: Portretfoto auteur: Anna van Kroonenburg; andere foto's: archief Hans Muiderman

8762658574e38bfac9d4b03e971a1536.jpg

Inhoud: Een man schrijft in een lunchroom notities over zijn grootvader, hoe hij die zich herinnert. Eerst vanuit het perspectief van een kind, later vanuit het heden waarin hij ronddwaalt door het lege huis waar zijn grootvader ooit woonde. Hans Muiderman reconstrueert in De lunchroom het verleden niet, maar hij onderzoekt het. Hij schrijft over wat nog rest: de onvolledige vervormde herinnering. Wat niet in je herinnering past vergeet je en wat aan je herinnering ontbreekt verzin je er gewoon bij. Een herinnering is altijd een vorm van verbeelding. Het verhaal valt in twee delen uiteen: de gang en de ladder. Het eerste deel wordt verteld vanuit het ik-perspectief van het kind Freek. In het tweede deel is het de volwassen Freek die terugblikt en steeds meer over het verleden ontdekt. Door deze twee perspectieven naast elkaar te zetten wordt de kleuring van het verleden anders. “Misschien wil ik hier in de lunchroom precies opschrijven wat er toen gebeurd is, maar wat ik niet gezien heb.” In het eerste deel speelt de gang een belangrijke rol. Freek sliep er vaak, voor de slaapkamerdeur van zijn grootvader. Hij vond het een fijne plek. Hij denkt terug aan die tijd en probeert denkend vanuit die plek zijn herinnering te reconstrueren. En dan is er nog de ladder in de kamer van grootvader, die er altijd moest blijven hangen. Waarom? Waarvoor diende die? Als Freek dat ontdekt komen zijn herinneringen aan zijn grootvader ineens in een ander perspectief te staan. Maar dat werpt dan een nieuwe vraag op: hoe moet je je verhouden tot dat nieuwe inzicht?

Dat onderzoeken van herinneringen lijkt wel een constante in je oeuvre. Wat is het dat het je zo met dit onderwerp bezig bent?

“Als ik daar het antwoord op wist, zou ik waarschijnlijk niet meer schrijven. Ik stel me steeds, meestal onbewust, de vraag die jij me nu stelt en dat leidt tot schrijven, het inspireert me. Wel denk ik dat de zondagavond-serie van Wim Kayzer Vertrouwd en o zo vreemd in 1995 bij de VPRO mij sterk beïnvloed heeft, want daar werd letterlijk de herinnering – of beter nog: het herinneren – onderzocht. Ik kocht later het boek met de volledige interviews en de gelijknamige DVD-serie. Al kijkend voelde ik me als een kleine jongen die mocht luisteren naar Maria Vargas Llosa, Joseph Brodsky, Willem Wagenaar, de geheugenwetenschapper, Armando en ga zo maar door. Zittend op de punt van mijn stoel slurpte ik alles naar binnen, ging Douwe Draaisma lezen en andere geheugenwetenschappers. ‘Het is bijna een wonder dat we ons maar iets kunnen herinneren van wat werkelijk gebeurde,’ zei Elisabeth Loftus in dat programma. ‘Onze herinneringen worden voortdurend veranderd; ze verouderen of worden eenvoudigweg vernietigd.’ Ja, de onvolledige en daarmee de onbetrouwbare herinnering werd een motto van me, maar dat soort dingen heb je pas achteraf pas door. Ik zeg niet van te voren, ‘nou Muiderman, deze keer ga je maar eens lekker over “herinneren” zitten schrijven’.”

Een schrijver die in een Lenny’s lunchroom zit te schrijven. Ik heb even gezocht op internet. Vroeger was die lunchroom gesitueerd in Loosduinen. Zelf kom je uit Scheveningen. Is het niet Hans Muiderman zelf die daar aan dat formicatafeltje zit te schrijven, de reuring in de lunchroom waarneemt?

“Ja daar zit Muiderman als schrijver en hij verzint een zekere Freek. In het verhaal waaraan ik schreef was die Freek al een beetje op stoom, een gezin, relatie en alles wat daar omheen hangt, zo’n figuur die de hele wereld op zijn nek neemt. En toen stapte ik die lunchroom binnen, ik was daar nooit eerder geweest, en die alledaagse sfeer die vond ik belangrijk klaarblijkelijk. De kleine wereld van zo’n tafeltje waaraan mensen zitten die je verder niet kent, dat gaf me een kader zeg maar. Het is allemaal mooi achteraf redeneren overigens, wat in de werkelijkheid gaat mijn schrijverij aan een nieuw boek, vooral in de eerste maanden, alle kanten op. Ik doe maar wat lijkt het, ik begin gewoon en ik weet niet waar ik naartoe ga. Dat beeld van de schoenzolen van de grootvader verzin ik niet, zo lijkt het, maar het dient zich aan. Of sterker nog: het dringt zich op, ik kan er niet meer om heen. Betekenis toekennen aan wat ik heb geschreven, dat gebeurt pas later.”

Zitten er nog meer autobiografische elementen in het verhaal? Het verhaal staat immers in de ik-vorm. Ik moest even denken aan het moment dat Freek het boek Vrouwen van Parijs oppakt en ziet dat zijn grootvader koestert vanwege één bijzondere foto. Het boek bestaat met foto’s van Nico Kesse en tekst van André Maurois.

“Nou, ja, ‘autobiografische elementen’ en ‘immers in de ik-vorm’ je zegt het alsof daar per definitie een verband tussen bestaat en dat betwijfel ik. Wel denk ik dat elk verhaal, elk boek, elk kunstwerk in de kern autobiografisch is. Net als de lezer autobiografisch leest, die neemt immers zijn hele hebben en houden mee tijdens het lezen, kleurt daarmee onbewust het verhaal, oordeelt en verwerpt, juicht de hoofdpersoon toe of kraakt ‘m af. Dus een ‘autobiografisch element’ zegt me niet zoveel. Ja, onze huisarts werd ook met ontzag door mijn moeder benaderd, net als de moeder van Freek dat in De lunchroom doet, en mijn vader heeft met zijn dronken kop een tram gestolen, net als de grootvader in het boek.

Maar dat zijn elementen van de buitenste laag van het verhaal, anekdotisch, middelen om de laag die daaronder zit te vertellen, het zijn voertuigen, zeg maar, om dat mysterie – want dat blijft het toch – van het herinneren te vertellen. De herinnering is een intieme vriend waartoe je je voortdurend verhoudt, zou je kunnen zeggen, en toch is die onbetrouwbaar. Bijzonder toch? En daar gaat het me om, als ik ergens bewust mee bezig ben geweest tijdens het schrijven is er voor te zorgen dat ‘het herinneren’ steeds het hoofdthema bleef, de confrontatie tussen herinnering en werkelijkheid. En autobiografische elementen zijn dan bijzaak.”

8548f2818832cf928e93b721232fe3cb.jpg

Je verhaal lijkt te bestaan uit allerlei korte notities. Freek, het hoofdpersonage, zegt dat hij “geen verhalen [schrijft], dat wordt me allemaal te groot. Ik maak notities voor mezelf.” Maar je weet die notities, herinneringen toch samen te smeden tot een verhaal. Kun je iets vertellen over je de manier waarop je werkt.

“Eh.., zoals ik al zei, in het begin weet ik niet waar ik naartoe schrijf, ineens zijn daar die schoenzolen en even later hangt er een ladder aan de muur. Die heb ik toch niet voor niets verzonnen? vraag ik aan mezelf. Ja, dat klinkt gek, maar zo werkt dat in de eerste fase bij mij. Maar op het moment, of beter kan ik zeggen, in de periode dat het verhaal voor het eerst staat, wankelend weliswaar, dan begint het fijn-tunen. En dat houdt niet meer op. Keer op keer op keer, op het niveau van een woord, een fragment van een zin, een alinea, enzovoort. Dagen, maanden, wel een jaar lang. Het bijzondere is dat er geen weg terug meer, het verhaal heeft mij in bezit, zo voel ik dat. Het moet zo zijn, alsof ik het verhaal niet maak, maar volg. Het komt uit zichzelf voort, lijkt het.”

In het verhaal staan allerlei zinnen waaraan je – als je snel leest – voorbij snelt. Maar die zinnen hebben allemaal een duidelijke functie in het verhaal. Al in het eerste hoofdstuk staan er twee als grootvader zegt “Het gaat niet om wat er te zien is, maar om hetgeen verborgen blijft” en “Juist aan de alledaagsheid van een huis lees je de geschiedenis en het karakter van de bewoner af.” Het verhaal staat er vol mee en ze brengen veel verdieping aan en zetten je als lezer aan het denken. Komen dit soort zinnen pas laat in het schrijfproces in de tekst of schrijf je ze meteen op?

“Dat weet ik niet zo goed, maar ik heb wel altijd een notitieboekje bij me. Die zin over de alledaagsheid, die is ter plekke opgeschreven, denk ik. Het heeft veel met mijn manier van waarnemen te maken, mijn denken gaat via kijken, ben een beelddenker, ik kan niet anders. Schrijf veel reisverhalen en reizen is bij uitstek kijken. Je komt op straat iemand tegen, maakt een kletspraatje en direct sla ik de kleur van de trainingsbroek op, de manier waarop zijn gymschoenen geveterd zijn en zie ik een vreemd trekje bij zijn mondhoek. Zodra ik weer verder loop, noteer ik dat. Het is een kapstok voor mij als (reis)schrijver. Ik hou ook van die alledaagsheid omdat er veel meer geschiedenis ‘achter’ zit dan je in eerste instantie denkt. Achter eenvoudige dingen gaat een hele wereld schuil, dat laat ook De lunchroom wel zien, denk ik. Het moet niet gaan om mooie zinnen, nou ja, bij wijze van spreken moet elke zin mooi zijn, maar het gaat om de betekenis er achter.”

Je hebt een originele vorm voor je verhaal gevonden. Iedere keer als Freek de lunchroom binnenkomt moet hij een vrij tafeltje zoeken. Hij gaat zitten aan een “formica tafelblad met een nummer”, het tafelnummer. De ene keer zit hij aan tafeltje 3, dan weer aan tafel 22. Die nummers markeren de hoofdstukken, maar niet in chronologische volgorde. Op dezelfde manier speel je met de tijd en de chronologie. Hij haalt immers herinneringen terug en zo’n proces is lang niet altijd lineair. Vorm en inhoud vormen een geheel in De lunchroom. Ontstaat bij jou de vorm vanuit het verhaal?

“Die lunchroom was een cadeautje, nog geen kwartier lopen van mijn huis af, tijdens een wandeling ontdekt en naar binnen gegaan, met al het begin van een verhaal over een zekere Freek in mijn schrijfboek. Ik was er nooit eerder geweest en ontdekte dat toen ik er de tweede keer kwam dat tafels verplaatst waren. En dat heeft, nogmaals, dat doe ik niet bewust, voor mij de structuur van het verhaal een belangrijke zet gegeven.

Bovendien werd ik door de dialogen in de snackbar als schrijver steeds op de grond gezet, zeg maar. Om er voor te zorgen dat al die gedachten van de hoofdpersoon, een anker kregen. En zo ontstond de vorm. Zoiets verzin je niet, denk ik, maar het ontstaat.”

Je slaagt erin de lezer steeds nieuwsgierig te maken, je zet zijn verbeelding aan het werk, laat hem nadenken. Ik ga dan allerlei notities maken en dingen uitzoeken. De grootvader van Freek houdt ook van ‘puzzels’. En wellicht verstop jij dan in je verhaal ook puzzels die de lezer moet oplossen. Ik kwam een aantal dingen tegen. In het eerste én in het laatste hoofdstuk zit Freek aan tafel 68. Het maakt het verhaal rond. Het getal 68 heeft in de numerologie ook de symbolische betekenis van zuivering. Dus zo toevallig lijkt tafel 68 niet gekozen te zijn. Het tweede deel van het verhaal draagt als titel ‘De ladder.’ Een referentie naar de bekende Jacobs ladder? En de zoon van Freek heet ook Jacob. Hoe zit dat, Hans?

“Hoe dat zit? Nou, dat zit niet, Jan. Een verhaal is als een gruyère kaas, juist door de gaten wordt de lezer aangetrokken. Door wat er niet verteld wordt raakt de lezer bij het verhaal betrokken. Mijn antwoord is niet relevant en, wie weet, heb ik geen antwoord op jouw vraag. De ene lezer, zoals jij, wil een antwoord zoeken, een andere leest erover heen. Er bestaan geen gedachten, herinneringen zonder gaten – ook daar gaat De lunchroom over –, het leven is bij voortduring onaf.”

Je lijkt heel associatief te schrijven en je hebt een mooi soepel ritme in je verhaal. Maar volgens mij weeg je elk woord. Ook in eerder werk van je valt me op hoe precies je observeert en dat in taal omzet. Als je het hebt over kabelclipjes, die zorgen dat je een elektriciteitssnoer op een plint kunt vastzetten schrijf je: “En tegelijkertijd die piepkleine spijkertjes, als die die plastic dingen koopt steken ze er helemaal bovenuit maar als ze bevestigd zijn aan de plint zijn ze verdwenen. Dit zijn de dingen, scharnieren in mijn geheugen. Maar daarachter liggen de opgeslagen gelaatsuitdrukkingen verborgen, gebaren, volumeverandering van de stem (…)”. Dienen dit soort zinnen zich spontaan aan? Je creëert ruimte, je nodigt de lezer uit tussen de regels door te lezen.

“Ja, zoals ik al zei, alles bij mij gaat vanuit de waarneming, ik heb het gevoel dat ik het verhaal niet verzin – dat kan natuurlijk niet –, maar dat ik het zie en opschrijf wat ik zie. En daarbij weer de belangstelling voor het kleine… Ik schrijf dat soort scènes met heel veel concentratie, de film die zich innerlijk toont mag me niet ontsnappen, en door die concentratie ontstaat weer het volgende ‘beeld’. Achter het ding, die piepkleine spijkertjes, bijvoorbeeld wordt een gezicht zichtbaar, dan een oogopslag, de mond enzovoort. Het klinkt gek, maar in feite hoef ik niks te doen, alleen maar mezelf heel erg goed concentreren.”

En dan is er de cover, een ontwerp van Els Kort. Te zien zijn de schoenzolen van de grootvader zoals Freek die zag toen grootvader overleed met daarop de ribbels. Die ribbels zouden zomaar eens kunnen verwijzen naar de ‘ribbels’ in het leven van grootvader. Ik moest denken aan het beeldende werk van Armando met de titel ‘Der Zaun’ [het hek]. Herinneringen uit het verleden blijven als het ware gevangen zitten binnen een door hekken omgeven, besloten ruimte. En de ladder verwijst ook naar de ladder van Armando. En het motto van je boek is een citaat van Armando. Is het een logische associatie?

 

Ja, dat is zeker een logische associatie! Die van Armando die in Amersfoort staat was voor mij, vanaf het moment dat een ladder het verhaal binnenkwam, de ladder. Zo zag die eruit, hij zou zelfs op het omslag komen dacht ik aanvankelijk. Ik kon die ladder pas los laten, toen ik klaar was met de laatste punten en komma’s en vertelde aan vormgever Els Kort over die ladder. Ze vroeg me welke kleuren ik bij het verhaal zag. Zwart, wit en grijs, antwoordde ik direct. Goeie vraag was dat, ik besef nu pas dat ik de kleuren van Der Zaun voor me zag.

Ja, indrukwekkend, wat Armando maakte. Wat in mijn verhalen het altijd terugkerende decor is, de Europese geschiedenis, het dreigende verleden en het schuldige landschap is bij Armando in een periode de kern van zijn werk geweest. Ik heb zo’n beetje alles van hem gelezen en vele tentoonstellingen bezocht. Dat zijn van die kunstenaars die je met je meedraagt, mijn bagage vormen. Weet je dat in het programma Vertrouwd en o zo vreemd van Wim Kayzer, dat ik net noemde, ook Armando steeds bevraagd werd? Wat hij zei, wat me zo boeide, vraag je? Ja, ach, het heeft me enorm geraakt, gevormd bijna. Maar wat hij precies zei, kan ik me niet meer goed herinneren…”

 

Inmiddels is Hans Muiderman bezig met een nieuw project Breedtegraad 52.11. U kunt de eerste aflevering nu beluisteren op deze podcast. En hij is een van de initiatiefnemers van Elders literair. Op de website ervan staat: “In Elders literair gaat het over het vertrouwde en het onbestemde, over dromen en vertrekken, over arriveren en verdwalen en, in iedere betekenis van het begrip, over terugkeren. Of het nu om het ‘hier’ of ‘elders’ gaat, steeds is één specifieke plek het uitgangspunt.” Ook dat zit weer heel dicht bij zijn schrijverschap.

Dit interview is eerder verschenen in Bazarow Magazine.

90938c8016a5cc4d2e9c6e78785cd4c9.jpg



Reacties op: Hans Muiderman: “Een verhaal is als een gruyère kaas, juist door de gaten wordt de lezer aangetrokken”

Meer informatie

Gerelateerd

Over