Kunstwerken als spiegel voor het eigen leven?

op 13 mei 2018 door

Wie houdt er van kunst? Ine is best een kunstliefhebber en bezoekt al eens regelmatig een tentoonstelling. Nathalie is er niet zo’n kenner van en is eerder een gelegenheidsbezoekster op reis en herkent grosso modo de namen Rubens, Bruegel, Van Gogh, Mondriaan en misschien nog enkele andere. Nochtans zijn Gent en Antwerpen culturele steden bij uitstek. Je kan natuurlijk ook te rade gaan bij een echte kunstcritica om de verhalen achter de schilderijen en schilders te leren kennen.

We bespreken opnieuw een vertaald debuut! De Argentijnse María Gainza schreef in 2014 haar debuutroman El nervio opticó, dat nu werd vertaald en uitgegeven bij Uitgeverij Podium als Oogzenuw. Dankzij haar word je meegetrokken in de wereld van schilderijen en schilders. Nathalie las dit boek in het Nederlands, Ine nam er de vertaalde én de originele versie bij. Wat hebben zij over dit boek te vertellen? 

Structuur

N: Is dit boek wel een roman? Misschien is het wel een soort kunst(-enaars)catalogus waarin de schrijfster per hoofdstuk het levensverhaal van een kunstenaar vertelt, en dit spiegelt aan haar eigen verhaal of toch aan dat van de ik-figuur uit het boek, en tevens wat er op bepaalde werken van hen staat. Zo bekom je dan ook weer een verzameling van elf – al dan niet autobiografische - korte verhalen onder één noemer, dus dit werk laat zich niet zomaar in een vakje steken of catalogiseren. Het is ook een mengeling van fictie en feiten trouwens.

I: Ik dacht meteen, dit boek kan ik aanvinken als ‘een boek uit een genre dat je nooit leest’. Niet omdat het een soort boek is dat me niet aanspreekt, maar omdat dit boek zo uniek is dat het een genre op zich vormt. Is het een fictief boek? Is het een boek waarin kunstwerken en kunstenaars worden besproken? Is het een verhalenbundel? Dit boek is het alle drie in één! En is het een autobiografie? Net zoals Nathalie moet ik het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Het boek is zeker gebaseerd op een aantal aspecten uit het leven van María Gainza en het lijkt alsof vertelster en schrijfster samenvallen, en misschien is dat ook zo…?

67b8e7ede6d6e5086c6ec5ef74c36ef4.jpg
 

Onderwerp - thema

N: In het eerste hoofdstukje ‘Het hert van Dreux’ vertelt ze bv over een rondleiding die ze geeft aan een rijk Amerikaans koppel doorheen de kunstcollectie van een alleenstaande vrouw in de Argentijnse hoofdstad.  Daarbij komt er een schimmel vanop een schilderij van de niet zo bekende kunstenaar Alfred Dreux op haar af gegaloppeerd, die haar wel opvalt maar haar hart niet direct sneller doet slaan. Vijf jaar later vindt ze in het Museo del Arte Decorativo in dezelfde stad twee andere schilderijen van Dreux, waaronder die met een hert dat wordt opgejaagd en overmeesterd door jachthonden. Het is dat schilderij waartoe ze zeer aangetrokken wordt en dat haar ‘nerveus maakt’.

I: Dat schilderij van het hert dat wordt opgejaagd door honden is een onderdeel van de cover van het Spaanstalige boek: een stuk van het kunstwerk zit in het silhouet van een vrouw. Het moet een kunstenaar zijn die haar erg aanspreekt.  

N: Andere kunstenaars die de revue passeren, zijn Toulouse-Lautrec, die een zeer tragisch leven blijkt te hebben geleid;  Henri ‘le douanier’ Rousseau, waarvan de oorlogsschilderijen door Picasso bestudeerd zouden zijn vooraleer hij zijn grote Guernica schilderde (ikzelf nam dit kunstwerk in het museum Reina Sofia in Madrid trouwens wél in ogenschouw); de Lets-Joodse Amerikaan Marcus Rothkowitz alias Rothko, Gustave Courbet en Augusto Schiavoni. Ook het leven van Domenikos Theotokopoulos oftewel El Greco die vooral religieuze schilderijen maakte, blijft niet onbesproken. De katten van de Japanner Tsuguharu Fujita mogen zeker ook niet vergeten worden.

I: De elf hoofdstukjes zijn elf verhaaltjes uit het leven ons hoofdpersonage. Ze kunnen volledig apart worden gelezen. Het ene verhaal gaat over een vriendin, het andere over een broer, het andere over haar kindertijd enzovoort. En telkens is er een link met een kunstenaar. Maar we krijgen zeker geen saaie kunstgeschiedenis voorgeschoteld, maar leuke of pittige anekdotes uit het leven van de kunstenaars.

Een verhaal over de zee wordt gelinkt aan Courbet die prachtige zeezichten schilderde. Hij ging ervoor in Etretat in Frankrijk wonen. Guy De Maupassant die hem een bezoekje bracht, beschreef hem zo: “In een grote kale kamer kwakte een vieze, vettige man met een keukenmes klodders wit tegen een doek. Zo nu en dan liep hij naar het raam en keek met zijn gezicht tegen de ruit gedrukt naar de storm. (…)” (pag. 77)

Een stukje over een bezoek aan de dokter wordt gelinkt aan Rothko, want een affiche van zijn werk hangt in de wachtkamer. We lezen onder meer over enorme schilderijen die hij in opdracht voor een chic restaurant maakt, maar nooit heeft willen afleveren. Wie hem kent, kan enkel gissen naar de reden waarom, hij nam zijn geheim mee in het graf. Op 25 februari besliste hij immers dat hij niet verder wou leven met een emfyseem in een vergevorderd stadium. Hij pleegde zelfmoord en “(…) toen de politie arriveerde, dreef hij in een rood zwembad zo groot als zijn schilderijen.” (pag. 107)

Picasso komt inderdaad ook even aan bod, maar daar heeft onze vertelster geen boon voor. Zijn rol is niet zo mooi. Hij organiseerde een groot feest ter ere van Rousseau en beweerde achteraf dat dit een grap was. Toch verzamelde hij werken van Rousseau die hij stiekem als inspiratiebron heeft gebruikt voor het indrukwekkende werk dat Nathalie al in Madrid heeft bewonderd – en ik helaas nog niet.   

6eaf1c22e41cf9498f417d2374227a3d.jpg

Pen(-seel)streken

N: De prachtige zinnen en de zelfreflectie doorheen haar boek tekenen de zonder-handschoenen-omfloerste directe schrijfstijl en maken wel dat je het zeker opnieuw wil lezen: 

“Een rusteloze geest zijn, voelen hoe mijn lichaam zijn stoffelijke vorm verliest, vooral dat loodzware brein van me: me ontdoen van de driften die mijn gevangenis zijn, van het magma dat vierentwintig uur per dag uit mijn hart stroomt, veranderen in intermitterende energiegolven, grillige flikkeringen uit het hiernamaals… Afijn, stoppen met denken, dat lijkt me heerlijk.” (p. 160-161)

Aan het slot van het boek wordt ze persoonlijk harder getroffen dan ooit. Toch verliest ze haar neiging tot relativering er niet bij: Ze becommentarieert de toestand in de uren van een wachtzaal waar chemopatiënten op hun beurt wachten, op zo’n humoristische wijze dat je niet anders kan dan glimlachen en met haar meeleven. Er is namelijk een patiënt die voortdurend citaten aanhaalt om zijn leven dragelijker te kunnen maken. Daarop denkt zij:

“En ik ben er ook achter gekomen dat de goede citeerder niet zelf hoeft na te denken.” (p. 185)

Trouwens ook een leuke voor een aantal recensenten hier misschien?

I: Ik noteerde dit citaat speciaal voor de Hebbanisten:

“Een paar avonden terug stond ik bij mijn vriendin Amalia thuis in haar boekenkast te neuzen. Terwijl mijn gastvrouw het eten klaarmaakte, spiedde ik gretig de planken af. Ik gedroeg me zo natuurlijk mogelijk, maar ik handelde als een zakkenroller, snel, stiekem, wetende dat wat ik deed eigenlijk ongepast was, zoals in andermans badkamer de inhoud van het medicijnkastje inspecteren.” (pag. 85)

En een beschrijving van een portret van Schiavoni wil ik toch ook nog meegeven.

“Ze compenseert het weinige dat ze weet van het leven met attitude; met haar blik kan ze je in radioactieve neerslag veranderen en haar lippen zitten zo potdicht dat er als ze ze opendeed het geluid van klittenband te horen zou zijn.” (pag. 152)

c588346469c741cee632d53e99542c4e.jpg

Over de vertaling 

I.: Nathalie vermeldde het al, ik maakte van deze gelegenheid gebruik om mijn Spaans wat op te vijzelen. Makkelijk was het niet, het Zuid-Amerikaans Spaans is me minder vertrouwd dan het Europese Spaans en mijn kennis is een beetje verroest. Daarom las ik afwisselend een hoofdstuk, of een deel ervan, in de ene taal en direct daarna in de andere taal. Ik kan alleen maar beamen dat de vertaalster Trijne Vermunt een prachtwerk heeft afgeleverd. De Nederlandse versie hoeft zeker niet onder te doen voor het originele Spaanse werk.

Maar zo kwam ik wel iets grappigs tegen. We kennen allemaal het cliché dat Japanners de letter r niet kunnen uitspreken en vervangen door een l. Zo las ik in de Nederlandse vertaling: " 'Ik zei tegen de makelaal: paalden, ik wil paalden zien,' zegt de vrouw met het gebruikelijke Japanse uitspraakprobleem." (pag. 87). Tot mijn verbazing lijken de Spaanstaligen dit Japanse probleem ietwat anders te horen. " 'Yo pedí a imobiriaria: cabarios, que se vean cabarios', le dice la mujer con el habitual problema japonés para pronunciar las eles y las erres en español." In het Spaans is het eerder de l of dubbel ll die vervormd wordt, maar waarbij de r wel uitgesproken wordt… (pag. 77 Spaans boek).

En dan kwam ik iets tegen dat ik als Vlaamse niet zo goed kon vatten in de Nederlandse vertaling. De grootsheid en spiritualiteit van het werk van Rothko wordt beschreven. "Zelden is de ontoereikendheid van de taal zo tastbaar. Als je voor een Rothko staat, zoek je naar volzinnen, maar kom je niet verder dan wat gestamel. Wat je eigenlijk zou willen zeggen is ‘te-ring!." (pag. 105) Dit begreep ik niet goed. ‘Tering’ zeggen wij in Vlaanderen niet. Ik ken het wel, maar ik ging ervan uit dat als het als een krachtterm wordt gebruikt, het alleen een negatieve connotatie heeft. En dat klopte hier dan helemaal niet. Toen ik daarna de Spaanse versie las, viel alles op zijn plaats. De laatste zin uit dit citaat: "Lo que uno querría decir en realidad es 'puta madre'." (pag. 92 Spaans boek)

N.: Ik vind eigenlijk dat Trijne Vermunt een prachtige Nederlandse vertaling van dit boek heeft gemaakt en de passie van Gainza uitstekend weer geeft in een toegankelijke en krachtige taal. Natuurlijk kan ik niets zeggen over de verschillen tussen het Spaans en het Nederlands. 

db485ad4f5a186e7b084d70ebf097af4.jpg

Receptie

Dit is één van de weinige boeken die ik las over kunst en kunstgeschiedenis, en het enige waarin kunstwerken en kunstenaars – wat voor mij toegegeven eerder droge kost blijft – zo zijn gaan leven. Een kleine zwakte - van mij of van de schrijfster, dat is niet helemaal duidelijk - is dat de korte verhalen ook weer snel vervliegen na lezing, ook omdat ze wel wat versnipperd zijn. Maar de beschrijvingen en het taalgebruik zijn ook fantastisch. Vier schitterende sterren. Nathalie - Lees de recensie van Nathalie

‘Volstrekt uniek, de manier waarop Gainza kunst in haar boek integreert.’ Cees Nooteboom

Bij mij zijn een aantal verhaaltjes toch blijven hangen. Dat komt misschien omdat ik het boek twee keer las. Moet ik nog vertellen dat ik dit boek bijzonder vond? Het is mooi geschreven, prachtig vertaald, de verhaaltjes zijn boeiend en wat over de kunstenaars en kunstwerken wordt verteld is bijzonder interessant en aangenaam om lezen. Vier**** dikke sterren. Ine 

‘Volstrekt origineel, schitterend, nu eens gevoelig en dan weer brutaal.’ Mariana Enríquez

 

Bovenstaande schilderijen en andere schilderijen die in het boek worden besproken en vernoemd, kan je vinden op deze Youtube-link.



Reacties op: Kunstwerken als spiegel voor het eigen leven?

Meer informatie

Gerelateerd

Over