Advertentie

Over de interpretatievrijheid van vertalers

Robert Van der Meiren

24-03-2020 23 reacties Discussie
Als je twee vertalingen van eenzelfde boek naast elkaar legt, kun je nogal wat verschillen vaststellen.

We lezen boeken, en vaak zijn dat vertaalde werken. We vragen ons maar zeer zelden ‒ of nooit ‒ af hoe dicht een vertaling aansluit bij het origineel. Is, wat wij in het Nederlands lezen, precies wat de auteur in de eigen taal schreef of bedoelde? Hoe letterlijk is de Nederlandse vertaling, en hoe groot is de persoonlijke, interpretatieve inbreng van de vertaler? Als we die originele taal ook machtig zijn én over de originele versie beschikken, is dat makkelijk te controleren. Maar wie doet dat, of wie heeft dat voorrecht? In de meeste gevallen kennen we de originele taal niet, en kunnen we die vragen niet beantwoorden.  

Onlangs las ik twee Russische klassiekers, die ik vroeger ‒ in mijn geval betekent dat: 40 tot 50 jaar geleden ‒ al een keer had gelezen. Van beide werken was sedertdien een nieuwe vertaling verschenen. De oude vertalingen had ik nog in mijn kast staan en de nieuwe kocht ik aan, want ik wou weleens weten hoe en in welke mate die vertalingen van elkaar verschilden. En dus hield ik, al lezende, beide versies naast elkaar, en noteerde ik opvallende verschillen. Het leesproces verliep op die manier tergend traag, maar leidde wel tot verrassende vaststellingen.

Uiteraard hebben vertalers elk hun eigen stijl en woordkennis, en hun vertalingen zullen dan ook maar zelden (of nooit) hetzelfde zijn. Laat dit vooraf zeer duidelijk zijn: hoe sterk de vertalingen van eenzelfde passage van elkaar ook verschilden, toch leidde dat nooit tot betekenisverschil; ik heb in elk geval niet één keer vastgesteld dat een andere verwoording een andere inhoudelijke betekenis opriep.

Behalve da, njet en nazdrovje ken ik geen gebenedijd woord Russisch, en dus kan ik de aansluiting tussen origineel en vertaling niet controleren. Maar de talrijke onderlinge verschillen in de Nederlandse vertalingen waren dikwijls óf opvallend genoeg, óf amusant genoeg, óf allebei, om er een artikeltje over te schrijven.

Van de 19de-eeuwse schrijver Fjodor Dostojevski las ik De gebroeders Karamazow in de vertaling door Marco Fondse uit 1970, met naast mij De broers Karamazov, de vertaling door Arthur Langeveld uit 2005.
Van de 20ste-eeuwse auteur en Nobelprijswinnaar Boris Pasternak las ik Dokter Zjivago, in 2016 vertaald door Aai Prins, en hield ik de vertaling door Nico Scheepmaker uit 1958 bij de hand.

Ik noteerde tijdens het lezen van beide romans een pak verschillen ‒ zeker meer dan honderd, waarschijnlijk meer dan tweehonderd ‒ maar om mijn onderwerp te illustreren volstaan enkele voorbeeld wel…

Dostojevski: Fondse vs. Langeveld

Ene Mioesov komt bij de poort van een klooster aan, en is verwonderd dat er niemand is om hem met de nodige eer te ontvangen. Hij maakt zich kwaad, en dat klinkt bij Marco Fondse als volgt:
"Verduiveld nog aan toe, is hier dan niemand bij wie je voor een inlichting terecht kunt… dat zou ook geen weelde zijn, want de tijd staat ook niet stil,” sprak hij opeens, alsof hij het tegen zichzelf had."

Diezelfde woede-uitval verwoordt Arthur Langeveld zo:
"Verdorie, niemand om iets aan te vragen in die achterlijke troep… Ze mogen wel opschieten, want de tijd verstrijkt, zei hij opeens, alsof hij in zichzelf sprak."

De betekenis is dezelfde, de verwoording echter totaal anders. Maar waar komt bij Langeveld “die achterlijke troep” vandaan, terwijl daar bij Fondse totaal geen sprake van is? Wat is vertaling, wat is persoonlijke interpretatie van de vertaler?

De vraag is dus: wat schreef Dostojevski precies? In de volgende passage is er nóg meer aan de hand…

Hier laat Marco Fondse een personage dit zeggen:
"Misschien zal hij praten omdat u een bezoeker bent, maar misschien krijgt u ook geen woord uit hem."

Een doodgewone zin, niet mis te verstaan, en duidelijk geformuleerd in mooi Algemeen Nederlands. Maar in de versie van Arthur Langeveld spreekt datzelfde personage plots een soort platvloers dialect en klinkt het zo:
"‘t Ken best dat ie inene gaat praten als je bij ‘m komp, maar ‘t ken ook dat je geen woord uit ‘m krijg."

Dit is opvallend, want hier liggen de vertalingen toch wel erg ver uit elkaar. Welke van deze versies benadert het best Dostojevski’s tekst? In dit geval kunnen we wel een redelijk gefundeerd vermoeden afleiden. De zin komt namelijk uit de mond van een eenvoudige, ongeletterde bijenhouder, en een platvloers dialect past bij zo’n personage toch beter dan het geaffecteerde woordgebruik dat Marco Fondse hem in de mond legt.

Pasternak: Scheepmaker vs. Prins

Een tafereel uit het begin van de roman…
Een conciërge wil de spoorwegarbeider Saveljitsj waarschuwen niet naar huis terug te keren omdat hij dan gearresteerd kan worden; de politie verdenkt hem namelijk van het houden van verdachte, illegale samenkomsten in zijn woning. Bij Nico Scheepmaker klinkt dat zo:
"Ik wou nog zeggen dat je niet thuis moet slapen, Saveljitsj, je moet je schuilhouden. Een schildwacht en een agent zijn naar je komen vragen, ze wilden weten wie er bij ons kwam, zeiden ze. Ik zei: Er komt hier niemand. De tweede machinist komt, zei ik, en de ploeg van de locomotieven en lui van de spoorwegen. Maar van de lui van buiten, niemand!"

Volkomen normale, beschaafde en duidelijke spreektaal, niks aan de hand. Echter, bij Aai Prins blijkt die conciërge plots gebrekkig “Russisch” te spreken, en klinkt die waarschuwing als volgt:
"Wilde zeggen niet thuis slapen, Saveljitsj, je moet verstoppen. Agent vroeg, wijkinspecteur vroeg, wie komt, zegt hij. Ik zeg niemand komt. Assistent komt, zeg ik, locomotiefbrigade komt, spoorweg komt. Maar niemand anders, echt niet!" 

Opnieuw verschillen beide vertalingen sterk van elkaar, en hebben we, op het eerste gezicht, er het raden naar welke van beide het dichtst bij het origineel komt. Ook hier kunnen we een beredeneerde gok wagen: enkele bladzijden eerder werd de zoon van die conciërge immers aangesproken als “Aziaat”; mogelijks is de man dus van niet-Russische origine, en is het aannemelijk dat hij het Russisch niet goed beheerst.

Conclusie

Ik herhaal dat ik een massa gelijkaardige voorbeelden heb kunnen noteren, maar ik hoop dat die enkele volstaan om de teneur van mijn uiteenzetting te ondersteunen.

Mij viel het op dat de oudere vertalingen ‒ in casu van Scheepmaker en Fondse ‒ beleefder, beschaafder, duidelijker en absoluut ernstiger van toon zijn, alsof die vertalers bang waren verkeerd of niet goed begrepen te worden. Deze vertalers zetten álles om naar Algemeen Nederlands, zelfs al suggereerde de originele tekst een dialectisch of gebrekkig taalgebruik.

Daar doen de recentere vertalers ‒ in dit geval Langeveld en Prins ‒ niet aan mee. Als iemand in de originele versie dialect spreekt, dan in hun vertaling ook! Deze vertalers gaan zwieriger tewerk. Ze leggen zichzelf minder beperkingen op, vertalen losser uit de pols, zijn niet bang van taalkundige frivoliteiten en tierlantijntjes, en laten al hun taalkennis ‒ ook de dialectische ‒ volop zijn gang gaan. Hun vertalingen zijn levendiger, luchtiger en vlotter leesbaar. Ze zijn, kortom, eigentijdser, en dat is natuurlijk niet meer dan logisch.

Dit is geen afrekening. Scheepmaker en Fondse (helaas allebei overleden) waren in hun tijd gerespecteerde vertalers, en hun werk verdient alle waardering. Maar de tand des tijds knaagt onophoudelijk verder, en hoe mooi en eerbaar hun werk ook is, het voelt vandaag gedemodeerd aan.

Maar wat het uitgangspunt van dit artikel betreft, de vertaalverschillen: ik vind dit gegeven wel interessant, en er mag al weleens aandacht aan besteed worden, maar zolang er geen blatante betekenisafwijkingen optreden wil ik er geen oorlog voor ontketenen.

“Waarom schrijf je dan dit artikel?” zal de alerte lezer zich afvragen… In de eerste plaats omdat ik uren bloed, zweet en net geen tranen heb gelaten tijdens het tegelijkertijd twee keer lezen van twee romans (grapje), omdat ik oprecht nieuwsgierig was (echt waar), en waarschijnlijk ook omdat ik gewoon graag artikeltjes schrijf, zeker (zeer serieus)?

Tenslotte, voor de geïnteresseerden in het wel en wee van vertalers en hun werk, hier enkele interessante links:
https://www.hebban.nl/artikelen/vertalers-voor-het-voetlicht-1
https://www.hebban.nl/artikelen/vertalers-voor-het-voetlicht-2-isabel-hessel-en-marcel-otten 

En in dit artikel wordt de vertaling van Arthur Langeveld vergeleken met de nog oudere vertaling door Jan van der Eng uit 1958:
https://8weekly.nl/recensie/boeken/f-m-dostojevski-vertaling-arthur-langeveld-de-broers-karamazov-tegendraads-realisme/
Plaats een nieuwe opmerking

Reacties op: Over de interpretatievrijheid van vertalers