Rinske Hillen: “Ik ben gefascineerd door de vraag wat ons stuurt en of we vrij zijn.”

op 14 januari 2022 door

Toen ik Mannenmaal, de tweede roman van Rinske Hillen gelezen had moest ik denken aan haar debuutroman Houtrot, waarmee ze in 2018 de ANV Debutantenprijs won. Ik sloeg het rapport van de vakjury erop na en las het volgende:  “Onder de oppervlakte woekert het nodige. Duistere familiegeheimen, schuldgevoelens, een onvervulde kinderwens, maar ook: schimmel in de fundering van het familiare erfgoed, een monumentaal pand aan de Keizersgracht. (…) In wisselend perspectief komen we te weten wat het daglicht niet zou kunnen verdragen, of toch.. maar is het te laat? Het antwoord laat zich raden wanneer dochter Amber concludeert: “Daarom helpt verzwijgen niet, je weet het allang”.

Mannenmaal is een prachtig boek waarin het onder meer gaat om het doorbreken van conventies, de zoektocht naar waar de echte vrijheid van de mens zit. Rinske Hillen voert drie personages ten tonele, die allemaal worstelen met zichzelf, die alle drie anders zouden willen zijn, maar in conflict zijn met de realiteit. Om met het juryrapport over Houtrot te spreken: er zit schimmel in de fundering. Journaliste Eva, neonatoloog Wout en kunstenaar Ben strijden alle drie om iets wat ze essentieel vinden: vrijheid, kunst, omgaan met liefde en sterven. Een van de aspecten in de roman is euthanasie. In 2005 werd in Nederland het Groningen-protocol van kracht. Dat maakt actieve levensbeëindiging mogelijk bij ondraaglijk lijdende kinderen tot één jaar oud.

Mannenmaal is een boek dat diepe indruk op mij maakte. Het verhaal stelt vragen over leven en dood. Rinske Hillen ontleedt met grote precisie tot op het bot, als ware zij een chirurg, wat er met de personages aan de hand is en de vragen waar ze mee worstelen.

Toch is het geen ‘zwaar’ boek, leest als een spannend verhaal. De auteur is van huis uit filosoof en dat merk je aan de diepgang in het verhaal. De thematiek van het boek is voor De Balie in Amsterdam aanleiding een hele avond  te organiseren na aanleiding van het boek, met als onderwerp: keuze of lot? Naast kinderarts Eduard Verhagen, de arts die de auteur in de research voor het boek sprak, en komen verschillende filosofen aan het woord. Over haar nieuwste roman sprak ik met de auteur

 

Over de auteur: Rinske Hillen (1975) studeerde filosofie en rechten in Amsterdam en Cambridge. Voor haar debuutroman Houtrot (2017) ontving ze de ANV Debutantenprijs en werd ze genomineerd voor De Bronzen Uil. Houtrot werd ook in het Duits zeer lovend ontvangen. Mannenmaal is haar tweede roman.

Over het boek (tekst achterflap): Kinderarts Wout Vreibloet ligt onder vuur in de internationale pers omdat hij een ernstig zieke baby wil helpen sterven. Zijn vrouw Eva Somers is kunstjournaliste en interviewt haar vroegere geloefde, de beroemde kunstenaar Ben Roovers. De liefde tussen hen bloeit weer op, en Eva wil die niet verbergen voor Wout. Als de spanningen toenemen, besluit Wout Ben op te zoeken en ontstaat een duister verband binnen deze driehoeksverhouding. Mannenmaal is een spannende filosofische roman over euthanasie, kunst en het verlangen vrij te leven, zonder compromissen. Op meesterlijke wijze brengt Rinske Hillen verschillende verhaallijnen en tegenstrijdige verlangens samen: de lust om te leven en de wens om te sterven.

 

Door: Jan Stoel

Foto’s: Archief Rinske Hillen; portretfoto: Frank Ruiter

eeb0d44294565b2ae83e9280162484c2.png

Ik vond tussen je debuut Houtrot en Mannenmaal wel wat parallellen: de personages zijn allemaal min of meer ‘aangetast’, het omgaan met relaties, jezelf kennen, je eigen weg gaan of je schikken naar de conventies, loyaliteit. Allebei de boeken zijn bovendien spannend en doorspekt met filosofische bespiegelingen. Je vertelt de verhalen steeds afwisselend vanuit het perspectief van de personages, die allemaal op een of andere manier ‘aangetast’ zijn. Zijn dit typisch Rinske Hillenkenmerken?

“Ja, ik denk dat dat klopt. Wat ik nastreef is het samenvoegen van verschillende elementen: spanning en beschouwing, hardheid en romantiek. Ik hou van romans die het allemaal tegelijk zijn. Inhoudelijk ben ik inderdaad geboeid door het aan de orde stellen van conventies. Ik ben gefascineerd door de vraag wat ons stuurt en of we vrij zijn. In Houtrot is dat familieloyaliteit, in Mannenmaal bevraag ik monogamie en euthanasie. Je hebt het over aangetaste karakters. Dat is grappig, voor mij zijn het gewone karakters. Zijn we niet allemaal aangetast? “

Waar ben je het onderwerp voor deze roman tegengekomen?

“Het verhaal ontstond met een gedachte-experiment. Ik las Madame Bovary, een geweldig personage, en stelde mezelf de vraag: wat als zij, in haar verlangen naar grootse liefde, een sterkere man naast zich had gehad? Ik ben op zoek gegaan naar wat een volwassen relatie inhoudt, en wilde drie personages creëren die heel anders zijn, maar tegen elkaar opgewassen. Alle drie radicaal als Madame Bovary, alleen met verschillende passies: de kunst, de wereld beter maken, de romantiek.”

Mannenmaal is een roman die je op allerlei manieren kunt lezen, een gelaagde roman. Onder de oppervlakte woekert er van alles: het maken van je eigen keuzes, vrij te zijn, de vraag of je bij ondraaglijk lijden zieke mensen euthanasie mag toedienen. Wat heb je met Mannenmaal voor ogen gehad?

“Het verhaal werd uit een onderzoek geboren. Ik had geen vooropgezet plan. Ik ben er zelf in ondergedompeld, net zoals nu (hopelijk) de lezer. Ik heb mezelf de vraag gesteld: wat als een derde geen vloek is maar een elixer? En wat als liefde soms dood maken is?”

Het doorbreken van conventies is een element in je hele boek. Alle drie de hoofdpersonages komen in botsing met de realiteit: Eva die ‘gelukkig’ getrouwd is met Wout en weer verliefd wordt op kunstenaar Ben en niet weet hoe ze daar mee om moet gaan. Wout die goed wil doen door euthanasie op doodzieke kinderen bespreekbaar te maken met als gevolg dat iedereen over hem heen valt en Ben die ook zijn eigen keuzes wil maken tegen de stroom in. Het is een strijd tussen gevoel en ratio. Ben je eigenlijk op zoek naar nuance?

“Ik kaart grote thema’s aan en zet de karakters soms hard tegenover elkaar, maar uiteindelijk geloof ik dat juist in dit grote contrast meer nuance zichtbaar wordt. Ik denk dat de personages grote verlangens hebben en het elkaar moeilijk maken. Ze botsen op elkaar, op de realiteit en op donkere kanten van zichzelf. Dat ontroert me. Liever groot dromen en diep vallen, dan ergens in het midden aan andermans verwachtingen voldoen.”

Je gaat heel precies te werk. Zo maar wat voorbeelden: verwijzingen naar muziek, filosofie, kunst. Hoe doe je dat? Kun je iets vertellen over je schrijfproces?

“Dat ontstaat vanzelf, of beter gezegd, het is een staat van zijn, van kijken, van verwonderen en dat dan verwerken in een boek. Ik ben totaal toegewijd aan het verhaal, laat het gebeuren. Het enige wat ik doe is elke dag aan mijn bureau verschijnen. Natuurlijk gaat het samen met een visie en is het ook een lappendeken van een heleboel eerdere gedachten. Tsjechov zei ooit: “Werk aan je schrijven, werk aan je leven”. Daar geloof ik ook in. Dat je als schrijver op zijn minst goede zelfreflectie nodig hebt, je hele leven inbrengt, al je fascinaties, zonder dat het daarmee autobiografisch wordt. Het is niet anekdotisch zo gebeurd, dat interesseert me niet. Het gaat om de vragen. In dit geval de dromen, het verlangen het goed te doen, de vrije liefde, je begeert willen voelen, niet helemaal weten hoe liefde werkt, en dat willen onderzoeken.”

7e3853d61bfad9959a783be7b965c97d.jpg

Mannenmaal leest als een spannend boek, zeker als je de proloog goed tot je hebt laten doordringen. Daarin staat Wout Vreibloet bij het graf van Ben Roovers. “Er lag een steen op de scheur, als een pleister op een hechting en met het vallen van de avond dekte de sneeuw hem verder toe. Na morgen zou Ben spoorloos zijn. Verdwenen, vergeten, onvindbaar. Er was geen pad, er was slechts een spoor, Wouts voetspoor.” “Wout voelde zich geen moordenaar.” Je lijkt de dader weg te geven. Verder op in de roman gebeurt iets dergelijks. Wout, die van zijn vrouw Eva gehoord heeft dat ze opnieuw verliefd is geworden op haar ex, Ben, gaat naar Ben toe om verhaal te halen. Een harde confrontatie lijkt op komst. Maar ook dan geef je weer een twist aan het verhaal. Ik vind het een vondst. En het haalt de spanning allerminst weg. Hoe bedenk je zo iets?

“Enerzijds denk ik hier lang over na. Anderzijds is het instinct. En hoe dat laatste werkt weet ik niet. Ik wil lezers meesleuren het ravijn in en net als ze zich daaraan overgeven, toch net iets anders laten gebeuren. Ik geniet daarvan, het is een wreedheid met goede intenties.”

Je hebt rechten en filosofie gestudeerd. In allebei je romans zijn daar sporen van te vinden. Maar je hebt gekozen voor de literatuur en verweeft daar recht en filosofie in? Waarom die keuze voor de literatuur?

“De keuze tussen filosofie en literatuur was een fundamentele. Ik wil mensen raken, ik wil harten breken en weer aaneenrijgen, ik wil mensen wakker schudden. De keuze is misschien geen keuze maar meer een geaardheid. Hoezeer ik ook abstract kan denken en analytisch ben, mijn ware autoriteit en talent is het doorgronden van mensen en hun gevoelens en drijfveren. De hele dag houd ik me daarmee bezig. Ik kan dus feitelijk weinig anders en weinig beter dan mensen doorgronden. Dat empathie een vak is, de motor van het schrijven, vond ik een fenomenale ontdekking. Ik heb in mijn leven veel last gehad van het voelen van andermans kwesties. Dat dit een nut blijkt te hebben, is een van de grootste zegeningen van mijn leven nu.”

Aan het begin van je roman als Eva zegt: “Wat mensen vertellen zijn de persberichten over hun persoonlijkheid, de kunst was te wachten tot het verborgene van de geportretteerde naar buiten kwam, zich verraadde in een klankverandering, een miniem gebaar.” Ben doet eigenlijk hetzelfde in beeld door de ruggen van de mensen te schilderen, “die meestal verdrietige verhalen vertellen.” En je legt daarmee een verband tussen de hoofdpersonages. Het ‘open’ lijf van Josefien, het kind dat ondraaglijk lijdt aan de blaarziekte koppel je ook weer aan de open wond die ontstaat in het huwelijk van Eva en Wout. Ik kom dit soort verbindingen nogal eens tegen in Mannenmaal. Hoe werkt dat in jouw hoofd, of schrijf je dit soort zinnetjes allemaal op om ze later in het verhaal te voegen?

“Nee, zeker niet, dat zou niet werken, het mooie aan schrijven is dat je veel intelligenter werkt als je niet te bewust werkt en niet puzzelt. Pas later zie ik dan zelf ook de verbanden. Natuurlijk noteer ik zo nu en dan wat, en soms komt dat in me op, maar de goede stukken schrijven zich vanzelf. Dit lukt natuurlijk niet altijd.”

Hoewel de thematiek heftig is, vooral daar waar het de dood betreft, is Mannenmaal toch geen zwaar boek. Hoe doe je dat toch?

“Ook dit is een levensinstelling. Als ik naar de wereld kijk als kunstenaar wil ik mensen zo ontzettend graag troosten door ze te laten inzien dat alles erbij hoort, het grootste leed, het hoogste, ik wil kortom de engel in ons en het dierlijke verbinden. Als mens vind ik dit lastig hoor en valt het leven me soms zwaar, maar in mijn scheppen is het makkelijker om erom te lachen. ‘Het goddelijke zit in het lichte’, zegt Nietzsche en zo zie ik dat ook. Het zware met een lichte tred kunnen beschrijven. Ik zie dat als mijn cadeau aan de wereld. Het is even de vraag of mensen het erin lezen, of het ontvangen. Zoiets wordt gemakkelijk verkeerd begrepen of over het hoofd gezien. Dus fijn dat jij het herkent.”

Kun je iets vertellen over de cover? Ik heb de volgende associatie: zwart-wit wijst op de contrasten in de roman. De gestileerde vorm wijst op een vrouwenborst, maar je zou ook kunnen denken aan een gestileerde stolp waaronder een te serveren gerecht ligt (verwijzend naar de titel Mannenmaal).

“Het is van Moker en ik vind ‘m iconisch. Wat ik er mooi aan vind is dat het groot contrast heeft, en stelligheid, terwijl het boek een ode aan de nuance is, aan het niet weten.”

Contrasten zijn belangrijk in je boek. Waarom maak je zoveel gebruik van tegenstellingen?

“Denk aan een schilderij. Als je alles in hetzelfde mintgroen schildert, zie je minder. Juist door grote contrasten aan te brengen, kun je een vorm van helderheid aanbrengen, mensen goed zien. Ik hou niet van boeken met personages waarin iedereen op elkaar lijkt, en allemaal dezelfde gevoeligheid en besluiteloosheid hebben, meestal sijpelt daar dan het  karakter of de levensvisie van de schrijver zelf doorheen. Nee, ik hou van verschillende types, van archetypes, die naar mijn idee ook daadwerkelijk bestaan. Daarom maak ik het zowel spannend, als subtiel, zowel plomp als literair, zowel gevoelig als nuchter. Ik vind het het hoogste streven als het werk alles bevat. En we moeten naar het allerhoogste streven.”

b2c6d08fd9ac6ac2ad473987d6004906.jpg

Ieder van de personages zoekt naar een reflectiemoment. Het is de kunstenaar Ben die Eva de reflectie geeft waar ze zo om vraagt als hij haar een briefje geeft met de tekst: “Het was makkelijker geweest als ik niet zo genadeloos van je hield.” Het is echter hetzelfde briefje dat Eva aan hem gegeven heeft.  Kun je dat uitleggen?

“Eerlijk gezegd niet, het verhaal vertelt zoveel als ik zelf weet. Wat Ben werkelijk tegen Eva zegt met het teruggeven van haar eigen briefje, daar kan ik zelf ook op allerlei manieren over nadenken. En de vraag die dit meebrengt: hoeveel hield hij van haar? Misschien kan een mens maar zoveel van een ander houden als hij van zichzelf houdt? Juist dat dit zo multi-interpretabel blijft vind ik mooi aan het verhaal.”

Er zijn twee momenten die belangrijk zijn in het contact tussen Wout en Ben: het schaakspel (waarin ze elkaar verbaal schaakmat proberen te zetten) en het Mannenmaal (het samen eten van Ben en Wout). Gaat het hier ook om het contrast tussen: ratio en gevoel?

“Goed gevonden inderdaad, zo had ik het zelf niet gezien, maar dat is dus wat ik bedoel: een verhaal bezit een eigen intelligentie, waar je zelf niet altijd bewust deel van bent.”

Filosofische bespiegelingen.  Er zijn er veel te vinden in je roman. Zoals deze: “Schilderen is afscheid nemen” en “een mens is meer dan zijn vak.’”  Abel de zoon van Wout en Eva zit op een Montessorischool en bij Montessori past de zin “leer onszelf te leren.” Ik kom Schopenhauer nogal eens tegen. Is dat voor jou een belangrijke filosoof en waarom?

“Sommige van zijn werken hebben invloed gehad, zoals zijn boek over schrijven, maar hij is niet zo belangrijk als Nietzsche bijvoorbeeld. Maar het zou ook niet goed zijn als ik een filosoof inbracht omdat hij of zij voor mij belangrijk is. Ik doe er niet toe. De enige motivatie om iets in te brengen mag die van de personages zijn. Schopenhauer is een belangrijke filosoof voor Wout, het past bij zijn karakter en fascinatie: zijn interesse in ascese en onthechting.”

Ben zegt over de interviews die Eva maakt: het is een illusie dat interviewen over de vragen en de antwoorden gaat, het gaat over de gaten, de stilte, dat wat ertussen zit. ”Ik mag blind worden, maar jij bent het al. Is dat waarom je kunst en filosofie gebruikt om ons op een andere manier naar je verhaal, naar de realiteit te laten kijken?

“Dank voor de mooie omschrijving. Ik zou ontzettend blij zijn als dat lukt. Filosofie is voor mij de vraag achter de vraag stellen. Waarom gaan we ervan uit dat iets zo is en niet anders? Kunnen we uit ons verhaal stappen en een nieuw verhaal creëren? Ik zou zelfs nog verder willen gaan, het liefst creëer ik een wereld voorbij de vijf zintuigen, ik wil mensen meenemen naar het onmogelijke. Naar de uithoeken in ons eigen brein, hart en buik.”

Een van de kernscenes in je boek vind ik wel de passage over Sargy Mann. Ben werkt als een bezetene omdat hij weet dat hij blind wordt “Kunst is je hoofd uitzetten. Zien zonder oordelen, niet denken over wat je ziet, niet herinneren, alles vergeten en enkel zien.” Dan wordt de verbinding gelegd naar Sargy Mann (1937-2015) de kunstenaar, die blind geworden naar nieuwe manieren zocht om de schilderkunst te benaderen. Hij creëerde vorm en compositie door middel van aanraking. Zijn geheugen en zijn verbeelding gebruikte hij. Hij vond dat hij volledig vrij was en niet belemmerd werd door wat hij zag. Hij kon bijvoorbeeld kleur gaan toepassen op manieren die hij niet had gedurfd toen hij nog zag. Ben schildert alleen maar ruggen, heeft zich ook afgewend dus. Leg je met deze passage niet de verbinding naar wat de wereld mist: verbeeldingskracht om om te gaan met de problemen van deze tijd, zoals euthanasie, vrijheid van conventies?

“Ik ben inderdaad geïnteresseerd in de mogelijkheden van onze geest en verbeeldingskracht en in hoeverre we met ons perspectief op de wereld onze werkelijkheid vormgeven. Ik vraag me al van kinds af aan af wat er bestaat voorbij de zintuigen. Hoe weten we zeker dat wat we zien, horen, ruiken, voelen, alles is? Ik wil onderzoeken wat er mogelijk is voorbij wat we voor waarheid aannemen, vaak puur op basis van wat anderen zeggen of wat gangbaar is, zogenaamd goed of slecht. Fascinerend te ontdekken dat er zoveel schilders waren die blind werden. Beethoven werd doof, hij schrijft in zijn bekende Heilingerstädter-testament. “Het scheelde weinig of ik maakte zelf een einde aan mijn leven – alleen zij, de kunst, die hield me tegen; ach, ik vond het onmogelijk om de wereld te verlaten voor ik alles gedaan had wat ik wilde” Voor Ben houdt alles op zonder zijn zicht. Ben spreekt er steeds over dat hij voorbij de tijd schildert, maar ‘voorbij zijn zintuigen’ werken, iets waarvan Eva hem probeert te overtuigen, is voor hem geen optie. Anders dan de kunstenaar Sargy Mann (die overigens prachtige werken schilderde) verkiest Ben dan liever de dood. Dit is hoe de meeste mensen denken en kijken in deze tijd: we hechten de grootste waarde aan onze zintuigen.”

En dan is er nog de opdracht voor in je boek: “Voor ons.” Wat is de bedoeling daarvan?

“Ik zie het als de belofte van het boek. Een relatie is als je van een ik naar wij gaat. Ons is daarnaast ook voor mijn man, mijn gezin, voor iedereen die het leest, voor iedereen die het net als ik ook niet weet en bereid is open te kijken. Ons gaat ook over de lezer die zich verbonden voelt met het verhaal. Tijdens het lezen van een boek ga je een kortstondige intieme relatie aan met elkaar. Je betreedt dezelfde gedachtewereld.”

5b7cb9972e527f6e6b5bdbd9fc38bd1d.jpg



Reacties op: Rinske Hillen: “Ik ben gefascineerd door de vraag wat ons stuurt en of we vrij zijn.”

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Rinske Hillen

Rinske Hillen

Rinske Hillen (1975) studeerde rechten in Utrecht en Cambridge en filosofie in A...